Training

Hartslagmeter piekt in de herfst: dit is de oorzaak

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Je hartslagmeter geeft in de herfst opeens waarden door die simpelweg niet kunnen kloppen: een piek van 180 naar 40 slagen per minuut en weer terug, binnen een paar tellen. Ligt dat aan je hart, of aan de hartslagmeter? Het antwoord zit vaker in je huid en je kledingkeuze dan in je hartslagmeter zelf, en juist nu de eerste laagjes weer aangaan, duikt het probleem overal op, van de recreatieve fietser tot de WorldTour-ploegen die elke rit op wattage en hartslag analyseren.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop! 

Geen hartprobleem, maar een contactprobleem

Het is een herkenbaar herfstmoment: je start je rit, kijkt na tien minuten op je scherm en schrikt van een hartslag van 190 terwijl je rustig warmrijdt. Even later duikt de waarde weer naar 50. Begrijpelijk dat je eerste gedachte naar je hart gaat, maar in verreweg de meeste gevallen is daar niets mis mee. Zoals we eerder beschreven in ons overzicht van veelgemaakte fouten bij het gebruik van een hartslagmeter, ontstaan de meeste onmogelijke uitschieters niet in je lichaam, maar in het contact tussen de sensor van je borstband en je huid.

Een hartslagmeter met borstband meet de elektrische signalen van je hartspier via twee elektroden. Zodra dat contact wegvalt, al is het maar voor een fractie van een seconde, vult de software het gat op met een geschatte waarde. Dat geeft precies dat soort onmogelijke pieken en dalen.

Waarom je huid in de herfst minder goed geleidt

In de zomer werkt dit systeem meestal probleemloos: zweet bevat zout, en zout geleidt elektriciteit uitstekend. Zodra de temperatuur daalt, zweet je minder snel en blijft je huid droger, precies op het moment dat je een extra laag aantrekt.

Onderzoek gepubliceerd in het vaktijdschrift Sensors (MDPI) laat zien dat het contact tussen huid en elektrode bij droge huid een orde van grootte hogere elektrische weerstand geeft dan bij vochtige huid, grofweg een factor tien slechter contact, met een merkbaar zwakker signaal tot gevolg.

Fabrikant Polar bevestigt dit in de eigen ondersteuningsdocumentatie: maak de elektroden van de band grondig nat onder de kraan voordat je gaat trainen, want zodra je gaat zweten verbetert het zout in dat zweet de geleiding vanzelf. Met andere woorden: precies de warming-up die je in de herfst weleens overslaat omdat het toch al kil aanvoelt, is het moment waarop je borstband het droogst, en dus het minst betrouwbaar, is.

Kledinglagen doen de rest

Boven op de droge huid komt een tweede factor: kleding. Waar je in de zomer met blote huid of een dun shirtje fietst, trek je in de herfst al snel een thermoshirt, een dun jack en misschien een gilet aan.

Elke extra laag synthetische stof die langs je borstband schuift, kan statische elektriciteit opwekken, vooral in droge, winderige omstandigheden. Dat ruis verstoort het signaal net zo goed als een los zittende band. Trainingsexpert Ray Maker, bekend van DC Rainmaker, beschrijft ditzelfde effect bij hardlopers en fietsers in kille, droge omstandigheden en noemt naast een droge huid ook loszittende, snel-drogende technische shirts als boosdoener: die stoffen nemen zweet niet goed op en houden de huid onder de band juist droog.

Ga je in de herfst fietsen met kou, regen en wind en combineer je meerdere lagen, dan wordt de kans op een wiebelende, minder strak zittende borstband alleen maar groter, en daarmee ook de kans op valse pieken.

De fix: zo voorkom je valse pieken op je hartslagmeter

De oplossing zit niet in een nieuw apparaat, maar in een paar simpele gewoontes voor je vertrekt.

  • Maak de band vochtig. Houd de elektroden even onder de kraan of gebruik een klein beetje elektrodegel voordat je vertrekt; Polar adviseert dit expliciet in de eigen documentatie, en het kost je hooguit twintig seconden.
  • Let op de positionering. Onderzoek naar draagbare elektrodesensoren, gepubliceerd in Scientific Reports (Nature), bevestigt dat de exacte plek van een sensor op de borst een meetbaar verschil maakt in signaalkwaliteit. Blijven de pieken aanhouden, schuif de band dan een paar centimeter naar links of rechts in plaats van hem losser te laten zitten.
  • Kies een strak zittende basislaag. Een goed passend thermoshirt voorkomt dat de band onder je kleding kan schuiven of fladderen, en dat scheelt in bewegingsartefacten en statische ruis.
  • Combineer je deze drie punten, dan verdwijnen de meeste onmogelijke uitschieters binnen een paar minuten rijden, zodra je lichaam op temperatuur is en je vanzelf weer wat gaat zweten.

Wat betekent dit voor jou als wielrenner

Voor de recreatieve fietser is een piek van 190 tijdens een rustige duurrit vooral irritant. Voor wie serieus op hartslag traint, is het een groter probleem.

Train je bijvoorbeeld gericht in zone 2 om je aerobe basis op te bouwen, dan kan een handvol foutieve pieken je gemiddelde vertekenen en je laten twijfelen of je wel in de juiste zone zit.

Hoe vaak dit precies voorkomt is niet in cijfers vastgelegd, daarvoor verschilt het te veel per huidtype, kledingkeuze en weersomstandigheid, maar het is wel de reden waarom coaches dit ieder najaar opnieuw als eerste controlepunt noemen voordat ze conclusies trekken uit trainingsdata.

Twijfel je aan de betrouwbaarheid van je huidige band, dan is dit ook een goed moment om te kijken of een betrouwbare hartslagband die niet snel kapotgaat verstandiger is dan blijven vertrouwen op een uitgesleten exemplaar. Maar in de meeste gevallen geldt: niet je hart, niet je hartslagmeter, maar een paar seconden droge huid is de schuldige, en die los je op met wat water en de juiste laag.