Gaan als een raketje: van verboden snack naar ultieme afkoeler
© Getty Images

Een ijsje tijdens het fietsen: vroeger gold het ongeveer als heiligschennis. Te vet, te koud, vragen om maagklachten. Maar ondertussen duiken in het profpeloton bevroren gels, ijsslush en zelfs ‘ijsjes’ vol koolhydraten op. Dus hoe fout is zo’n raketje onderweg eigenlijk nog?
>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
Zijn ijsjes nu gewoon goed of superslecht voor je als fietser? Het is een vraag die al decennialang bestaat en waarop je zelden een duidelijk antwoord krijgt. En dat terwijl we er, als de zomer op zijn mooist is, allemaal weleens aan denken. Aan zo’n lekker ijsje. Natuurlijk, je hebt ijs en ijs. Softijs, waterijs, sorbetijs, roomijs. De ene soort is, het laat zich raden, beter dan de andere. En ijsje met een toef slagroom is sowieso niet ideaal. Maar (zeker als het goede slagroom is) natuurlijk wel lekker. En dus op zijn tijd best toegestaan als fietsen niet je beroep maar je hobby is. Want hoe beter je het naar je zin hebt, hoe beter je kunt sporten. Josette van Toor, performance nutritionist voor high-level atleten: ‘Als een wielertoerist tegen mij zegt: ik vind het heerlijk om op een mooie zondag vier, vijf uur te fietsen en daar tijdens een koffiebreak een appeltaartje bij te nemen, dan zie ik daar niet direct een bezwaar tegen. En datzelfde geldt voor een ijsje. Maar daar plaats ik wel een kanttekening bij. Hoe vetter of eiwitrijker je onderweg eet, hoe groter de kans op maag-darmklachten. En dat wil je te allen tijde voorkomen.’ Als diëtist is Van Toor ‘niet per se een fan van roomijs’. Meer vanuit gezondheidsoptiek. ‘Ik zou niet weten waar roomijs goed voor is. Het levert je, ook voor prestatie, niets op.’ Sorbet- of waterijs heeft wél enige sportieve waarde. ‘Daar zit suiker in. Niet per se gezond, maar wel een koolhydratenbron. En daar doe je het op tijdens intensief sporten. Of die suikers uit een sportdrank komen of uit een raketje maakt in de basis niet heel veel verschil. Koolhydraten zijn koolhydraten.’
'Of je nou suikers uit sportdrank haalt of uit een raketje: koolhydraten zijn koolhydraten'
IJs in het peloton
De relatie tussen wielrennen en ijs gaat verder terug dan je denkt. Italianen speelden daarin een opvallende rol. Zo runt oud-renner Paolo Fornaciari, meesterknecht van onder anderen Paolo Bettini en Michele Bartoli, tegenwoordig de prijswinnende ijssalon Ultimo Kilometro in het Toscaanse Buggiano. En ex-renner Riccardo Riccò, die in 2011 als meervoudig dopingzondaar de sport verliet, opende na zijn carrière een ijszaak op Tenerife. Naar verluidt maakte Ricco het ijs zelf. Nu maar hopen dat hij er geen verboden middelen in stopte…
© GettyImagesIJs in het peloton
Vijftig jaar geleden al linkte GiS Gelati, onder meer sponsor van Francesco Moser, het wielrennen met ijs. Het GiS-shirt is nog steeds een van de meest wonderlijke tricots uit de wielergeschiedenis. De ploeg stuurde in de jaren 80 zijn profrenners de weg op als rijdende reclamezuilen, met een groot ijsje op zowel voor- als achterzijde van het shirt. Een gigantische oubliehoorn, gevuld met drie bollen: geel, rood en – opmerkelijk genoeg, nog ver voor het tijdperk van Smurfenijs – blauw. Het Belgische IJsboerke, dat in tegenstelling tot GiS nog altijd bestaat, had in de jaren zeventig al profs als Didi Thurau en Rudy Pevenage onder contract. De gele shirts met blauwe mouwen vielen op, het logo was eenvoudig, maar de naam IJsboerke alleen al deed verlangen naar een koude versnapering.
Wie in die tijd criteriums bezocht werd doodgegooid met reclames voor bier (Skol!), sigaretten (Caballero) én ijs. Het oude logo van Ola ijs haalt iedereen zich zo weer voor de geest. Ola-la, galmde het rond de kerk. Caraco IJs was even daarvoor nog populairder. De slogan zit bij veel vijftigplussers nog in het geheugen: 1-2-3 je proeft het zo, het is ijs van Caraco, Mexicaantje oranje hoed, Caraco ijs geweldig goed. Het was de tijd dat profrenners er wel reclame voor maakten, maar zelf ijs eten? Dat was een ander verhaal. Te koud, te vet, te riskant voor de maag. Zelfs bondscoaches hielden het scherp in de gaten. Bondscoach Piet Kuys was zo iemand van de oude stempel. Tijdens het WK van 1987 in Bergamo, waar Erik Dekker tweede werd achter Pavel Tonkov, stikte het in de streek van de bekroonde ijsmakers. Maar Kuys wilde absoluut niet dat zijn renners een ijsje namen. Angst voor buikloop.
De zonde van Greg
'Greg van Avermaet vierde zijn topprestaties met stracciatella, chocolade en kokos'
Aan het einde van het seizoen mocht er weleens gezondigd worden. Greg van Avermaet trakteerde zichzelf na een topprestatie op een mix van stracciatella, chocolade en kokos. Het is een gewoonte die Remco Evenepoel heeft overgenomen. Maar drie bolletjes vindt hij wat mager. Na het WK van 2019 verklaarde de Belg dat het tijd was voor ‘een ijscoupe met wel acht bollen’. In zijn herstelperiode na de crash in Baskenland in 2024 hield hij het bescheidener: zes bollen.
