Het overgangstaboe: Wat de menopauze met fietsen doet
Bicycling.nl

De overgang is in het wielrennen nog altijd een taboe, terwijl het de hele middengroep van het peloton raakt. Uit onderzoek onder 187 vrouwelijke duursporters van 40 tot 60 jaar blijkt dat 88 procent slaapproblemen ervaart en 83 procent lichamelijke en mentale uitputting. Toch hoor je er op de club vrijwel niemand over. Wat verandert er nu echt, en wat kun je ermee?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Wat duursporters zelf rapporteren
Er is één onderzoek dat precies deze groep in kaart bracht: hardloopsters, wielrensters, zwemsters en triatletes tussen de 40 en 60 jaar, 187 in totaal, via een gevalideerde vragenlijst. Dit kwam eruit als meest gerapporteerde klachten:
Klacht | Percentage |
|---|---|
Slaapproblemen | 88% |
Lichamelijke en mentale uitputting | 83% |
Seksuele problemen | 74% |
Angstklachten | 72% |
Prikkelbaarheid | 68% |
Somberheid | 67% |
Gewichtstoename | 67% |
Opvliegers | 65% |
Gewrichts- en spierklachten | 63% |
Die cijfers staan in een onderzoek onder vrouwelijke duursporters dat expliciet keek naar het effect op training en prestatie. Belangrijk om erbij te weten: dit is zelfrapportage via een vragenlijst, geen meting van prestaties. Het gaat dus over hoe vrouwen het ervaren, en dat is precies waar dit onderwerp om draait. Let vooral op de bovenste twee. Slaap en uitputting zijn de twee dingen waar je hele trainingsopbouw op rust.
Het lijkt op overtraining, en dat is het gevaarlijke
Hier zit het grootste praktische risico, en het wordt zelden benoemd. Sportgeneeskunde Midden Nederland wijst erop dat de symptomen van de perimenopauze sterk kunnen lijken op overbelasting of overtraining: langer herstel na trainingen, vermoeidheid, spier- en gewrichtsstijfheid, langere spierpijn, concentratieproblemen en een lager energieniveau.
Denk dat even door. Je voelt je moe en stijf, je herstelt slechter, je prestaties zakken. De standaardreactie in de wielerwereld is dan: rust nemen, of juist harder trainen omdat je denkt dat je conditie achteruitgaat. Allebei kunnen ze verkeerd zijn als de oorzaak hormonaal is.
De signalen die wél op overtraining wijzen, staan in onze gids over overtraining herkennen. Maar als je in de leeftijdscategorie zit, is dat niet het enige spoor dat je moet volgen. Gynaecoloog Dorenda van Dijken, voorzitter van de Dutch Menopause Society, besprak dit eerder dit jaar in de podcast Slimmer Presteren en stelde daar dezelfde vraag: waarom krijgen presterende vrouwen in de overgang soms ten onrechte de diagnose overtraindheid opgedrukt?
Wat er lichamelijk verandert
De daling van oestrogeen raakt drie systemen die voor een wielrenner direct meetellen.
- Spiermassa. Volgens de kennisbank van Service Apotheek verliest een vrouw rond de menopauze gemiddeld 0,4 tot 0,8 kilo spiermassa per tien jaar, terwijl vet rond en in de spieren toeneemt. Minder spier betekent minder vermogen, en dat merk je op de klim.
- Bot. Dezelfde bron meldt dat de botaanmaak vermindert en dat het al gauw gaat om ongeveer 15 procent botverlies. Voor fietsers is dat extra relevant, want fietsen draagt minder bij aan botopbouw dan sporten waarbij je je eigen gewicht draagt. Val je, dan is de kans op een breuk groter.
- Pezen. Over de belastbaarheid van pezen na de overgang is nog opvallend weinig bekend, constateert een artikel in het vakblad Sport & Geneeskunde. De auteurs geven zelf aan dat de wetenschappelijke literatuur hierover mager is.
Dat laatste is typerend voor dit hele onderwerp.
En dan het zadel, dat ineens een ander verhaal wordt
Dit is de klacht die het minst wordt besproken en die het dagelijks fietsen het hardst raakt. Niet toevallig staat hij ook hoog in de tabel hierboven. Tijdens de perimenopauze daalt de oestrogeenproductie, waardoor het slijmvlies van de vagina dunner wordt. Dat geeft irritatie, droogheid en jeuk. Ga daar vervolgens drie uur op een zadel zitten en je hebt een probleem dat met geen enkel trainingsschema op te lossen is.
Dat sluit naadloos aan op wat we eerder beschreven in het zadelpijn-taboe: het onderzoek naar zadels bij vrouwen begon pas in 2016, terwijl mannen hun oplossing al in 2000 hadden. Dat onderzoek keek bovendien naar vrouwen in het algemeen, niet naar vrouwen in de overgang.
Een breder zadel, een andere zeem of een ander merk kan hier veel uitmaken. En bij aanhoudende klachten hoort dit thuis bij de huisarts, want hier bestaat behandeling voor.
Waarom je hier zo weinig over leest
Twee redenen waarom je hier zo weinig over leest, en de eerste is te meten.
- Sportwetenschap gaat overwegend over mannen. Uit een analyse van publicaties tussen 2014 en 2020 bleek dat slechts 6 procent van de studies uitsluitend vrouwen onderzocht. Over de overgang specifiek is het nog dunner.
- De tweede reden is cultureel. Pas vorig jaar werd in de Tour de France Femmes het taboe rond menstruatie doorbroken, toen rensters als Kim Le Court en Lotte Kopecky er openlijk over spraken en ploegartsen erkenden dat de impact wordt onderschat. De overgang komt daar nog achteraan.
Het patroon ken je inmiddels: geen gesprek, dus geen vraag, dus geen onderzoek, dus geen oplossing. Precies wat er ook gebeurde met het tepel-taboe in het vrouwenpeloton.
Wat betekent dit voor jou
- Ga krachttrainen, ook als je fietser bent. Dit is de enige maatregel die tegelijk op spiermassa én bot werkt, en fietsen alleen doet dat niet. Twee keer per week is al veel waard.
- Reken op langer herstel en plan dat in. Niet minder trainen, maar anders verdelen. Wat normaal is per leeftijd, staat in hoeveel rust je op jouw leeftijd nodig hebt.
- Laat bij aanhoudende vermoeidheid je ijzer prikken. Zeker als je menstruaties heviger zijn geworden. Eén bloedtest scheelt je maanden gissen.
- Neem zadelklachten serieus en wacht er niet mee. Een andere zadelbreedte of zeem kan al helpen; bij aanhoudende irritatie is er medische behandeling mogelijk.
- Bespreek het met je huisarts of een sportarts. Overgangsklachten zijn behandelbaar, ook als je ze lang hebt weggewuifd als ouder worden.
- En praat erover met je clubgenoten. Dat klinkt soft, maar in deze leeftijdsgroep zit je vrijwel zeker niet alleen. Meer over lijf en klachten vind je in onze rubriek gezondheid.
Dit artikel is geen medisch advies en zeker geen diagnose. Herken je jezelf hierin en beïnvloedt het je fietsen of je dagelijks leven, bespreek het dan met je huisarts.














