Het enige moment waarop wielrenners echt zelf koersen
Tim de Waele / Staf

Ze zijn zo gewoon geworden dat je ze amper ziet: de kleine oortjes die renners verbinden met de ploegleiderswagen. Maar de discussie of ze er eigenlijk wel in mogen, laait al jaren op. En ze is nóg niet beslecht.
Het begon al lang voor de grote experimenten van 2024. Onder UCI-voorzitter Pat McQuaid werden oortjes in 2011 tijdelijk verbannen, maar al snel keerden ze terug. Vier jaar later stond het onderwerp opnieuw op de agenda onder Brian Cookson, zonder dat er iets veranderde. En bij de huidige voorzitter David Lappartient, die al in 2017 waarschuwde dat gokkers race-radio's zouden kunnen hacken, bleef de houding van de UCI onveranderd: oortjes beperken het aanvallend wielrennen, produceren saaie tactiek en leggen de strategiebepaling volledig bij ploegleiders in de auto achter de renners.
Tot de UCI in de zomer van 2024 na jaren praten eindelijk iets deed.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Het experiment dat alles op scherp zette
Tijdens de eerste etappe van de Vuelta a Burgos 2024 werd gereden zonder oortjes, als onderdeel van een experiment om te beoordelen of de afwezigheid ervan de koers veiliger en spectaculairder zou maken. In een andere etappe mochten slechts twee renners per ploeg een oortje dragen, als tussenvorm.
Het liep direct verkeerd. In de Ronde van Polen, waar hetzelfde experiment werd uitgevoerd, viel de Franse renner Nicolas Debeaumarché zwaar in een afdaling. Het duurde lang voordat hij hulp kreeg. Bovendien kon de wedstrijdjury het peloton achter hem niet goed waarschuwen voor het gevaar. Debeaumarché werd uiteindelijk met breuken in zijn ruggenwervel naar het ziekenhuis gebracht.
De reacties waren fel. Richard Plugge, directeur van Visma-Lease a Bike, schreef op X: "Het was chaos, zonder oortjes. De UCI kan dit verbod op oortjes niet voortzetten. De koers wordt een farce zo." Hij verwees daarbij ook naar de Olympische Spelen, waar renners bij materiaalpech hun ploegleiderswagen niet konden bereiken.
Oud-renner Stef Clement noemde het "echt een belachelijk idee". Volgens hem is veiligheid de belangrijkste reden om oortjes te dragen. "Renners hebben het recht om op de hoogte te worden gebracht."
UCI-voorzitter Lappartient sprak van "fake news" als het gaat om het verband tussen het verbod en de val van Debeaumarché, maar de critici lieten zich daar niet mee afschepen.
Veiligheid als sterkste argument
Wie de renners en ploegdirecteuren hoort, is het argument voor oortjes in de eerste plaats een veiligheidskwestie. Via de radio kunnen gevaarlijke punten op het parcours doorgegeven worden: vernauwingen, rotondes, gevaarlijke afslagen, slecht wegdek. Bij een lekke band of val kan een renner direct contact opnemen met de wagen, zodat hulp klaarstaat.
Bondscoach Koos Moerenhout verwoordde het op treffend voor het WK in Glasgow, waar oortjes verboden zijn: "Voor de renners is dat een uitdaging, omdat die gewend zijn het hele jaar met communicatie te rijden. Als je een lekke band hebt, kun je dat normaal via de radio zeggen. Nu niet." Het meest prangend werd dit duidelijk bij de Olympische Spelen in Parijs. De Noor Soren Waerenskjold stond na zijn val met een gebroken voorvork langs de kant van de weg. Zijn ploegleiderswagen reed pardoes voorbij, omdat zijn ploegstaf niet wist dat hij gevallen was.
Geen oortjes betekent blind rijden voor iedereen achter de renner.
Maar juist de oortjes veroorzaken crashes
Het paradoxale is dat de UCI de oortjes ook als oorzaak van crashes ziet. Teams hebben via de oortjes op elk moment volledige informatie over het parcours en de koerssituatie. Ploegleiders dringen er constant op aan dat hun renners naar voren rijden in het peloton. Als alle ploegen tegelijkertijd proberen vooraan te zitten, is er simpelweg geen ruimte voor iedereen, wat leidt tot gevaarlijke spanning en uiteindelijk tot valpartijen. Bruju Bike
Marc Madiot, ploegleider van Groupama-FDJ en al jaren een van de luidste stemmen voor een verbod, stelt het onomwonden: "Er zijn doden gevallen en er zullen er onvermijdelijk meer komen." Zijn analyse: oortjes zorgen voor meer gevecht om posities in het peloton en verhogen zo het crashrisico. Zijn oplossing is even eenvoudig als radicaal: schrap de oortjes, verberg de vermogensmeters en verbied GPS.
