Leven na kanker

“Het liefst had ik alles samen beleefd”

Monique

Monique

Donderdag 4 juni is de dag van Alpe d'HuZes. We spraken deelneemster Monique over hoe sport voor haar een manier werd om te rouwen, te groeien en opnieuw te durven leven.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Sommige mensen fietsen Alpe d’HuZes om een sportieve uitdaging aan te gaan. Anderen om geld op te halen voor kankeronderzoek. Voor Monique draait het om iets anders. Om herinneringen. Om verlies. Om verbinding. En misschien ook wel om overleven. Haar man Roland overleed in 2014 aan leukemie. Hij werd slechts 35 jaar oud. Sindsdien is sport voor Monique veel meer geworden dan beweging alleen. Het werd een manier om verdriet draaglijk te maken. Om dicht bij hem te blijven. Om zichzelf opnieuw uit te vinden.

Dit jaar doet ze Alpe d’HuZes opnieuw. Maar anders dan eerdere edities. Geen zes beklimmingen meer. Geen prestatiedruk. Ze fietst bikepackend vanuit Pijnacker naar de Alpe d’Huez. Samen met een vriendin. Niet om iets te bewijzen, maar om te ervaren. “Het gaat me deze keer niet om zes keer omhoog fietsen,” vertelt ze. “Ik wil het anders beleven. Meer support zijn voor anderen. Gewoon daar zijn.”

Wil jij Monique volgen op weg naar Alpe d'Huez? Check dan haar instagramprofiel Mo_3kids.

Een sportieve familieman

Wanneer Monique over Roland praat, verschijnt er direct warmte in haar stem. Hij was sportief, gedreven was marinier en werkte bij de politie, onder meer bij de DSI. Maar boven alles was hij een familieman. “Hij had alle zware opleidingen bij Defensie en de politie gedaan, maar zijn gezin stond altijd op één.”

Samen deden ze van alles. Marathons lopen. Adventure races. Naar de bergen. Roland was degene die haar telkens over een drempel duwde. “Mijn eerste marathon was met hem. Ik dacht altijd: dat kan ik niet. Ik ben geen loper. Maar hij zei gewoon: dat kan jij ook.” Dat vertrouwen nam ze mee. Zelfs nu nog.

Monique over Alpe d'Huzes© Monique

De diagnose die alles veranderde

In 2012 veranderde hun leven abrupt. Roland voelde tijdens een opleiding plots dat zijn nekspieren vreemd aanvoelden. Omdat hij toevallig een vrije dag had, ging hij langs de huisarts. “Alle alarmbellen gingen meteen af.” De diagnose: leukemie. Roland was toen 32 jaar oud. Wat volgde was een slopend traject van chemotherapieën, ziekenhuisopnames en uiteindelijk een stamceltransplantatie. Tweeënhalf jaar lang leefde het gezin tussen hoop en onzekerheid.

“In het begin was er echt wel hoop,” zegt Monique. “Artsen zeiden dat het behandelbaar was. Maar het was geen traject van een paar maanden. Het was een compleet tweejarenplan.” Toch bleef Roland bewegen. Zelfs tijdens zijn ziekte liep hij nog een halve marathon en fietste hij Alpe d’HuZes. “Hij was toen al heel ziek,” vertelt Monique. “Door alle chemo’s was hij zijn sportlichaam kwijtgeraakt. Dat vond hij verschrikkelijk. Maar hij fietste wel omhoog, samen met onze zoon.”

Wil je weten of fietsen de kans op kanker vermindert? Lees dan het artikel: Actief woon-werkverkeer en kanker: Waarom fietsen meer doet dan je fit houden.

Kinderen tussen ziekenhuis en sportvelden

Hun kinderen maakten de ziekte bewust mee. De jongste herinnert zich haar vader nauwelijks gezond. Toch probeerde Monique hun leven zoveel mogelijk normaal te houden. “Ik vond het belangrijk dat hun trainingen en wedstrijden doorgingen. Dat hun leven niet alleen maar draaide om ziekte.” Maar de impact bleef. Tot op de dag van vandaag.

“Ze zeggen nog steeds: we moesten ook altijd mee naar het ziekenhuis.” Sommige herinneringen zijn klein, maar kostbaar. Zoals stiekem een stukje Magnum eten met papa. “Van mij mocht dat eigenlijk niet,” lacht Monique. “Dus dat werd dan: niet tegen mama zeggen.”

