Lange tochten

Op 3 pizza's komt een auto 13 km. Jij 213

Update: 10 september 2026 om 18:31
Praat mee!
Online Editor

Getty images

Getty images

Een volle tank benzine brengt een auto honderden kilometers ver. Maar wat als je diezelfde tijd op de racefiets zou doorbrengen? Hoe ver kom je dan in Nederland? En misschien nog interessanter: hoeveel energie heeft je lichaam daarvoor nodig? We zetten een gemiddelde benzineauto tegenover een wielrenner en rekenen het uit. De uitkomst levert een behoorlijk stevige fietstocht én een flinke hoeveelheid pizza op.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Een volle tank brengt je bijna 800 kilometer ver

Voor onze vergelijking nemen we een benzineauto met een tank van 50 liter. Met een gemiddeld verbruik van ongeveer 6,5 liter per 100 kilometer komt de auto op een volle tank ongeveer 770 kilometer ver.

We gaan ervan uit dat de auto gemiddeld 90 kilometer per uur rijdt. Zonder grote files of lange stops is de bestuurder dan ongeveer 8,5 uur onderweg voordat de tank leeg is.

Dat is de tijd die onze wielrenner krijgt.

Ruim 200 kilometer op de racefiets

Stap je in plaats van de auto op een racefiets en houd je op het vlakke gemiddeld 25 kilometer per uur aan, dan kom je in diezelfde 8,5 uur ongeveer 213 kilometer ver.

Waarom 25 kilometer per uur? Voor een getrainde wielrenner is dat een stevig maar realistisch gemiddelde voor een lange rit. Zeker wanneer je niet alleen naar een korte trainingsrit kijkt, maar naar een tocht van meerdere uren. Een gemiddelde van 28 of 30 kilometer per uur klinkt misschien aantrekkelijker, maar dat tempo acht tot negen uur lang volhouden is voor de meeste wielrenners een stuk minder realistisch.

Voor onze vergelijking gaan we uit van een fanatieke recreatieve wielrenner die gewend is om langere ritten te maken. Wind, verkeerslichten en pauzes laten we buiten beschouwing. Het gaat tenslotte om de vraag: hoeveel kilometer kun je maken in dezelfde tijd als de auto?

Lees ook: Welke spullen heb je nodig bij een lange fietsrit?

Je lichaam is de brandstoftank

De auto stopt na ongeveer 770 kilometer bij het tankstation. De wielrenner heeft geen benzine nodig, maar moet zijn eigen 'tank' onderweg wel blijven vullen.

Bij een rit van ruim 210 kilometer loopt het energieverbruik behoorlijk op. Een recreatieve wielrenner verbruikt tijdens zo'n lange rit gemiddeld ongeveer 6.000 tot 7.000 kilocalorieën.

Dat is ongeveer wat je lichaam gedurende zo'n lange rit verbruikt. Natuurlijk haalt je lichaam die energie niet alleen uit wat je onderweg eet. Ook je eigen energievoorraden worden aangesproken.

Lees ook: Voeding tijdens lange ritten: lessen van ultrafietsers

Goed voor ruim drie pizza's

6.000 tot 7.000 kilocalorieën klinkt vooral als een enorm getal. Daarom maken we het wat tastbaarder.

Een grote kaas-pizza bevat grofweg 2.200 tot 2.300 kilocalorieën. De energie die tijdens de tocht wordt verbruikt, komt daarmee overeen met ongeveer drie grote pizza's.

Dat betekent natuurlijk niet dat je tijdens een rit van ruim 200 kilometer drie pizza's moet wegwerken. Je lichaam haalt energie uit verschillende bronnen en tijdens het fietsen draait het vooral om het regelmatig aanvullen van koolhydraten en vocht.

Maar als vergelijking is het mooi: ruim 210 kilometer fietsen kost je lichaam ongeveer de energie van drie grote pizza's.

Hoeveel pizza’s zitten er in een tank benzine?