In een L'Équipe-documentaire voegde hij eraan toe: "De renner wordt vandaag constant op afstand bediend."
De renner wordt vandaag constant op afstand bediend.
Dat is het tweede grote argument tegen de oortjes: ze maken wielrennen tot een sport waarbij de renner uitvoert wat de ploegleider bedenkt. De tactiek zit niet meer in de benen of het hoofd van de renner zelf, maar in een oortelefoon en een stem vanuit een comfortabele auto.
Het WK als uitzondering, en wat het ons leert
Al jaren geldt bij het WK en de Olympische Spelen een verbod op oortjes. Het wereldkampioenschap is de enige UCI-wedstrijd waar oortjes verboden zijn voor alle deelnemers. In de overige koersen bleef het communicatiemiddel toegestaan, waarmee de UCI gehoor gaf aan het verzoek van renners en ploegleiders.
De WK-wedstrijden zijn daarmee het grote levende experiment dat al jaren loopt. En het oordeel van het publiek is over het algemeen positief: WK-koersen zijn onvoorspelbaar, chaotisch soms, en juist daardoor meeslepend. Renners moeten zelf koersinzicht tonen. Een aanval kan niemand op tijd melden bij de ploegleider. Een renner die lek rijdt staat er even alleen voor. Wout van Aert wist in Wollongong pas na de finish dat hij zilver had gewonnen. De tactiek ontspoort soms, maar de koers leeft.
Dat is precies de ruwe, ongepolijste kant van het wielrennen die fans zo adoreren. Geen perfecte uitvoering van een voorbedacht plan, maar renners die reageren op de koers zoals hij zich aandient. De beste koerslezer wint, niet de beste uitvoerder van instructies.
Na de dood van de Zwitserse juniore Muriel Furrer tijdens het WK van 2024, waarbij vragen rezen over hoe snel hulp was ingeschakeld, zocht de UCI naar een tussenoplossing. Voor het WK in Kigali in 2025 werden GPS-trackers ingevoerd, die een alarmsignaal afgeven als een fiets dertig seconden stilstaat of het parcours verlaat. UCI-president Lappartient stond daardoor open voor GPS-tracking in alle WorldTour-koersen, als aanvulling op het oortjesverbod.
>>> Lees ook: UCI voert GPS-trackers in op WK wielrennen 2025 na tragisch overlijden Muriel Furrer
Twee werelden, één sport
De discussie leidt uiteindelijk tot een pragmatisch onderscheid dat steeds meer vorm krijgt: oortjes in reguliere koersen en rondes, geen oortjes bij kampioenschappen.
Dat is geen compromis uit lafheid, maar een logische scheiding. In een drukke rittenkoers, met meerdere etappes en complexe parcoursen, zijn oortjes een functioneel en ook veilig hulpmiddel. Volgwagens zijn ver weg, het parcours is nieuw voor iedereen, en de veiligheidsinformatie die via de radio doorgegeven wordt heeft echte waarde.
Bij een kampioenschap is de context anders. Eén koers, één dag, één parcours dat uitgebreid verkend is. De nationale ploegen rijden zonder commerciële ploegleiders die bonussen en contracten in het achterhoofd hebben. En de symboliek telt: wie wereldkampioen wil worden, moet zelf kunnen koersen.
Het zijn niet de oortjes op zich die het wielrennen kapot maken. Het is de manier waarop ze de autonomie van de renner uithollen op momenten dat die autonomie juist de essentie zou moeten zijn van de sport. Bij een WK mogen we verwachten dat de beste renner ter wereld ook de beste koerser ter wereld is, en niet de beste ontvanger van instructies.
Zolang we die twee dingen kunnen scheiden, hoeft het geen oortjes-verbod te worden voor de hele sport. Maar de kampioen(e) van de wereld verdient zijn of haar regenboogtrui met de benen. Die trui mag niet worden ingefluisterd.