Vandaag de dag gaan ploegen nog een stap verder. Visma | Lease a Bike en andere teams gebruiken bevroren gels als ijs. De Amacx Energy Ice Gel en Turbo Ice Gel gaan de vriezer in en worden tijdens de koers als ijs gegeten. Met 30 tot 40 gram koolhydraten per portie en extra natrium. Ook de Turbo Ice Gel, met zelfs 40 gram koolhydraten, helpt de kerntemperatuur van het lichaam te verlagen. Van Toor kan zich voorstellen dat het werkt, zowel voor verkoeling als voor de koolhydraatinname. Maar ze waarschuwt ook: ‘Te koude dingen kunnen slecht op de maag vallen. Dat geldt ook voor te koud water, dat kan hetzelfde effect hebben.’ Ieder lichaam reageert bovendien anders. Waar we vaak op zoek zijn naar één vaste regel, is die er niet. ‘Iedereen heeft zijn eigen maag,’ zegt Van Toor. ‘Je doet alles net iets anders dan degene naast je op de fiets.’ Daarom traint ze sporters ook op voeding tijdens inspanning. ‘Zelfs het eten van ijs moet je trainen. Als je via gels meer koolhydraten wilt innemen, moet je dat vooraf oefenen. Meestal zien we dat 40 tot 60 gram per uur goed te verdragen is, of dat nu uit een gel, een krentenbol of een koude drank komt. Maar ga je daarboven, dan moet je echt testen wat je lichaam doet.’ Nieuwe producten probeer je dus niet voor het eerst in een belangrijke koers of lange training ver van huis. Dichter bij huis ben je altijd veiliger af, aldus Van Toor.
Tokio en de ijsslush
© GettyImagesIJs in het peloton
Van Toor was betrokken bij de Nederlandse ploeg rond de Olympische Spelen van Tokio in 2021. Daar werd veel gewerkt met koeling, omdat de omstandigheden zwaar waren: hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid, met risico op hittestress. ‘Als je zweet niet goed verdampt, kan je lichaam niet afkoelen’, zegt ze. ‘Dan loopt je kerntemperatuur snel op.’ Een van de oplossingen was ijsslush: bevroren water met een smaakje eraan. Het lijkt het meest op van die kleurige slushpuppy, die je op de kermis en in een pretpark kunt kopen. ‘Maar voor sporters maak je het dan op basis van sportdrank. Per sport, per doel en per omstandigheid kan je de concentratie van de sportdrank variëren.’ Atleten namen de slush voor de inspanning in. ‘Soms tot een liter, twee uur voor de start. Om de kerntemperatuur omlaag te brengen.’ Uiteraard werd de slush vooraf uitgebreid getest in Nederland. Van Toor: ‘Je kunt dat niet op de dag zelf bedenken. Dat is vragen om problemen.’ Voor wielrenners heeft slush nog een voordeel: zij kunnen het ook tijdens de koers gebruiken, gewoon in de bidon. ‘Het smelt weer, maar je hebt wel een koude sportdrank.’
Wielrenners hebben overigens in de regel minder last van hun maag-darmkanaal dan bijvoorbeeld hardlopers. Van Toor: ‘In het zadel heb je veel minder schokbelasting dan tijdens het hardlopen. Het gebeurt bij hardlopers veel vaker dat ze met diarreeklachten of darmkrampen te maken krijgen en toch even de bosjes in moeten duiken. Wielrenners lopen dat risico ook wel, vanwege de voorovergebogen houding. Maar door de lagere schokbelasting is de verstoring minder.’
Voedingsregime volhouden
Als performance nutritionist adviseert Van Toor vooral beroepssporters. Voor die groep zijn de regels strikter dan voor de wielertoerist. ‘Ik zie weinig recreanten in mijn praktijk, maar als ze zouden komen zou ik zeggen: doe vooral wat je prettig vindt. En eigenlijk geldt dat ook voor profs. Ook zij moeten kunnen werken met iets dat bij hen past.’ In gesprekken met topsporters gaat het sneller over functionele voeding, omdat alles gericht is op de perfecte prestatie. Daarbij hoort een voedingsstrategie met aandacht voor koolhydraten en vocht. ‘Dat is minder vrijblijvend. Tegelijk kijk je altijd samen naar wat diegene bevalt.’
In de wielersport zijn de laatste jaren veel talenten en gerenommeerde profs afgehaakt omdat ze het voedingsregime van hun ploeg niet konden volhouden. Als een app je exact vertelt hoeveel gram sperziebonen je moet eten omdat je in koers of training zoveel calorieën verbrandt, kan eten een opgave worden in plaats van een plezier. ‘Er zijn ook renners die daar juist goed op gaan’, zegt Van Toor. ‘De sport is extreem datagedreven, bijna geen sport is zo meetbaar als het wielrennen. Maar er zijn ook renners die daar minder goed tegen kunnen.’
Volgens haar draait het uiteindelijk om draagbaarheid. ‘De sporter moet zich goed voelen bij een voedingsplan, op elk niveau. Het is een beetje human first, athlete second. Zo willen sporters het niet altijd horen, maar ik vind dat wel belangrijk. Sommigen zeggen bij binnenkomst: zeg maar wat ik moet eten, dan is het goed. Maar ik kijk liever of iemand het ook kan volhouden. Als je over vier weken een WK hebt en je wil daar de best mogelijke prestatie neerzetten, dan kan ik me voorstellen dat je vier weken tijdelijk strak stuurt. Maar dat houd je geen vier jaar vol. Het leven van een sporter hoeft geen strafkamp te zijn.’
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.













