Een gemiddelde van 30 km/u? Dan fiets jij op het niveau van een Tour-prof uit...?
Getty Images

Veel wielrenners die hun rondje afwerken met een gemiddelde van 30 km/u stellen zichzelf ooit dezelfde vraag: hoe zou ik het doen tussen de profs van vroeger? Het antwoord is verrassender dan je denkt. Kijk je puur naar de gemiddelde snelheid van de Tour de France, dan rijdt een goed getrainde amateur anno 2026 ongeveer even hard als een Tourwinnaar uit de jaren dertig. Dat zegt natuurlijk niet dat je zomaar met de groten der aarde had kunnen meestrijden. Maar het laat wel zien hoe spectaculair de wielersport zich in de afgelopen 75 jaar heeft ontwikkeld.
Hoe snel reed een Tourwinnaar vroeger?
Wie naar de geschiedenis van de Tour de France kijkt, ziet dat de gemiddelde snelheid van de winnaar jarenlang rond de 30 km/u schommelde. In 1934 won Antonin Magne de Tour met een gemiddelde van 30,36 km/u. Een jaar later kwam Romain Maes uit op 30,65 km/u en in 1936 reed Sylvère Maes gemiddeld 31,1 km/u. (Bron: Saddle Chain)
Dat betekent dat een moderne amateur die zijn trainingsritten structureel aan 30 km/u afwerkt qua gemiddelde snelheid vergelijkbaar fietst met een Tourwinnaar van ongeveer negentig jaar geleden. Dat besef zorgt vaak voor gemengde gevoelens. Enerzijds voelt het als een compliment. Anderzijds realiseer je je meteen dat snelheid slechts een klein deel van het verhaal vertelt.
>>> Lees ook: Waarom gaan Tourrenners op hoogtestage?
Waarom een amateur van nu geen Tourprof van toen is
De vergelijking gaat namelijk niet verder dan het cijfer op je fietscomputer. Tourrenners uit de jaren dertig reden etappes van soms meer dan 250 kilometer op onverharde wegen, met zware stalen fietsen, beperkte versnellingen en zonder de voedings- en herstelkennis waar moderne sporters over beschikken. Bovendien reden ze vaak meerdere dagen achter elkaar afstanden waar de gemiddelde amateur nu een hele week voor nodig heeft.
Een recreatieve fietser die vandaag 30 km/u gemiddeld rijdt, doet dat meestal tijdens een rit van twee tot vier uur onder relatief gecontroleerde omstandigheden. Een Tourwinnaar uit 1935 hield dat tempo wekenlang vol. Toch blijft de gedachte fascinerend: qua snelheid alleen zou je destijds absoluut geen figurant zijn geweest.
De enorme snelheidsontwikkeling van de Tour de France
De afgelopen 75 jaar is de gemiddelde snelheid van de Tour de France explosief gestegen. In 1950 won Ferdi Kübler de Tour met een gemiddelde snelheid van 32,8 km/u. Begin jaren vijftig lag het gemiddelde meestal tussen de 32 en 35 km/u. Tegenwoordig ligt dat niveau ruim boven de 40 km/u.
Kijken we naar enkele ijkpunten:
Jaar | Gemiddelde snelheid winnaar |
|---|---|
1950 | 32,8 km/u |
1970 | +/- 35 km/u |
1990 | +/- 38 km/u |
2010 | +/- 39-40 km/u |
2020 | 39,9 km/u |
2022 | 42,0 km/u |
2024 | 41,8 km/u |
2025 | 43,4 km/u* |
*Volgens de beschikbare statistieken was de Tour de France van 2025 zelfs de snelste ooit gereden editie. (Bron: Wikipedia) De stijging bedraagt daarmee ruim 10 km/u ten opzichte van de jaren vijftig. Dat lijkt misschien niet veel, maar op een koers van meer dan 3.000 kilometer is dat een gigantisch verschil.
Wanneer reed een Tourwinnaar gemiddeld 30 km/u?
Dat is eigenlijk de vraag die veel amateurs écht willen weten. Rijd jij tijdens je trainingen gemiddeld 30 km/u, dan kom je qua Tourgemiddelde ongeveer uit tussen 1934 en 1935. Vanaf dat moment begonnen Tourwinnaars structureel boven de grens van 30 km/u te rijden. Met andere woorden: een sterke amateur van nu rijdt qua gemiddelde snelheid ongeveer op het niveau van een topcoureur van negentig jaar geleden. Dat zegt vooral veel over de ontwikkeling van de sport.
Lees ook: Waarom rijdt Visma Lease a Bike ieder jaar in een nieuw tenue tijdens de Tour de France?
Waarom de Tour steeds sneller wordt
De verklaring ligt niet alleen bij sterkere renners. Vrijwel alles rondom het wielrennen is verbeterd. Moderne racefietsen zijn lichter, stijver en aerodynamischer. Renners beschikken over nauwkeurige vermogensmeters, voedingsschema's en trainingsdata. Teams analyseren luchtweerstand tot op het niveau van sokken en helmvormen. Daarnaast zijn wegen beter, wordt er slimmer gekoerst en zijn etappes gemiddeld minder extreem lang dan vroeger. Lees meer over de snelheid in de Tour in het artikel: Waarom de Tour de France steeds sneller wordt.
Daar komt nog bij dat de professionele wielersport veel internationaler en competitiever is geworden. Waar vroeger enkele landen de dienst uitmaakten, strijdt tegenwoordig vrijwel de hele wereldtop om dezelfde zeges.
Hoe ver zit een amateur eigenlijk van een moderne Tourrenner?
Hier wordt het verschil echt pijnlijk zichtbaar. Een recreatieve wielrenner rijdt op vlak terrein vaak tussen de 28 en 32 km/u. In een vlakke Touretappe ligt het gemiddelde regelmatig tussen de 40 en 45 km/u. Tijdritten worden zelfs afgewerkt met gemiddelden richting de 50 km/u. (Bron: Falder)
Dat betekent dat een prof niet zomaar 30 procent sneller rijdt. Door de exponentiële relatie tussen luchtweerstand en snelheid levert hij vaak bijna het dubbele vermogen om dat hogere tempo vast te houden. Wie ooit dacht dat hij redelijk in de buurt kwam van de profs omdat hij 30 km/u gemiddeld rijdt, ontdekt hier hoe groot de kloof werkelijk is.
De conclusie die elke amateur zal verbazen
Rijd jij regelmatig 30 km/u gemiddeld? Dan zou je qua snelheid verrassend goed hebben meegekomen in de Tour de France van de jaren dertig. Een gemiddelde Tourwinnaar reed destijds ongeveer hetzelfde tempo als een sterke amateur vandaag.
Maar kijk je naar de moderne Tour, dan ligt de lat inmiddels ruim boven de 40 km/u. De snelste edities uit de geschiedenis worden zelfs afgewerkt aan gemiddeldes boven de 42 km/u. Dat maakt één ding duidelijk: niet jij bent langzaam geworden. De wielersport is in de afgelopen 75 jaar simpelweg ongelooflijk veel sneller geworden.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.