Een bijzondere plek op de Alpe d’Huez

Al voordat Roland ziek werd, kwam het gezin graag op Alpe d’Huez. Ze wandelden bij de bergmeren, fietsten omhoog en maakten er vakanties mee vol met sport en natuur. Tijdens een van die reizen zei Roland iets dat bleef hangen. “Als ik overlijd, strooi me dan hier maar uit.” Na zijn overlijden gebeurde dat ook. Zijn as werd uitgestrooid bij Lac Besson, hoog boven op de Alpe d’Huez. Later volgde ook Monique’s vader.

“Het is nu een hele fijne plek geworden,” zegt ze. “We gaan er elk jaar heen. Gewoon stenen gooien, een beetje spelen, soms zelfs zwemmen in dat meer.” Het verdriet is er nog altijd. Maar de plek voelt licht. “We proberen het luchtig te houden.”

Wil jij volgend jaar mee doen aan Alpe d'HuZes? Volg dan een trainingsschema.

Monique over Alpe d'Huzes© Monique

Alpe d’HuZes als gedeeld verdriet

Monique deed inmiddels zes keer mee aan Alpe d’HuZes. Wat het evenement zo bijzonder maakt, vindt ze moeilijk onder woorden te brengen. “Je moet het eigenlijk gewoon een keer meemaken.” Volgens haar draait het daar niet om prestaties. “Iemand die één keer omhoog fietst kan het net zo zwaar hebben als iemand die zes keer gaat.”

Iedereen draagt een eigen verhaal mee. Een eigen verlies. Een eigen reden om daar te zijn. “Je bent daar niet de enige met een rotverhaal. Dat gaf mij veel rust.” Juist die collectieve kwetsbaarheid maakt indruk. De lampjes in de vroege ochtend. De teksten op de weg. De foto’s langs de klim. De gesprekken onderweg. “Normaal vraag je bij een evenement naar tijden. Daar vraag je dat bijna nooit. Het gaat helemaal niet daarom.”

Sport als houvast

Na het overlijden van Roland vermeed Monique lange tijd evenementen. Alles herinnerde haar aan wat ze samen deden. Maar uiteindelijk vond ze via sport opnieuw richting. “Heel veel sporten helpt mij echt.” Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. “Het liefst had ik al die avonturen samen beleefd. Dat blijft zo. Maar ik ben ook trots dat ik het nu alleen durf.”

Dat alleen durven was een proces. Jarenlang durfde ze haar kinderen nauwelijks los te laten. “Ik dacht altijd dat ik degene moest zijn die thuisbleef.” Nu schrijft ze zich in voor uitdagingen waarvan ze vroeger dacht dat ze onmogelijk waren. “Ik geef me overal voor op en zie wel wat er gebeurt.” Roland speelt daarin nog steeds een rol, denkt ze. “Indirect geeft hij me nog steeds kracht.”

Gezondheid is een belangrijk thema. Daarom schreven we eerder het artikel: Hoeveel langer leef je echt als je fietst?

Anderen inspireren

Via Instagram deelt Monique openhartig haar avonturen, verdriet en sportieve uitdagingen. Ze merkt dat haar verhaal anderen raakt. “Ik krijg veel reacties. Mooie gesprekken ook.” Ze droomt ervan om ooit iets op te zetten voor lotgenoten. Geen zware praatgroep, maar juist sportieve trips waarin ruimte is voor zowel verdriet als plezier. “Het moet niet alleen verdrietig zijn,” zegt ze. “Juist laten zien hoe leuk sporten samen kan zijn.”

Toch twijfelt ze soms nog. “Ik ben ook gewoon een schijterd,” zegt ze lachend. Maar misschien zit juist daarin haar kracht. Niet in perfect herstel of grootse woorden. Wel in blijven bewegen. Blijven proberen. Blijven leven mét het gemis.

“Ik kan ook sip thuis gaan zitten”

Aan het einde van het gesprek vat Monique misschien wel het belangrijkste samen. “Ik kan ook sip thuis gaan zitten. Maar daar heeft niemand wat aan.” Dus fietst ze straks weer richting de Alpen. Kilometer voor kilometer. Met herinneringen in haar achterzak en verdriet dat nooit helemaal verdwijnt. Maar ook met iets anders: vertrouwen.

In zichzelf. In beweging. En in de kracht die sport soms onverwacht kan geven wanneer woorden tekortschieten.