Groeten op de racefiets: Waarom doen we het niet meer?
Bicycling.nl

Groeten op de racefiets was ooit net zo verplicht als een zwarte bidon en een zadelpen die je met één inbussleutel rechtzette. Inmiddels rijden er in Nederland ruim 1,5 miljoen sportieve fietsers rond, en steekt bijna niemand nog een hand op. Is de wielrenner asocialer geworden, of is er iets veel simpelers aan de hand? Ik zocht het uit in mijn eigen wielergeschiedenis, in de cijfers van de NTFU en op de wegen rond Utrecht.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Vroeger was groeten geen keuze, maar een sociale verplichting
Toen ik als junior voor Restore Cycling uit Pijnacker reed, was groeten geen vriendelijkheid. Het was een regel. Je stak je hand op, of je knikte, of je deed dat halve knikje waarbij je kin nog geen centimeter beweegt maar iedereen precies begrijpt wat je bedoelt.
Vergat je het, dan hoorde je het. Niet van een app, niet van een reactiepaneel onder een artikel, maar van een oudere renner die naast je kwam rijden en zei dat je dat niet zo deed. Dat was het hele systeem. Eén man, één opmerking, klaar. Het lijkt op de rest van de ongeschreven regels van een groepsrit: niemand heeft ze opgeschreven, iedereen kende ze.
Wat ook meespeelde: er was bijna niemand. Je kwam op een dinsdagavond in de polder drie renners tegen, en dat waren er twee die je bij naam kende en één die afgeleid was omdat hij een spatbord scheef had zitten terwijl het buiten zon en 30 graden was, of in dezelfde categorie: renner met een zadeltasje dat aan een kant niet vast zit waardoor het lijkt alsof iemand je met een kwispelende staart tegenmoet fietst.
Er rijden nu simpelweg te veel fietsers om iedereen te groeten
Dan de cijfers. Volgens de Wielersportmonitor 2026, uitgevoerd door Ipsos voor de NTFU, is de wielersport gegroeid naar ruim 1,5 miljoen fietsers. Tot 2023 zaten we nog onder het miljoen. Tien jaar geleden was één op de vijf sportieve fietsers vrouw, nu is dat één op de drie.
Reken even mee. Op een zomerse zondag tussen Utrecht en de Lek kom je tientallen renners tegen. Doe je bij elk van hen de volledige groet, dan kom je thuis met een linkerarm die harder heeft gewerkt dan je benen. En dan heb je nog niet gegroet naar de gravelrijders, de bakfietsouders, de speed pedelecs, de e-bikers en die ene man op een ligfiets waar je alleen het vlaggetje van zag.
Dat is punt één, en het is een verdedigbaar punt: de groet is niet verdwenen uit onwil, maar door inflatie. Als iedereen fietst, betekent zwaaien naar een fietser niets meer.
Punt twee is minder gezellig. Uit dezelfde monitor blijkt dat bijna 60 procent van de wielersporters alleen rijdt. Wie alleen rijdt, hoeft niemand te leren hoe het hoort.
De groet verliest van oortjes, brillen en een aerohouding
Ondertussen is de fietser zelf ook lastiger bereikbaar geworden. Hij zit in een aerohouding met zijn onderarmen op het stuur, wat ongeveer de lichaamstaal is van iemand die net een deadline heeft gemist. Hij draagt een bril die het halve gezicht bedekt. Hij heeft oortjes in met een podcast over ademhalingstechniek. En op zijn fietscomputer flitst een melding dat er over 300 meter een segment begint.
Dat laatste is niet onschuldig. We hebben er eerder over geschreven dat Strava-segmenten de doodsteek zijn voor gezellig samen fietsen: als elk bruggetje een finishlijn is, is een tegenligger geen collega meer, maar tijdverlies. Je hand van het stuur halen kost bovendien watt. Nou goed, waarschijnlijk niet meetbaar veel, maar probeer dat eens uit te leggen aan iemand met een vermogensmeter en een doelstelling.
