Fietsen met een ICD of hartritmestoornis: Wat moet je weten en doen bij problemen?
© Getty Images

Je bent midden in een trainingsrit als de man voor je plotseling zijn stuur laat schieten en van zijn fiets valt. Of misschien ben je zelf iemand die na een hartinfarct of gevaarlijke hartritmestoornis een ICD heeft gekregen en zich afvraagt: kan ik eigenlijk nog gewoon fietsen? Beide vragen zijn urgenter dan je denkt. In Nederland fietsen tienduizenden mensen met een inwendige defibrillator of hartritmestoornis. En de fiets is voor hen niet per definitie verboden terrein, mits je weet wat je doet.
Dit artikel legt uit wat een ICD is, wanneer fietsen veilig kan, welke signalen je nooit mag negeren op de fiets, en, cruciaal, wat je moet doen als iemand tijdens het fietsen ernstige hartproblemen krijgt.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Wat is een ICD en waarom hebben mensen er een?
Een ICD, voluit Implanteerbare Cardioverter Defibrillator, is een klein apparaatje dat onder de huid wordt geplaatst, doorgaans links boven het hart. Het monitort continu het hartritme en grijpt in als er een levensbedreigende ritmestoornis optreedt: eerst via pijnloze elektrische pulsen (Anti Tachy Pacing), en als dat niet helpt via een elektrische schok die het normale hartritme herstelt. Een ICD voorkomt daarmee een hartstilstand.
Een ICD wordt geplaatst bij mensen die al eens een gevaarlijke hartritmestoornis hebben gehad, of bij wie het risico daarop hoog is door een hartspierziekte of aangeboren hartafwijking. Door betere screening en verbeterde zorg leven steeds meer mensen met een ICD een actief, normaal leven, inclusief fietsen.
Mag je fietsen met een ICD?
Het korte antwoord: ja, in de meeste gevallen wel. Fietsen is een niet-contactsport waarbij het risico op directe beschadiging van het apparaat of de bedrading minimaal is. Bovendien zijn de cardiovasculaire voordelen van regelmatig bewegen juist ook voor hartpatiënten aantoonbaar. Zo laat een reeks studies zien dat regelmatige aerobe inspanning het hart versterkt, de bloedvaten soepel houdt en de bloeddruk verlaagt, lees hier meer over in het artikel Fietsen als medicijn: zo bescherm je je hart en bloedvaten.
De kanttekening is belangrijk: of fietsen verantwoord is, hangt sterk af van de onderliggende hartaandoening, de instellingen van de ICD (detectie- en schokzones) en je actuele conditie. Overleg altijd met je behandelend cardioloog vóór je weer de weg op gaat. Elke situatie is uniek.
Wat in ieder geval geldt: als ICD-drager wil je ruim onder de hartslag blijven waarbij je ICD een schok zou geven. Ken de instellingen van jouw apparaat. Je cardioloog of ICD-verpleegkundige kan je exact vertellen wat die grenswaarden zijn. Wil je weten hoe je je training kunt afstemmen op je hartslag? Dan is het artikel Trainen op hartslag een goede plek om te beginnen.
Welke sporten worden afgeraden?
Fietsen op de weg of een rustig mountainbikepad past voor de meeste ICD-dragers prima in een actieve leefstijl. Wél worden afgeraden:
- Contactsporten waarbij kans bestaat op een directe klap op de ICD (rugby, boksen, vechtsporten)
- Sporten waarbij bewustzijnsverlies direct levensgevaarlijk is: diepzeeduiken, motorsport, bergbeklimmen op grote hoogte
- Extreem intensieve of competitieve sporten, omdat die hartritmestoornissen kunnen uitlokken, de kans daarop is 2,5 keer zo groot bij hoge intensiteit
Fietsen op matige intensiteit valt buiten deze risicovolle categorieën, al blijft individueel overleg met je cardioloog het devies.
Wat zijn alarmsignalen tijdens het fietsen?
Of je nu zelf een ICD draagt of samen fietst met iemand die een hartaandoening heeft: ken de waarschuwingssignalen. Onderstaande klachten vereisen dat je onmiddellijk stopt met fietsen:
- Pijn of druk op de borst, uitstralend naar arm, kaak of rug
- Ernstige kortademigheid die niet past bij de inspanning
- Duizeligheid, flauwte of bijna-wegraking
- Hartkloppingen of een onregelmatig, veel te snel of te langzaam aanvoelend hartritme
- Een ICD-schok ontvangen (de persoon weet dit doorgaans – het voelt als een harde stomp op de borst)
Het artikel Fietshart uitgelegd: wat is het en is het gezond voor wielrenners? legt helder uit wanneer aanpassingen van het hart normaal zijn en wanneer signalen toch serieuzer zijn dan je denkt.
