Het EK Gravel 2026 in Houffalize: Van in het peloton naar langs de lijn
Yael Prenger - Prive archief

Wakker worden met verhoging op de dag van de wedstrijd is balen. Wakker worden met verhoging op de dag van je allereerste EK gravel is dubbel balen. Helaas is dat precies het verhaal van afgelopen weekend, waardoor ik na slechts 5 kilometer op het EK parcours al langs de kant stond. Geen piekmoment, maar een snelle aftocht. Zonde, want aan de voorbereidingen in de laatste dagen voorafgaand aan de koers lag het niet.
Vrijdag, op verkennig
Vrijdag stond in het teken van verkennen. Ondanks dat ik in juli het parcours al meerdere malen had gereden, was een kleine opfrisser mooi meegenomen. Samen met Larissa Hartog en Elisa Serné (kijk ook dit interview, opgenomen tijdens de WielerZesdaagse 2025), beiden eliterensters, verdeelden we onze aandacht tussen het parcours en gezellig bijkletsen. De dagen ervoor was er aardig wat regen over het parcours heen gegaan, waardoor sommige delen er erg glad bij lagen. Zeker in de meer technische afdalingen was het echt een kwestie van goed opletten en de juiste lijnen kiezen, want voor je het wist had je een verkeerd spoor te pakken. Na de verkenning zocht ik de B&B op waar we het weekend zouden verblijven.
Met ‘we’ bedoel ik mijzelf en een aantal andere rijders, die ik aan het begin van het seizoen in Girona heb leren kennen. Dat klikte vanaf het eerste moment heel goed en sindsdien trekken we rondom races zo veel mogelijk met elkaar op. Door de combinatie van Zwitsers, Nederlandse en sinds kort ook Franse inbreng, is het een mooie mix van nationaliteiten. En ja, sommigen van ons zijn directe concurrenten. Maar veel meer zijn we een groep vrienden die een passie delen voor dezelfde sport. In het gravelen kan je het simpelweg niet alleen en heb je elkaar nodig. En daarbij: samen de races - en de dagen ervoor - beleven is ook gewoon een stuk leuker.
>>> Lees ook: "Ridley lanceert aerodynamische gravelracer Kanzo Fast 2.0"
© Yael Prenger - PriveEK Gravel in Houffalize - Gravel van binnenuit
Zaterdag, de laatste voorbereidingen
De dag voor de koers staat altijd in het teken van het afvinken van een hoop to-do’s. Bovenaan: carb loaden. Oftewel: héél veel eten om de koolhydraatvoorraad aan te vullen voor de geplande uitputtingsslag. Een grote kom havermout als ontbijt, rijst tijdens de lunch, pasta als avondeten en tussendoor cornflakes en brood met jam. Niet per se een dieet dat de goedkeuring van het Voedingscentrum kan verdragen, wel heel functioneel.
Om elf uur stapte ik ook nog kort op de fiets voor een herhaling van de eerste 20 kilometer van het parcours en een paar intensieve prikkels. Na de lunch en een powernap volgde de rest van de voorbereiding: gelletjes tellen, nummers spelden, fiets nalopen en bidons vullen. Hoeveel bidons ik voor een dergelijke race nodig heb? Dat hangt af van de duur van de race en hoe vaak we voeding kunnen aanpakken. Deze keer had ik zes bidons van 750ml, met in elk daarvan 60g koolhydraten.
Daarnaast had ik vijf gelletjes mee, waardoor ik rond de 90 gram koolhydraten per uur zou komen. Dat is vooralsnog waar mijn grens ligt, hoewel er ook rensters zijn die nóg meer eten. En dan heb ik het nog niet eens over onze mannelijke collega’s, waarvan ik weet dat sommigen al gauw aan de 130g per uur zitten. Na ‘s avonds nog een flink bord pasta, het bespreken van de feedzones en een fanatiek spelletje Uno lag ik er om tien uur in.
