Gravel One Fifty 2026: stofhappen en afzien

Smilda Fotografie

Smilda Fotografie

Om vijf uur ’s ochtends komt de wekker nét even harder binnen dan normaal. Zeker wanneer buiten nog complete stilte hangt en je weet dat er een rit richting Noord-Drenthe op het programma staat. Maar voor de Gravel One Fifty heb ik die vroege start er graag voor over. Een gravelwedstrijd van 150 kilometer door Drenthe betekent namelijk vrijwel automatisch lange stroken zand, mooie gravelwegen, snelle bospaden en vooral heel veel afzien. Precies waar ik naar uitkijk.

De organisatie ligt opnieuw in handen van Enforce Sports Events, dezelfde partij achter de legendarische Drenthe 200. En eerlijk is eerlijk: dan weet je eigenlijk vooraf al dat het organisatorisch goed zit. Dat blijkt direct bij aankomst in Roden. Parkeren kan praktisch naast de startlocatie, het ophalen van het startnummer duurt nauwelijks langer dan een paar minuten en voor ik het weet sta ik alweer naast de auto met een kop koffie in de hand. Geen chaos, geen stress, geen eindeloze wachtrijen. Gewoon strak geregeld.

Omdat ik ruim op tijd ben, houd ik zelfs nog bijna een uur over om rustig alles klaar te maken. Fietskleding aantrekken, banden controleren, voeding ordenen, nog een laatste blik op de weersvoorspelling. De nervositeit begint zich al een beetje te vormen en zo'n laatste uur voor een wedstrijd maakt een dag als deze net even specialer dan een gewone lange rit. De spanning bouwt zich langzaam op terwijl het startterrein steeds voller loopt met zenuwachtige gravelrijders.

Rond kwart voor acht meld ik me in het startvak van de categorie 45-49 jaar. De temperatuur hangt nog ergens rond de acht graden en ondanks het droge weer voelt de ochtendlucht fris aan. Zo’n typisch Nederlandse voorjaarsochtend waarbij je nét niet weet of je te warm of te koud gekleed bent. In het startvak probeert iedereen daarom vooral in beweging te blijven. Een beetje springen, een beetje heen en weer rollen, armen warm houden. Alles om te voorkomen dat je koud aan de wedstrijd begint.

De juiste bandenkeuze?

Terwijl de minuten aftellen richting onze starttijd kijk ik om me heen naar het materiaal van andere deelnemers. En eerlijk gezegd begin ik toch wat zenuwachtig te worden. Ik rijd deze wedstrijd namelijk op een testfiets: de Merida Mission 9000. Een snelle en moderne gravelbike, afgemonteerd met relatief smalle 40 millimeter banden met weinig profiel. Perfect voor snelle gravelraces op harde ondergrond, dacht ik vooraf.

Alleen blijk ik in het startvak ineens omringd door deelnemers die duidelijk andere keuzes hadden gemaakt. Overal zie ik brede banden met relatief grove noppen. Sommige fietsen lijken bijna op hardtails. De Schwalbe Thunder Burt duikt opvallend vaak op, net als andere snelle mountainbikebanden. Dat zet me toch aan het denken. Heb ik mezelf hier niet gigantisch verkeken op het parcours? Om me heen hoor ik dat het parcours er kurkdroog bij ligt en dat er veel mul zand op de stroken ligt, vandaar de keuze voor meer drijfvermogen die bredere banden bieden. Ik zal het echter moeten doen met wat ik heb, in de wetenschap dat ik op harde stroken en op het asfalt in elk geval in het voordeel ben.

Om 8.08 uur klinkt eindelijk het startschot voor onze age group. De elite en jongere categorieën zijn al vertrokken en daardoor voelt de start verrassend ontspannen aan. Geen massale chaos, geen direct geduw of ellebogenwerk. Bovendien koos de organisatie dit jaar voor een vernieuwd parcours met een langere aanloop over asfalt. De eerste acht kilometer lopen grotendeels over brede wegen richting de eerste gravelstroken. En dat blijkt een goede keuze.

