Fiets, eet, slaap, repeat: Eva finisht de Race around the Netherlands

Praat mee!

Eva Terpstra

Eva Terpstra

1.945 kilometer langs dijken, duinen en landsgrenzen. Vier dagen op de fiets, weinig slaap en nauwelijks pauzes. In de Race Around the Netherlands rijdt Eva Terpstra niet alleen tegen de klok, maar vooral tegen zichzelf. Wat gebeurt er als je dagenlang doorgaat, tot er niets anders overblijft dan trappen? ‘Ik denk aan mijn mantra: ik wil dit zelf.’

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Soms slalom je in de schemering met tegenwind tussen de schapen over de dijk in Flevoland. Of ben je om vier uur ’s ochtends in de stromende regen in Limburg aan het klimmen, met al meer dan 1.500 kilometer in je benen. En dan vraag je je af wat je in vredesnaam aan het doen bent. Maar tegelijkertijd is er niets leukers dan dat. Het gevoel van compleet opgaan in het fietsen en ontdekken dat je lichaam en hoofd toch weer meer kunnen dan je dacht. Daarom blijf ik terugkomen. Dus stond ik opnieuw aan de start van de Race Around the Netherlands, de bekendste ultra van Nederland. Een ronde langs de landsgrenzen van bijna 1.950 kilometer, met 4.500 hoogtemeters en een tijdslimiet van 202 uur. Mijn doel was duidelijk: als eerste vrouw finishen, een poging doen om de snelste tijd ooit door een vrouw te rijden en vooral alles uit mezelf halen.

De route startte vanuit wielercafé De Proloog in Amerongen en liep via de Posbank naar Drenthe en Groningen, langs de Friese kust en rond het IJsselmeer naar Noord-Holland. Daarna volgden de duinen langs de Noordzee, de Zeeuwse Deltawerken, Brabant en de Limburgse heuvels, om uiteindelijk via de Maasvallei weer terug te keren naar Amerongen.

Hoe werkt ultrafietsen?

Een ultra is een langeafstandswedstrijd van honderden tot duizenden kilometers. Voor de één draait het om zo snel mogelijk finishen, voor de ander om simpelweg de eindstreep halen binnen de tijdslimiet. Wanneer je slaapt, eet of stopt, bepaal je zelf en is onderdeel van de strategie. Alles is self-supported: je bent volledig op jezelf aangewezen. Externe hulp is niet toegestaan. Alleen commerciële voorzieningen waar iedereen gebruik van kan maken zijn toegestaan. Verlaat je de route, dan moet je exact terug naar dat punt. Via GPS-trackers wordt gecontroleerd of iedereen het volledige parcours rijdt. En uiteindelijk geldt: wie als eerste terug is, wint.

Dag 1- 483 km: Amerongen - Stadskanaal

Alles begint nog licht

Na een ontspannen bikecheck in Amerongen staan op zaterdagochtend vroeg veel gespannen en vrolijke gezichten aan de start. Het belooft warm te worden, dus iedereen vertrekt in korte kleding. Ik voel vooral spanning. Nog nooit fietste ik zo ver. Havermout gaat met moeite naar binnen. Dan is er maar één gedachte: beginnen. Ik weet: zodra ik fiets, is het goed. Om 7.50 uur start ik in de eerste wave. Richting de Veluwe heb ik wind mee en kan ik lekker tempo maken. De hele ochtend word ik ingehaald door snelle mannen, met wie ik soms kort praat. Ik vind het allemaal prima, want ik weet: een ultra win je niet op de eerste ochtend.

Na een paar uur moet ik plassen en duik ik snel de bosjes in. Daar struikel ik en ik stap even later weer op met een bloedende elleboog. Iedereen die me inhaalt vraagt of ik gevallen ben, waarna ik steeds beschaamd moet uitleggen wat er echt gebeurde. Ach, alles beter dan een crash. Ondanks het fantastische weer vind ik de eerste dag nog niet echt leuk. De afstand voelt overweldigend en ik denk voortdurend aan alle keuzes die ik nog moet maken. Mijn maag protesteert ook: alles wat erin gaat, komt er direct weer uit. Spanning, voeding, een bacterie? Ik raak gefrustreerd. Ik wil eigenlijk doorfietsen in de nacht, maar omdat ik geen eten binnenhoud, besluit ik toch een paar uur te slapen in de hoop op herstel. Gelukkig heb ik wel goede benen: 480 kilometer in achttien uur geeft vertrouwen. Ik geniet van de zonsondergang en van het fietsen in het donker. Dat blijft een van mijn favoriete onderdelen van ultra’s: het gevoel dat ik iets totaal absurds aan het doen ben. In de verte onweert het en zie ik constant flitsen, terwijl het bij mij droog blijft. Het weer is vooraf de grote onzekerheid geweest: voorspellingen wisselden tussen code geel en zon. Ik laat het los; dat ligt buiten mijn invloed. Ondertussen rijd ik de hele dag op kop bij de vrouwen, zonder me extreem in te spannen. Wel weet ik dat Maud, tot dan toe een onbekende voor mij, dicht achter me zit. Om half vier ’s nachts kom ik aan in Stadskanaal, waar de receptionist nog op me wacht met vers gesmeerde boterhammen en een 0.0. Meer kan ik me op dat moment niet wensen.