>>> Lees ook: "Giant en Liv introduceren nieuwe Revolt en Devote Advanced SL serie gravelracers"
Zondag, D-day
Toen ik zondagochtend wakker werd, wist ik het eigenlijk meteen; ik voel me niet goed. Mijn HRV en rusthartslag bevestigden dit. Maar ja, op dat moment de handdoek in de ring gooien, ging me een stap te ver. Het was immers wel een EK. Dus werkte ik mijn ontbijt weg en begon ik een uur voor de start aan mijn warming-up. Met het doel er het beste van te maken en stiekem toch veel moraal, draaide ik om 12:27 in het peloton de steile Côte de Saint-Rôch op. Maar daar kreeg ik eigenlijk meteen de deksel op de neus: mijn lichaamstemperatuur schoot nog verder omhoog, vermogen leveren ging amper en ik had binnen no time een bloedsmaak in mijn mond.
Zelfs in de afdaling, waar ik normaal gesproken terrein win, kon ik geen druk op de pedalen krijgen. En dus stond ik na slechts tien kilometer aan de kant. Niet hoe ik mijn eerste EK voor ogen had. De pijn werd wel wat verzacht doordat ik mezelf nog wat nuttig kon maken in de feedzone. Bidons aanreiken aan mijn vrienden die nog wel in de race waren, that’s the spirit of gravel.
>>> Lees ook: "Review: Liv Devote Advanced SL 0 gravelracer: Wát een speedmachine!"
Koers vanuit het peloton
Met slechts een kwartier op de teller, is mijn eigen POV uit de wedstrijd beperkt. Maar gelukkig was ik niet de enige Nederlandse in koers en zijn er genoeg andere verhalen om te delen. De gedeelde ervaring? Dat het een enorm slopende koers was waarin het niveau hoog lag. Ook winnares Femke Markus had het enorm zwaar. Ondanks dat ze als World Tour renster vaak genoeg op het hoogste niveau koerst, noemt ze het een slopende dag. Femke: "Vanaf ronde één was het afzien en er waren nauwelijks rustmomenten, omdat je zowel bergop als in de afdalingen scherp moest blijven.”
Elisa Serné, met wie ik vrijdag het parcours nog verkend had, verraste zichzelf enorm door als 9e en vierde Nederlandse te finishen. "Dat we na één ronde nog maar met vijftien meiden over waren zegt genoeg over het hoge tempo en het zware parcours,” is haar analyse.
Maaike Coljé, bij UCI races een vaste waarde in de top 10, bevestigt dat het ongelofelijk zwaar was. En dat had volgens haar niet alleen met het parcours te maken, maar ook met de startvolgorde en het feit dat de elitedames na alle mannelijke Age Groupers startten: “Doordat we continu door de Age Groupers heen moesten sturen, vielen er aan één stuk door gaten. Met name op de singletracks zorgde dat voor enorme splitsingen. Ik was alleen maar een inhaalrace aan het rijden." Elisa voegt daaraan toe: "Het komt over als een grove onderschatting van ons niveau als elite dames. Er ontstonden echt gevaarlijke situaties. Het ging steeds net goed, maar de UCI moet hier echt over gaan nadenken. We moeten niet wachten tot het een keer fout gaat."
De knop omzetten
Ondanks de fysieke tegenslag en het balen van mijn eigen DNF, heb ik wel genoten van het weekend. Bij een normale UCI race zijn er wel wat fietsfanaten die langs het parcours staan, maar nu zag de Côte de Saint-Rôch simpelweg zwart van de mensen, zowel voor het aanreiken van bidons als om aan te moedigen. En ja, natuurlijk had ik graag sterk gereden en de koers van binnenuit meegemaakt, maar als er één ding is wat ik afgelopen seizoen heb geleerd, is het dat je niet alles in de hand hebt. Accepteren en aanpassen. En dat is wat ik voor de komende weken ga doen.