Wat moet je doen als iemand op de fiets hartproblemen krijgt?
Dit is het meest kritieke onderdeel van dit artikel. Elke minuut telt bij een hartstilstand. Hieronder de stappen die je moet kennen.
Stap 1: Stop en zorg voor veiligheid
Laat de persoon van de fiets af en leg hem of haar op een veilige, vlakke plek. Schakel verkeer af met je fiets of door andere passanten te vragen te stoppen.
Stap 2: Controleer bewustzijn en ademhaling
Klop op de schouder en roep luid: 'Gaat het?' Reageert de persoon niet, kijk dan of hij of zij normaal ademt. Geen reactie en geen normale ademhaling = hartstilstand. Handel dan direct.
Stap 3: Bel 112
Bel direct het alarmnummer. Laat iemand anders dat doen als je alleen bent, zodat jij de volgende stap kunt uitvoeren. Geef de exacte locatie door – gebruik de kaartfunctie op je telefoon of fietscomputer.
Stap 4: Begin met reanimeren
Geef borstcompressies: druk 5 à 6 centimeter diep op het midden van de borst, met een ritme van 100 tot 120 slagen per minuut. Wissel indien mogelijk elke twee minuten af met een ander. Je kunt ook mondop-mondbeademing geven in de verhouding 30:2, maar borstcompressies alleen zijn ook effectief.
Stap 5: Gebruik een AED zodra beschikbaar
Een AED (Automatische Externe Defibrillator) kan een hartstilstand doorbreken. Stuur iemand om er een te halen. Langs drukke fietsroutes, in steden en bij sportparken zijn AED's steeds vaker beschikbaar. De AED geeft zelf gesproken instructies.
Let op bij een ICD-drager: een ICD werkt alleen bij ritmestoornissen vanuit de hartkamers. Als de ICD niet heeft ingegrepen of de persoon toch is weggeraakt, reanimeert u gewoon. Leg de AED-elektroden niet direct op de ICD, houd minimaal 8 centimeter afstand van het kastje, dat zit doorgaans links boven op de borst.
Voor een uitgebreid overzicht van hoe je handelt bij een noodgeval op de fiets, inclusief valpartijen en ongelukken, lees je meer in het artikel Wat moet je doen bij een ongeval op de fiets?.
Na een ICD-schok: Wat dan?
Als de ICD tijdens het fietsen een schok heeft gegeven, is dat een teken dat er een gevaarlijke ritmestoornis is opgetreden. De persoon moet stoppen met fietsen en zo snel mogelijk medisch worden beoordeeld, ook als hij of zij zich verder goed voelt. Neem altijd contact op met de cardioloog of ga naar de spoedeisende hulp. Na een terechte ICD-schok geldt bovendien een rijverbod van twee maanden, voor autorijden én situaties waarbij bewustzijnsverlies direct gevaarlijk is.
Tips voor veilig fietsen met een ICD of hartritmestoornis
- Informeer je fietsmaatjes. Vertel altijd aan je medefietsers dat je een ICD draagt en leg uit wat ze moeten doen als er iets misgaat.
- Draag een medische ID. Een polsbandje of kaartje in je achterzak met je diagnose, medicatie en contactpersoon kan levens redden.
- Ken je hartslagzones. Weet tot welke intensiteit fietsen voor jou veilig is en train bij voorkeur met een hartslagmeter.
- Rijd nooit alleen in het begin. Bouw je activiteit op met een begeleider totdat je zeker weet hoe je lichaam reageert.
- Volg een reanimatiecursus. Iedereen die regelmatig fietst, met of zonder hartproblemen, doet er verstandig aan te weten hoe je moet reanimeren en een AED gebruikt.
Wil je begrijpen hoe je fietsintensiteit van invloed is op je hartslag en wat dat betekent voor je training? Het artikel Vetverbrandings-hartslagzone bij fietsen: waarom het belangrijk? geeft praktische inzichten die ook voor mensen met een hartaandoening waardevol zijn.
Conclusie: Fietsen met een ICD is mogelijk, maar kennis redt levens
Een ICD of hartritmestoornis is geen reden om de fiets aan de kant te zetten. Fietsen op een verantwoorde intensiteit past voor de meeste ICD-dragers uitstekend in een actieve, gezonde leefstijl. De sleutel ligt in kennis: ken je grenzen, ken de alarmsignalen, en zorg dat de mensen om je heen weten wat ze moeten doen als het misgaat. Want als iemand tijdens een rit in elkaar zakt, zijn de eerste minuten bepalend. Wees voorbereid.












