Fietsen met je hond: dit kan hij echt aan
Getty Images

Het is vandaag dierendag! Daarom een artikel waarin mens, fiets en dier tezamen komen.
Fietsen met je hond klinkt als de ideale combinatie: jij trapt je hoofd en benen los, hij is moe, iedereen blij. Alleen is de vraag hoeveel kilometer hij aankan de verkeerde vraag. Het antwoord zit in zijn leeftijd, zijn ras, de temperatuur van het asfalt en vooral in jouw tempo. En er zit nog iets in: wielrenners hebben het moeilijk met langzaam rijden. Wij kunnen van alles, behalve inhouden. Nu is er eindelijk een reden die je niet kunt negeren, want die loopt naast je en kijkt omhoog.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Onder de twaalf maanden: niet doen
Hier laat geen enkele bron ruimte. Fiets niet met een pup of een jonge hond.
De gewrichten en botten van een jonge hond zijn nog niet uitgehard. Laat je hem kilometers over hard asfalt rennen voordat de groeischijven zijn gesloten, dan riskeer je blijvende schade en artrose op latere leeftijd.
De vuistregels die je tegenkomt:
- Tot 12 maanden: niet meefietsen
- 12 tot 24 maanden: voorzichtig beginnen met korte stukjes in draf
- Grote rassen: vaak pas vanaf 18 maanden, serieuze afstanden rond 24 maanden
- Bij twijfel: eerst naar de dierenarts, die kent jouw hond
Er zijn ook honden voor wie het sowieso geen goed idee is. Kortsnuitige rassen zoals de mopshond en de Franse bulldog verwerken de zuurstof niet snel genoeg. Kleine rassen kunnen prima rennen, maar moeten bij hetzelfde fietstempo relatief veel harder werken. En bij gewrichts-, rug-, hart- of ademhalingsproblemen is dit volgens het LICG geen geschikte vorm van beweging.
Alles kent zijn extremen.
Reken in minuten draf, niet in kilometers
Kilometers zeggen niets zolang je je tempo niet weet. Tien kilometer op vijftien per uur is voor een gezonde middelgrote hond een prima stuk draven. Tien kilometer op vijfentwintig is galopperen, en dat is geen training maar een achtervolging.
De regel is simpel: jouw tempo past zich aan de hond aan, niet andersom.
Dat is voor de meesten van ons het moeilijkste deel. Wij zijn mensen die een gemiddelde bijhouden. Wij halen een maat in op een klim die hij niet eens als wedstrijd had opgevat. Van ons verwachten dat we twee uur op twaalf per uur rijden, is ongeveer hetzelfde als een labrador vragen om één brokje te eten en de rest te laten liggen. En toch staat er iets tegenover. Normaal is langzaam rijden verspilde tijd. Nu is het de enige verantwoorde optie, en dat is het meest ontspannen excuus dat je dit jaar krijgt.
In de praktijk kom je uit rond de 10 tot 15 kilometer per uur. Wat normaal is op jouw fiets, staat in gemiddelde snelheid per leeftijdsgroep, en dat ligt dus flink hoger. Reken daarom in tijd. Dit opbouwschema kom je in verschillende varianten tegen:
Periode | Duur | Tempo |
|---|---|---|
Week 1 en 2 | 10 tot 15 minuten | Rustig, vlak fietspad |
Week 3 en 4 | Opbouwen naar 30 minuten | Afwisselend draf en stap |
Week 5 en 6 | Een langere tocht met pauzes | Draf, met drinkmomenten |
Bij 12 kilometer per uur komt dat neer op 2 tot 3 kilometer in de eerste weken, en op zo'n 6 kilometer in week vier. Een gezonde volwassen hond van een geschikt ras kan daarna een uur draven, maar dat is de bovengrens en niet het doel.
Let op de bron: dit schema komt van commerciële hondensites, niet van een dierenarts of de Faculteit Diergeneeskunde. Het LICG, de betrouwbaarste bron in dit rijtje, geeft geen schema. Lees het dus als richting en vraag bij twijfel je dierenarts.
Boven de 20 graden kan asfalt 50 graden worden
Dit is waar het echt misgaat, en vaker dan je denkt.
Een hond koelt af door te hijgen en te zweten via zijn voetzolen. Op warm asfalt worden allebei die routes tegelijk geblokkeerd: hij krijgt de warmte er niet uit én hij staat op een hete plaat. Bij 25 graden buitentemperatuur kan asfalt in de zon oplopen tot ongeveer 50 graden. Het gangbare advies is daarom: boven de 20 graden niet fietsen met je hond. In de zomer dus alleen vroeg in de ochtend, want 's avonds is het asfalt vaak nog warm.
De test is simpel: leg je hand een paar seconden plat op het wegdek. Kun jij het niet houden, dan kan hij het ook niet. In de winter speelt iets anders: strooizout. Spoel na de rit zijn voetzolen af met lauw water.
Eerlijk: dit is geen racefietsactiviteit
Nu het stuk dat je van een wielersite mag verwachten.
Met 10 tot 15 kilometer per uur en verplichte pauzes is dit geen training. Het is een wandeling op wielen. Voor je hond is dat perfect, voor jouw conditie levert het niets op. Wil je allebei iets, doe de hondenrit dan apart op je stadsfiets of je oude winterfiets, en houd je trainingsrit trainingsrit. Dat is beter dan een compromis waarbij jij je verveelt en hij achter je aan sjokt.
En kies je route bewust. Het LICG raadt drukke wegen af, niet alleen vanwege de veiligheid maar ook omdat je hond dan in de uitlaatgassen loopt te sporten. Rustige paden vind je in onze rubriek tochten en routes.
En dan de e-bike. Die is in heel veel opzichten overbodig, daar kunnen we kort over zijn. Maar precies hier, op twaalf kilometer per uur met een hond ernaast, is hij ineens het beste gereedschap dat er is. Je houdt moeiteloos tempo, je hoeft nauwelijks te schakelen en je zit rechtop zodat je hem kunt zien. Ik denk dat de hond het daar volmondig mee eens is. Volbekkig, zou je bijna zeggen.
Wat betekent dit voor jou
- Kijk naar zijn leeftijd voordat je naar de afstand kijkt. Onder het jaar niet, bij grote rassen langer wachten.
- Rijd in draf, niet in galop. Moet hij galopperen om je bij te houden, dan rijd je te hard. Punt.
- Boven de 20 graden: niet doen. En test het asfalt met je hand voordat je vertrekt.
- Laat hem eerst zijn behoefte doen en geef geen eten vlak voor vertrek. Dat laatste vergroot bij grote rassen het risico op maagtorsie.
- Stop bij de eerste signalen. Hijgen dat niet stopt tijdens een pauze, achterblijven of mank lopen: meteen afstappen. Wat wij lekker moe noemen, kan voor een hond uitgeput zijn.
- Fiets je in het donker? Geef hem een lampje of een reflecterend hesje. Jij ziet in het donker sowieso minder dan je denkt, zoals we uitzochten in zicht in het donker, en hij loopt laag en links van je.
- Neem water mee. Voor hem, niet voor jou. Jij hebt een bidon, hij niet. Meer praktische tips vind je in onze rubriek fietsen en spullen.