Belangrijk om hier eerlijk over te zijn: ik ken geen onderzoek dat groetgedrag onder wielrenners heeft gemeten. Er is geen dataset met zwaaifrequenties per provincie. Wat ik hier beschrijf is eerstehands observatie van iemand die dertig jaar op de weg zit, aangevuld met cijfers over wie er allemaal fietst. Wie iets anders ervaart, heeft misschien gewoon betere wegen dan ik.
De ongeschreven groethiërarchie van het Nederlandse asfalt
Want zwijgen doen we niet consequent. We zwijgen selectief, volgens een rangorde die nooit is vastgelegd maar die iedereen aanvoelt:
- Eenzame renner op een winterse dinsdag in de regen: volledige groet, eventueel medelijden.
- Eenzame renner op een zonnige zondag: knikje.
- Groepje van vier in identieke clubkleding: één groet naar de kopman, de rest valt onder collectieve dekking.
- Peloton van dertig: niets. Of een algemene slappe "heuj". Dertig keer groeten is geen etiquette, dat is een taak.
- Renner die je inhaalt: warme groet, hoorbaar ontspannen, alsof 40kmpu jouw lage D1 is.
- Renner die jou inhaalt: geen groet, of een vingertje van je remgreep heffen. Ligt aan het snelheidsverschil.
- E-bike die de klim opzoeft: complexe emotie waarvoor het Nederlands nog geen woord heeft.
Ludiek? Ja. Maar het legt wel iets bloot. We groeten niet naar mensen, we groeten naar categorieën.
Wat de verdwenen groet zegt over onze wielercultuur
Hier wordt het scherp. De groet was de kleinste eenheid van sociale controle die de wielersport had. Het was de manier waarop je liet weten dat je de ander zag, en dus ook dat de ander jou zag. Precies datzelfde mechanisme verdwijnt langs de kant van de koers, waar niemand meer iets zegt tegen de toeschouwer die met zijn telefoon de weg op stapt. Ik heb eerder betoogd waarom de wielersport geen volkssport meer kan zijn als die onderlinge correctie wegvalt.
Op de weg werkt het net zo. Wie niet groet, ziet ook niet. Wie niet ziet, roept ook geen waarschuwing als er een put in de berm ligt, en stopt ook niet bij die renner met pech bij Rhenen. Dat is geen moralisme, dat is praktisch. Op het moment dat je zelf met een klapband op honderd kilometer van huis staat, is de groetcultuur ineens een reddingsdienst.
Wat betekent dit voor jou?
Je hoeft geen zendeling te worden. Maar je hebt meer invloed dan je denkt, want de groet is besmettelijk. Een collega van Bicycling deed er zelfs een charmeoffensief met 25 kilometer per uur gemiddeld van, en het werkte.
- Groet als eerste. De ander weet vaak niet wat de code is en volgt gewoon jouw voorbeeld. Kost geen watt die je in de uitslag terugziet.
- Doe de kleine versie. Twee vingers van het stuur of een knikje is genoeg. Bewaar het uitbundige zwaaien voor mensen die je echt kent.
- Zet je live segmentmeldingen uit op een rustige duurrit. Je merkt binnen tien kilometer dat je meer om je heen kijkt.
- Groet buiten je eigen categorie. De e-biker, de recreant, de moeder met twee kinderen achterop. Zij bepalen mede het imago van jouw sport op de weg.
- Roep bij inhalen wat je doet. Iets als "ik kom links langs, we zijn met vijf" is geen etiquette maar veiligheid, en het is meteen ook een groet.
- En als er niet wordt teruggegroet: laat het gaan. Misschien zat hij in het rood, misschien in zijn hoofd. Beide zijn menselijk.
Je hoeft de jaren negentig niet terug te halen. Wel het idee erachter: dat je op de weg niet alleen bent, ook al zeggen de cijfers dat je in 60 procent van de gevallen wel alleen rijdt.












