Gijs Schoonvelde: "Ik hoop dat ik de Tour de France ooit mag finishen"

Update: 24 juni 2026 om 08:44
Praat mee!

Getty

Getty

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 7: Gijs Schoonvelde.

Wanneer ben je precies begonnen met wielrennen?
Schoonvelde: “Op mijn twaalfde begon ik met mountainbiken, met vrienden in het bos. Daarna heb ik wat mountainbiketrainingen gedaan, maar dat vond ik niet superleuk. Mijn buurjongen ging rond die tijd wegwielrennen. Ik ging eens mee en dat vond ik meteen leuker. Ik kreeg vervolgens op mijn twaalfde een racefiets cadeau van mijn ouders en toen heb ik me aangemeld bij Wielerclub De Peddelaars in Hoogeveen.”

Kon je meteen merken dat je talent hebt?
“Ik ben tegenwoordig 1.94 meter, maar ik was altijd al groot voor mijn leeftijd. Daardoor had ik meer kracht dan veel leeftijdsgenoten. Ik kon best snel mee en dat maakte het ook leuk. Ik had meteen mijn sport gevonden, want ik was een tijdje op zoek geweest. Voordat ik ging mountainbiken, voetbalde en korfbalde ik, maar dat vond ik niet heel leuk.”

Als junior lag je al in een hoogtetent en leefde je al zo’n beetje volledig voor de sport. Vond je het meteen leuk om dat stramien aan te gaan?
“Nou, ik zat nog op school vorig jaar en dat was het hoofdding in mijn leven. Alleen ja, als mijn vrienden iets anders gingen doen, ging ik fietsen. Vorig jaar heb ik mijn examens afgerond, maar zeker tot die tijd ging de combinatie prima met een sociaal leven, hoor. Het wordt steeds een beetje meer, waardoor je niet meteen door hebt dat het best belastend is op jonge leeftijd.”

Hoe ben je bij de Red Bull Rookies terechtgekomen?
“Ik had al vroeg contact met de ploeg, maar in mijn eerste jaar als junior heb ik een andere keuze gemaakt. Ik reed eerst voor de juniorenploeg van Team Visma | Lease a Bike. Ik heb daar veel geleerd, maar in een andere omgeving dacht ik me nog beter te kunnen ontwikkelen. Ik kwam weer in contact met Red Bull en daar was nog een plaatsje vrij. Het was best overweldigend dat er zoveel interesse in me was, dat al als nieuweling. Dan ben je zeventien jaar en is er ineens veel belangstelling voor je. Dat is natuurlijk heel vet, maar ook best overweldigend. Het is handig om de juiste mensen om je heen te hebben die weten hoe het wereldje in elkaar steekt.”

Vorig jaar werd je vierde in Parijs-Roubaix voor junioren en dit jaar eindigde je tiende in de editie voor beloften. Is dat het terrein waar je goed hoopt te worden?
“Ik ben dan wel lang, maar tegelijkertijd vrij licht voor mijn lengte. Vorig jaar en ook dit jaar reed ik allerlei soorten koersen. Alles gaat goed, maar ik zal normaal gesproken nooit een pure klimmer worden. Al is Thymen Arensman ook geen kleine renner. Ik experimenteer voorlopig nog, maar ik weet dat ik uiteindelijk een keuze moet maken. Parijs-Roubaix is mooi, maar ik moet zeggen dat ik ook enorm geniet van een iets relaxtere etappekoers in Italië.”

Was je verrast dat je als eerstejaars belofte zo goed presteerde in Parijs-Roubaix?
“Ik voelde me eigenlijk in alle koersen goed, maar wij koersen bij de beloften al met kopmannen en knechten. Voor Parijs-Roubaix hadden we allemaal een kans, maar was Davide Donati de vooruitgeschoven renner in de finale. Ik word laatste in de kopgroep, omdat ik het laatste stuk volledig op kop reed voor Davide, die vervolgens ook wist te winnen. Ik moet zeggen dat ik die verhouding in mijn eerste jaar helemaal prima vind. Ik voel daardoor geen druk vanuit de ploeg. Hoe meer ik kan helpen, hoe beter, maar ze verwachten nog niets van me. Het is leuk om zelf resultaat te rijden, maar ik vind het voor nu fijn dat er niet te veel verwachtingen zijn.”

Het is niet dat je gezond jaloers bent als land- en generatiegenoot Daan Dijkman Luik-Bastenaken-Luik U23 wint?
“Nee, ik was teleurgesteld dat we niet wonnen met Lorenzo Finn, maar tegelijkertijd was ik ook blij voor Daan. Het is moeilijk te zeggen of de 2007-generatie van Nederland speciaal is. Alleen als Daan Luik wint dan denk ik wel: een paar jaar geleden reden we nog bij De Peddelaars. Dan trainden we eerst en aten we vervolgens een patatje samen. Nu rijden we samen tussen de grootste talenten ter wereld…”

Slotvraag: waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Ten eerste hoop ik nog met plezier te fietsen. Dat wordt weleens vergeten in de topsport. Ik probeer mijn eigen pad te volgen en op die manier hoop ik door te groeien naar een WorldTour-ploeg. Of ik een droomkoers heb? Dat is toch de Tour de France. Ik hoop dat ik die koers ooit mag finishen.”

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Video