Nu we de wielrenner in pizza’s hebben uitgedrukt, kunnen we hetzelfde met de auto doen. Eén liter benzine levert bij verbranding ongeveer 32 megajoule op. Dat is omgerekend ruim 7.500 kilocalorieën, ofwel zo’n drieënhalve grote pizza. Per liter.

Zet dat eens naast de fietser. In één liter benzine zit dus meer energie dan een wielrenner in een complete dag op de racefiets verstookt. En dan gaat het om één liter, terwijl de auto met vijftig liter in de tank wegrijdt. Dat komt neer op ongeveer 380.000 kilocalorieën, of grofweg 170 grote pizza’s. In diezelfde 8,5 uur verbruikt de wielrenner er drie.

Draai het daarna nog een keer om. Wat als de auto precies zoveel energie krijgt als de wielrenner gebruikt, dus de energie van drie grote pizza’s? Dan komt de auto met een verbruik van 6,5 liter per 100 kilometer ongeveer dertien kilometer ver. De wielrenner haalt op dezelfde hoeveelheid energie ruim 213 kilometer. Per kilometer verbruikt de auto zo’n 500 kilocalorieën, de wielrenner ongeveer 30.

Wel een kanttekening: in beide gevallen gaat het om bruto energie. Een benzinemotor zet daar maar ongeveer een kwart tot een derde van om in beweging, en ook een mens verliest het grootste deel van zijn voedingsenergie als warmte. De vergelijking gaat dus op, zolang je hem aan beide kanten op dezelfde manier maakt.

Je tankstation zit in je achterzak

Daarmee wordt ook het verschil tussen de auto en de wielrenner duidelijk.

De automobilist rijdt weg met 50 liter benzine en hoeft daar onderweg nauwelijks over na te denken. Als de tank leeg is, zoek je een tankstation en kun je weer verder.

De wielrenner moet veel beter voor zijn 'brandstof' zorgen. Bidons, gels, snoep, repen, bananen en broodjes verdwijnen tijdens een lange rit in rap tempo naar binnen. Wie te weinig eet of drinkt, merkt dat uiteindelijk vanzelf in de benen.

Bij een rit van ruim 200 kilometer wordt voeding dan ook een belangrijk onderdeel van de prestatie.

Lees ook: Hoe ga je om met eet- en drinkproblemen tijdens lange ritten?

Een hoger tempo, een grotere afstand

Met een gemiddelde van 25 kilometer per uur fiets je in 8,5 uur ongeveer 213 kilometer. Wie wat harder rijdt, kan in dezelfde tijd natuurlijk een stuk verder komen. Bij een gemiddelde van 30 kilometer per uur staat de teller na 8,5 uur al op ongeveer 256 kilometer. Met 32 kilometer per uur kom je zelfs rond de 273 kilometer uit.

Maar daar staat iets tegenover. Hoe hoger het tempo, hoe meer energie je lichaam nodig heeft. Een paar kilometer per uur harder lijkt misschien weinig, maar over een rit van acht uur tikt dat behoorlijk aan.

De auto wint, maar de fietser komt ver

De auto rijdt met een volle tank ongeveer 770 kilometer. Een gemiddelde recreatieve wielrenner komt in dezelfde tijd zo'n 213 kilometer ver.

De auto wint dus overtuigend als het om afstand gaat. Toch is ruim 200 kilometer op de racefiets in één dag een flinke prestatie. En het mooie is: waar de auto zijn energie uit 50 liter benzine haalt, doet de wielrenner het met zijn eigen benen en onderweg wat eten en drinken.

Een volle tank brengt je dus een heel eind met de auto, maar op de fiets kun je in diezelfde tijd verrassend ver komen. En voor die ruim 200 kilometer heb je ongeveer de energie van drie grote pizza's nodig.

Meer vergelijkingen? Lees ook: Hoeveel kilometer fietsen staat gelijk aan een marathon?