Waar gravelstarts vaak nerveus en hectisch verlopen zodra het peloton direct een smal bospad induikt, ontstaat hier juist ruimte. Natuurlijk ligt het tempo direct absurd hoog. Iedereen wil opschuiven, positie kiezen en zo ver mogelijk vooraan de onverharde stroken induiken. Maar doordat de wegen breed zijn, kan dat zonder al te veel stress. Het peloton trekt langgerekt uiteen en langzaam ontstaan de eerste groepjes.

Zelf probeer ik vooral rustig te blijven. Niet direct in het rood schieten, niet meegaan met iedere versnelling. Met 150 kilometer voor de boeg weet je dat de wedstrijd uiteindelijk pas veel later écht begint. Toch merk ik al snel dat het tempo stevig is. Zeker op asfalt blijft een gravelwedstrijd soms net een wegkoers.

Stofhappen

Als we uiteindelijk het eerste gravel opduiken, begrijp ik direct wat me de rest van de dag te wachten staat. De droogte van de afgelopen weken heeft Drenthe veranderd in een grote stofbak. Het grind ligt hard, maar de zandstroken zijn grotendeels zacht en mul. Ik stuur de Merida door de stroken door extra kracht op de pedalen te zetten en weet me redelijk goed te handhaven in mijn groepje, maar het is wel echt aanhaken. Op de snelle delen voel ik dat ik wat kan temporiseren en kan ik af en toe de kop overnemen, maar veel is het niet.

Gravel One Fifty© Smilda Fotografie

Ondertussen ontvouwt Noord-Drenthe zich in volle glorie. Lange stroken door bossen, open gravelwegen langs en soms door weilanden en af en toe van die typisch Drentse zandpaden. De organisatie heeft duidelijk werk gemaakt van het nieuwe parcours, waarbij we na een aanloop twee keer een grote ronde van dik 50 kilometer te verstouwen krijgen. Toch is het veel draaien, keren en continu aanzetten. Explosiviteit is hier vereist en ik merk dat me dat wat ontbeert dit voorjaar.

Na twee uur koers staat er een gemiddelde van 32 km/uur op mijn teller en voel ik dat ik mezelf al aardig leeg heb getrokken. Het gestuiter over de boerenpaden heeft mijn onderrug al flink geteisterd en mijn benen doen pijn. Mentaal heb ik het even zwaar, in de wetenschap dat we nog niet op de helft zijn. Ik besluit even iets te temporiseren, goed te eten en te drinken en mijn groepje te laten gaan. Het is lekker om even niet na elke bocht uit het zadel te gaan om weer aan te zetten en even een iets minder stevig tempo na te streven.

Maar als ik na een paar kilometer door een mooi groepje wordt ingehaald, haak ik toch weer aan. Ik wil tenslotte een zo goed mogelijk uitslag rijden en dan is het zonde om zo'n groep te laten gaan. Langzaam kom ik er weer doorheen en als we de 100-kilometer grens zijn gepasseerd wordt het mentaal weer wat makkelijker. Het einde komt tenslotte bijna in zicht.

Toch valt dat nog tegen. De laatste 30 kilometer zijn grotendeels met tegenwind en windkracht vier doet pijn als we nog een aantal stroken in het open veld voor onze kiezen krijgen. Mijn energie begint op te raken en ik ben alle gelletjes en sportdrank inmiddels ook wel zat. Met tegenzin duw ik nog wat naar binnen, waardoor ik in de laatste tien kilometer toch nog best lekker door kan rijden en kan genieten van de afsluiting van een mooie dag. Ergens tussen de stofwolken, ratelende kettingen en jagende ademhaling besef ik waarom dit soort wedstrijden zo verslavend zijn. Met een paar duizend gelijkgestemden doe je een paar uur lang niks anders dan hard fietsen. En dat is prachtig.

Na een kleine vijf uur rol ik uiteindelijk over de finish in Roden. Om me heen zie ik niks anders dan gezichten die zwart zijn van het stof en ogen die bloeddoorlopen zijn van de inspanning. Op het gezellige finishterrein vlij ik me neer en laaf me aan een 0.0 biertje en een bakje friet. En dat is alles wat je nodig hebt na een halve dag afzien in het prachtige Drentse land.

Video