Eva met de hulpauto© Eva Terpstra

Dag 2: 356 km - Stadskanaal - Lelystad

Van overleven naar ritme

Na drie uur slaap en veel tijd boven de wc lijkt mijn maag iets rustiger. Een mogelijke DNF (did not finish, red.) spookt door mijn hoofd: ik voel me slap en er liggen nog 1.400 kilometer voor me. Toch stap ik weer op. Ik probeer het gewoon, en als het niet beter gaat, kan stoppen altijd nog. De boterhammen van de avond ervoor eet ik al fietsend langzaam op. Ik doe anderhalf uur over twee broodjes, maar ze blijven binnen en ik voel me langzaam beter worden. Misschien komt het toch nog goed.

Maud heeft de nacht doorgefietst en is me voorbij, maar ik ben vooral blij dat ik weer op de fiets zit. Langs de Waddenkust fiets ik uren tussen de schapen over de dijk. Schapenpoep vliegt om me heen, en om de paar kilometer moet ik afstappen voor hekjes. Schapen gaan echt niet aan de kant, ook niet als je belt. Ik had me vooraf verheugd op deze dag, omdat ik door Groningen en Friesland kom, waar ik ben opgegroeid en gestudeerd heb. Op meerdere plekken staan bekenden langs de route te juichen. Aan het einde van de middag begint het te regenen en draai ik zuidwaarts, recht de tegenwind in. Ik maak een klassieke rookie mistake: geen overschoenen aantrekken, met de gedachte dat het wel overgaat. Dat gebeurt niet. De rest van de dag fiets ik met doorweekte voeten.

Langs de route staan opvallend veel dotwatchers: mensen die de race online volgen en soms snacks of drinken neerzetten. Dat heet binnen ultrafietsen trail magic: spontane hulp die voor iedereen beschikbaar is en dus binnen de unsupported regels valt. ‘Jij bent Eva toch? Je doet het fantastisch!’ Dat geeft enorm veel energie. Ik begin eindelijk plezier te krijgen. Ik zing mee met muziek, geniet van de omgeving en kan zelfs lachen om de ellende van uren tegenwind langs het IJsselmeer. Een goed voorteken.

Langs het strand© Eva Terpstra

Dag 3: 356 km - Lelystad - Maassluis

De race begint terug te praten

Het leuke aan een ultra is het gevoel dat ik iets totaal absurds aan het doen ben

Eva

Rond vier uur zit ik weer op de fiets. Flevoland laat ik grotendeels in het donker achter me terwijl ik richting Den Helder rijd. Bij het eerste licht zitten er zo veel vliegen in de lucht dat het klinkt alsof het regent op mijn helm. Ik heb veel zin in de Noordzeekust. Ik ben klaar met het IJsselmeer en de dijken. Ik wil duinen en zee. Vanaf deze dag kom ik steeds dezelfde twee jongens tegen: Ruben en Stanislav. We halen elkaar voortdurend in, zeggen elkaar gedag bij stops en delen korte verhalen, om daarna weer verder te rijden. Het is grappig hoe je elkaar in zo’n lange race blijft tegenkomen ondanks totaal verschillende strategieën.

