Erik Breukink: "Lavreysen is echt een wonder op twee wielen"
© Getty Images

Toeval bestaat niet: ik loop wielercoryfee Erik Breukink gisteravond tegen het lijf op het middenterrein op de WielerZesdaagse in Ahoy. Als vaste gast in het Bicycling Wielercafé Tour de France voelde Breukink de draaiende camera al aankomen. Een mooi gesprek over Lavreysen en de huidige generatie winnaars bij de mannen en vrouwen, en over zijn eigen (bescheiden) baansucces.
Erik Breukink, wat vind je van de sfeer hier? Het voelt weer als vanouds?
Breukink: "Ja, ik raak er wel aan gewend, ik kom hier al jaren. In 2000 begonnen we met de Roompot-ploeg en toen hadden we hier altijd een ploegpresentatie. Sindsdien ben ik elk jaar terug geweest. Het is altijd gezellig en er is een mooi deelnemersveld."
Waar kijk je vanavond het meest naar uit in de wedstrijd?
"Vooral naar de sprinters. Lavreysen tegen Richardson, daar kijk ik naar uit. De koppeltijdrit gaat nog een paar dagen duren. Daar kun je nu nog weinig over zeggen, want er zijn veel koppels die kans maken."
Wat heb jij zelf eigenlijk gepresteerd op de baan?
"Niet heel veel. Als junior werd ik Nederlands kampioen achtervolging. Ik was tijdrijder en dat ligt dicht bij het achtervolgen. Ik heb wat baanwedstrijdjes gereden, koppelnummers en klassementsritjes als amateur, maar als prof niet meer op de baan gereden.
Hoe kijk je aan tegen het baanwielrennen in het algemeen? We hadden een mooi WK en veel aandacht.
"De aandacht is al jaren groot, zeker sinds de successen op de Olympische Spelen met Lavreysen. Theo Bos volgde ik ook al toen hij zilver won op de sprint. Het niveau is al langer echt hoog. Het wordt spannend wat er gebeurt als Lavreysen straks afscheid neemt, of er dan een nieuwe lichting gaat komen. Het is niet eerlijk om te verwachten dat dit weer herhaald wordt, misschien. Lavreysen kom je misschien nooit meer tegen.
Los Angeles 2028 wordt belangrijk voor Lavreysen...
"Zeker. Na de Spelen neemt hij volgens mij afscheid. Het is echt een wonder op wielen op de baan. Je kunt hem niet vergelijken met wegwielrenners; hij is zo’n krachtmens, daar sta ik wel van te kijken moet ik zeggen!"
Sommige baanrenners doen het later goed op de weg. Is dat vanzelfsprekend of een garantie voor succes?
"Nee, helemaal niet. Ze trainen op korte, explosieve inspanningen. Dat is bijna niet te doen."
Vind je het jammer dat je zelf niet meer op de baan hebt gereden?
"Nee, ik ben geen explosieve renner. Voor mij was het vooral goed om de winter door te komen. Als klimmer en tijdrijder had ik weinig te zoeken op de baan tegen die rappe jongens."




