Het bloedpaspoort manipuleren? Het kan
© Getty Images

Het dopingdebat in de wielersport laait opnieuw op. Aanleiding: de recente schorsing van Oier Lazkano, die volgens de internationale wielerbond afwijkende bloedwaarden liet zien. Officieel is niets bewezen, maar de kwestie zorgt voor een ongemakkelijke vraag: hoe waterdicht is antidopingcontrole anno 2025?
In de podcast De Waaier wordt dat onderwerp stevig onder de loep genomen. Daarin deelt wieleranalist en oud-profrenner Thijs Zonneveld zijn visie op hoe valsspelers het huidige controlemechanisme — met name het biologisch paspoort — alsnog zouden kunnen manipuleren.
Het bloedpaspoort: nuttig maar niet foutloos
Volgens Zonneveld heeft het biologisch paspoort een enorme vooruitgang betekend in de strijd tegen doping. Grote pieken en extreme afwijkingen vallen sneller op, en dat maakt het riskanter om zwaar te middelen zoals in de beruchte jaren ’90 en begin ’00.
Maar, zo zegt hij in de podcast: het systeem werkt vooral op het signaleren van grote afwijkingen. Subtiele veranderingen kunnen dus ongemerkt blijven — en dat creëert, zoals hij het formuleert, een grijs gebied waarin atleten kunnen experimenteren zolang de waarden binnen marges blijven.
Microdoseren: klein, precies en lastig te detecteren
In dezelfde podcast komt ook voormalig topsprinter Theo Bos aan het woord. Hij beschrijft een mogelijke methode die dopinggebruikers zouden kunnen toepassen om onder de radar te blijven: microdoseren met het eigen bloed.
Dat klinkt technisch, maar het principe is simpel:
- Renner tapt vooraf bloed af.
- Dat bloed wordt opgeslagen en indien nodig opnieuw ingebracht.
- Omdat het eigen bloed betreft, zijn er géén sporen van externe middelen zichtbaar.
Deze methode is volgens Zonneveld allesbehalve eenvoudig: "Je hebt een Fuentes achtige structuur nodig, met opslag en planning. Een renner kan dat niet alleen doen. Het lijkt eerder op een kleine organisatie achter de schermen.
Waarom het goed is dat er nog renners gepakt worden
Volgens Zonneveld is het positief dat er weer dopinggevallen in het wielrennen opduiken. Als renners nooit meer tegen de lamp zouden lopen, zou dat volgens hem eerder verdacht zijn dan geruststellend: “Het zou naïef zijn te denken dat er niets gebeurt alleen omdat we niets zien.”
Met name tijdens de coronaperiode werd er minder gecontroleerd. Dat, zegt hij, kan bij sommige sporters het gevoel hebben versterkt dat de pakkans klein is. Waar ruimte is, wordt die soms benut — zéker in topsport, waar de marges krimpen en de druk stijgt.
De zaak rond Lazkano is nog niet afgerond. Schuld of onschuld wordt bepaald door onderzoeken, niet door vermoedens. Maar één ding is duidelijk: het onderwerp doping blijft actueel. En zolang het systeem niet sluitend is, zal het debat gevoerd blijven worden.
Zonneveld eindigt in De Waaier met een nuchtere boodschap: "Controle werkt pas echt als fraudeurs af en toe betrapt worden. Niet omdat dat leuk is — maar omdat het bewijst dat het systeem nog alert is."




