Efficiëntie

Elektrische bakfiets: Zo win je trainingsuren terug

Praat mee!

Bicycling.nl

Bicycling.nl

De elektrische bakfiets staat in het rijtje aankopen waar de gemiddelde wielrenner zijn neus voor ophaalt, ergens tussen de hometrainer van je schoonvader en een spatbord. Onterecht. Want het ding lost twee problemen op die jouw week slopen: de tijd die opgaat aan alles wat niet fietsen is, en die wekelijkse boodschappenrit waarbij je als beladen pakezel over een kruispunt balanceert.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De bakfiets vervangt je auto, niet je racefiets

Dit is de kern. Een elektrische bakfiets concurreert niet met je racefiets, maar met je auto. School, boodschappen, de bouwmarkt: dat zijn de ritten die je nu zittend in een blik aflegt. Zet je die om in fietskilometers, dan verandert er niets aan je schema en toch alles aan je week. Welk type bij welk huishouden past, lees je in ons overzicht van de verschillende soorten bakfietsen.

Als wielrenner ben je een bewegende vreetschuur

En daar zit het onderschatte probleem. Wie serieus traint, eet niet zoals de gemiddelde Nederlander eet. Jouw karretje bij de supermarkt is geen karretje, het is een bevoorradingsmissie. Havermout in emmerformaat, bananen per tros van twaalf, kwark in bakken waar een baby in past. Doe je dat efficiënt, dan ga je één keer per week. Dat red je niet met een vrolijk tasje achterop de bagagedrager. Dat zijn drie stevige boodschappentassen, plus een rugzak omdat de vierde nergens meer past. Wie tóch de bagagedrager wil volhangen: ik liep zelf vast omdat de meegeleverde schroef niet in het frame-oogje paste. Eén millimeter en je staat in de schuur in plaats van bij de kassa.

De boodschappenrit is het gevaarlijkste stuk van je week

Geen gevoelskwestie, dit. Volgens de factsheet Fietsers van SWOV was ruim tachtig procent van de ernstig gewonde fietsers het gevolg van een ongeval zonder motorvoertuig. In het rapport Kritische Fietsongevallen uit mei 2024 staat dat vallen bij het op- en afstappen bij zes tot vijftien procent van de fietsongevallen voorkomt, onder meer door bagage en evenwichtsproblemen, bij snelheden van stilstand tot vijf kilometer per uur. Precies. Stilstand. Rijdend gaat het nog wel met die tassen. Het gaat mis als je stopt. En dan het detail dat je kent: de punt van de volle tas die tegen je achterwiel schuurt, scheurt, en je tomaten en omakoekjes over het kruispunt laat rollen waar je over zes seconden weg moet zijn. Datzelfde rapport noemt waarom je dit als wielrenner echt niet wilt: bij die trage valpartijen is er relatief vaak letsel aan heup en bovenbeen, en aan hand of pols. Precies de botten die je seizoen beëindigen. Niet in een afdaling, maar bij Albert Heijn.

Wat ik leerde toen ik een maand niet mocht lopen

Ik weet hoe die heup voelt. Een blessure waarbij ik een maand lang niet mocht lopen. Niet minderen, niet rustig aan: niet lopen. Je mobiliteit is dan naar de vaantjes en je actieradius wordt de afstand tussen bank en koelkast. Wat je dan ontdekt: iemand kan je verplaatsen. Alleen is er een wereld van verschil tussen hóé.

Optie één is achterop de bagagedrager. Met een houten kont, want zo voelt het na twee minuten, en een halve plank die je de hele rit moet volhouden om er niet af te glijden. Elke drempel komt precies aan op de plek waar je hem niet wilt hebben.

Optie twee is de bak. Zitten, beentjes omhoog, rug tegen de wand, laag zwaartepunt, geveerde vork. Je wordt vervoerd als een prins met een kroon van tandwielen. Geen balans, geen spierspanning, geen pijnscheut bij elke stoeprand.

Dat staat in geen enkele folder. Een bakfiets is ook je vervoermiddel voor de periode waarin je zelf even niks kan. En die periode krijgt vrijwel iedereen ooit. De Tour win je in bed. En met verplaatsingen in een bakfiets.

Waarom die kilometers ook nog eens meetellen

Eerlijk zijn: de wetenschap is minder hard dan de marketing. Onderzoek gepubliceerd via PubMed laat zien dat actief herstel lactaat sneller afvoert dan passief herstel, maar over daadwerkelijke prestatiewinst is het bewijs zwak. Een schoolrit met twee kinderen in de bak is geen hersteltraining. Wat het wél is: laagintensief bewegen in plaats van stilzitten in de file. Meegenomen: de ondersteuning stopt bij 25 kilometer per uur, dus je belandt nooit in dat grijze gebied waar je te hard rijdt om te herstellen. Meer daarover in ons stuk over hoe hard een elektrische fiets mag rijden.

Waar de elektrische bakfiets tekortschiet

Hij levert geen trainingsprikkel. Wie denkt dat drie schoolritten zijn FTP omhoog duwen, komt bedrogen uit. Het onderhoud is zwaarder dan bij een racefiets, met ketting, remmen en accu die meer te verduren krijgen, zoals je leest in ons artikel over onderhoud aan een elektrische fiets. En hij is fors duurder dan een gewone fiets, met ruimte in de schuur die je ook maar moet hebben.

Wat betekent dit voor jou?

Als oud-triatleet dacht ik jarenlang dat trainingsuren een kwestie van discipline waren. Ze zijn vooral een kwestie van logistiek. En van niet vallen op een parkeerplaats.

  • Reken je week door. Alle autoritjes onder de tien kilometer plus de boodschappenrit: dat is je winst.
  • Kijk naar valrisico, niet naar gewicht. Het gevaar zit in stilstand en optrekken.
  • Denk aan je slechtste maand. Een geblesseerde wielrenner past in een bak, niet op een bagagedrager.
  • Reken eerlijk. Zet de prijs af tegen een tweede auto, niet tegen een fiets.

En wie de boodschappen doet, koopt goodwill. Wat dat waard is in fietsuren, daar schreven we eerder over.