Elisa Serné: "Ik wil elke kans pakken en er echt van genieten"
© Getty Images

Gravelkampioen (Vrouwen 19-34, WK 2025 Limburg) Elisa Serné doet het allemaal: baanwielrennen, gravellen, wegwedstrijden en dat combineert ze met haar studie. Op de WielerZesdaagse was ze er "vooral voor de sfeer", maar ook om te trainen. Welke wedstrijd wil zij in 2026 het allerliefst winnen? En hoe "werkt" dat combineren van al die disciplines voor haar?
Het is inmiddels dag 3 van de WielerZesdaagse. Hoe gaat het met je?
Serné: "Best wel goed eigenlijk. Ik begin mezelf hier steeds beter te leren kennen en als ik kijk naar de progressie die ik de afgelopen drie dagen heb gemaakt, dan word ik daar echt blij van. Het is gewoon supergaaf om hier te mogen zijn."
Hoe kijk jij zelf naar deze week? Kom je vooral om te leren en fit te worden richting volgend seizoen, of heb je ook sportieve ambities hier?
"Ik ben geen echte baanspecialist, dus ik kom hier vooral om veel te leren. Het aantal koersen dat ik deze week rijd, is meer dan ik in mijn hele leven op de baan heb gereden. Ik probeer er vooral van te genieten. Het is ook een luxe manier van trainen richting het wegseizoen."
Je staat bekend als iemand die goed uit de voeten kan op gravel. Mag je jezelf inmiddels een gravelrenner noemen?
"Dat ging inderdaad wel lekker. Afgelopen oktober ben ik wereldkampioen gravel geworden, dus ja, dat was niet verkeerd. Ik heb het gravellen een paar jaar geleden ontdekt als aanvulling op mijn wegprogramma, voor weekenden zonder wegkoersen. Dat beviel zo goed dat ik het ben blijven combineren.
Hoe ziet volgend jaar eruit? Krijgt gravel daar opnieuw een plek in?
"Het WK is volgend jaar in Australië, dus dat is wel een eind vliegen. Als iemand nog een vlucht wil sponsoren, heel graag. Mijn programma is nog niet helemaal bekend, maar het doel is om weer naar het WK te gaan en mooie gravelkoersen te rijden, in Nederland en daarbuiten. Dat wil ik wel blijven combineren met de weg, want ik zie mezelf nog steeds vooral als wegrenner. Juist die afwisseling maakt het leuk en ik denk dat je er ook een betere renner van wordt."
Merk je nu al dat je sterker wordt door die combinatie van disciplines?
"Zeker. Gravel is lang en hard fietsen, wat goed is voor je basis. Op de baan is het juist kort en explosief, daar train je weer andere aspecten. Die afwisseling draagt echt bij aan mijn ontwikkeling, mits je het verstandig aanpakt."
Wat spreekt je het meest aan in gravelwedstrijden?
"Het totaalplaatje. Je bent in de natuur, rijdt op plekken waar je met een racefiets nooit zou komen. Dat gecombineerd met het wedstrijdelement vind ik heel leuk. De sfeer is ook relaxed. Mensen die mij kennen weten dat ik zelf ook vrij laid-back ben, en dat past goed bij de gravelwereld. De dag voor de koers samen een biertje drinken, dat hoort er ook bij."
Denk je dat die relaxte sfeer blijft bestaan nu gravel steeds professioneler wordt?
"Dat is een goede vraag. Naarmate er meer competitieve renners en ploegen bijkomen, verlies je wel iets van die charme. Het idee dat de reis belangrijker is dan de bestemming verdwijnt een beetje. Ik weet niet of we daar iets aan kunnen doen, dat lijkt onvermijdelijk."
Je combineert topsport met een studie. Hoe houd je dat vol, vooral het trainen?
"Door het vooral zo leuk mogelijk te maken. Dat is ook waarom ik verschillende disciplines combineer. Ik hou van koersen en van uitdagingen. Mooie tochten plannen, hier op de baan rijden in een vol stadion, elke kans pakken die je krijgt en er echt van genieten. Met gezellige mensen trainen helpt ook enorm."
Tot slot: welke wedstrijd staat volgend jaar met rood omcirkeld?
"Het Nederlands kampioenschap. Het parcours is nog niet bekend, maar als het me een beetje ligt, is dat echt een prachtige koers. Als je die wint, mag je een jaar in het rood-blauw rijden. Dat is heel bijzonder. Ik ben al een paar keer dichtbij geweest, één keer echt heel dichtbij. Er moet altijd veel samenvallen, maar bij een mooi parcours is dit er eentje waar ik altijd van droom."