De wind is gedraaid: eerst nog honderd kilometer tegenwind richting Den Helder, daarna wind mee langs de Noordzeekust. Mijn lichaam voelt sterker nu mijn voeding eindelijk goed valt. Maud, die ook in Lelystad heeft geslapen, ben ik weer voorbij. Noord-Holland is zwaar: koud, nat en tegenwind. Maar bij de kop van Noord-Holland staat het halfway point op de weg geschilderd. Dat geeft een enorme boost. Daarna volgt Den Helder en fiets ik met wind in de rug door de duinen richting Zuid-Holland, waar ik goed bekend ben. Bij Den Haag gaat de route letterlijk langs mijn huis, maar ik mag niet naar binnen. Dat hoort bij unsupported racen. Gelukkig staat mijn fietsclub langs de weg te juichen. Als ik Den Haag uit fiets, schieten de tranen in mijn ogen, zo gesteund voel ik me door de mensen langs de route, bekenden en onbekenden. Mijn knieën en billen beginnen pijn te doen, maar dat accepteer ik. Ik weet dat dit erbij hoort. Rustig blijven trappen, niet te veel nadenken en blijven rijden. Ik kijk vooral uit naar mijn langste slaapstop: in Maassluis heb ik 4,5 uur gepland.

Dag 4: 395 km - Maassluis - Weert

Nu wordt het echt zwaar

Als ik wakker word, check ik meteen de tracker. Maud slaapt nog in Rotterdam, 18 kilometer verderop. Ik spring snel op de fiets om haar weer te passeren. Even later blijkt ze opeens nog maar drie kilometer achter me te zitten: haar tracker loopt achter. Stress. Ik zet direct aan, want ik wil absoluut niet dat ze me in zicht krijgt. In Zeeland schijnt de zon en heb ik wind mee over de keringen. Dat is genieten. Maar dan begint mijn nek op te spelen: een bekend probleem bij ultrafietsen. Na zo veel uren kan mijn hoofd bijna niet meer gedragen worden door mijn nekspieren. Ik moet improviseren: rechtop fietsen of even zonder handen, zodat mijn nek kan herstellen.

Na uren tegenwind door Brabant, met nog 500 kilometer te gaan, begint de mentale strijd. Iemand vertelt dat het de volgende dag twaalf uur lang gaat regenen. Door de combinatie van dit nieuws, tegenwind en pijn in mijn nek lopen de emoties hoog op en huil ik even. Daarna kom ik terug bij mijn mantra: ik ben hier omdat ik dit zelf wil. Na een nachtelijke rit over de heide bij Weert check ik in voor drie uur slaap. Nog één keer opladen, eten klaarleggen en een wekker zetten op een onmogelijk tijdstip. Morgen ga ik richting huis. Voor het eerst voel ik: ik ga dit halen.

Dag 5: 355 km - Weert - Finish (Amerongen) 

Nog één keer alles geven

Als ik weer op plek één rijd, weet ik: dit gaat me lukken

Eva


Als ik wakker word en de tracker check, vlieg ik uit bed. Maud heeft de nacht doorgefietst en ligt opeens vijftig kilometer voor. Met nog 355 kilometer te gaan moet alles uit de kast. Het regent onafgebroken en mijn regenkleding is allang niet meer waterdicht. Ik knoop een wegwerpponcho om als trui en trek plastic handschoentjes aan van het tankstation. Niet stijlvol, wel droog. Ondanks alles heb ik er zin in. We gaan klimmen in Limburg en dat is mijn favoriete terrein. Ik begin hard te rijden en zie het gat langzaam kleiner worden. Op ongeveer 100 kilometer van de finish haal ik Maud in. We praten kort. Zij is volledig leeg na twee doorgehaalde nachten en een crash met pijn in haar schouder. Ik voel me dankzij mijn slaap nog redelijk fris. We spreken af elkaar na de race op te zoeken voor een rondje fietsen, want wat was onze strijd geweldig geweest. Als ik weer op plek één rijd, weet ik dat het gaat lukken. De laatste uren heb ik wind mee langs de Maas en een prachtige zonsondergang.

Eva na de finish© Eva Terpstra

Eva Terpstra na haar finish

De eindstand

Ik finish als eerste vrouw en elfde overall. In totaal rijd ik 1.945 kilometer en 4.864 hoogtemeters in 109 uur en 59 minuten. Daarvan zit ik 82 uur en 4 minuten effectief op de fiets, met een gemiddelde van 23,8 km/u. Ik slaap ongeveer 15 uur, verbrand zo’n 24.000 calorieën en rijd 1.530 Strava-segmenten, goed voor één QOM. Ik heb geen enkele lekke band. Verder heb ik zere knieën, zere billen en een nek die halverwege al klaar is. Ik huil vaker dan verwacht, maar lach nog veel vaker. Ik blijf trappen, haal mijn doel en leef 4,5 dag volledig in mijn eigen bubbel. Wat een rit. Wat een manier om Nederland te zien. En wat een mooi soort afzien. Geloof het of niet, ik raad het iedereen aan!

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.