High cadence = meer vermogen dan je denkt
Gijs Ferkranus

Waarom sneller trappen één van de grootste “power unlocks” in wielrennen is.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Veel fietsers zien cadans als iets persoonlijks. “Ik rijd het best rond de 85 RPM” of “boven de 100 trap ik onrustig.” Het klinkt logisch, maar volgens moderne trainingsinzichten is dat precies de reden waarom veel renners niet hun volledige vermogen benutten.
Cadans is namelijk geen voorkeur. Het is een van de meest onderschatte factoren in je vermogen op de fiets.
De efficiëntie-mythe: comfortabel is niet optimaal
De grootste denkfout in het wielrennen is dat er zoiets bestaat als een “natuurlijke efficiënte cadans”. In werkelijkheid ontstaat efficiëntie door training, techniek en jarenlange aanpassing, niet omdat je lichaam toevallig op een bepaald ritme “goed voelt”.
Wat vaak gebeurt:
Je rijdt in je beginjaren veel op één cadans → dat voelt comfortabel → dus ga je denken dat dit jouw optimale zone is. Maar comfortabel betekent niet automatisch krachtig. Het betekent vooral: bekend.
Cadans is een vermogensversterker
Cadans heeft een grotere invloed op vermogen dan veel renners denken. Vermogen op de fiets is simpel gezegd:
kracht (torque) × cadans
Dat betekent dat je twee knoppen hebt om je output te verhogen. Maar cadans is vaak de snelste en meest directe. Een praktisch voorbeeld:
Door simpelweg 10 RPM toe te voegen bij dezelfde trapkracht, kunnen veel renners 20 tot 40 watt extra vermogen genereren in hun drempelzone. Zelfde benen. Zelfde kracht. Meer output.
Waarom 'gewoon sneller trappen' niet altijd werkt
Toch is het in de praktijk niet zo simpel als 'zet er 10 RPM bij'.
Wanneer je cadans verhoogt zonder goede techniek, ontstaat er vaak een probleem: je benen gaan elkaar tegenwerken.
Dit wordt ook wel 'negatieve torque' genoemd. Het betekent dat:
- je ene been nog naar beneden duwt
- terwijl het andere been al in de opwaartse fase zit
- waardoor je elkaar deels afremt
Het resultaat: inefficiëntie, hogere hartslag en een gevoel dat je 'geen controle' hebt. Je lichaam werkt dan niet mee, maar tegen zichzelf.
De technische oplossing: heffen in plaats van duwen
Toprenners zoals Tadej Pogačar laten zien hoe dit opgelost wordt met techniek: plantaire flexie, oftewel een 'heel-up' pedaalslag.
Wat betekent dat precies?
Bij deze techniek blijft de hiel licht omhoog gedurende de volledige trapbeweging. Daardoor:
- duw je niet alleen omlaag, maar ook vloeiender door de hele cirkel
- verdwijnt het “dode punt” onderaan je pedaalslag
- interfereert je ene been minder met het andere
- blijft je krachtoverdracht stabiel op hogere RPM
Het resultaat: zelfde kracht, meer vermogen
Wanneer techniek en hoge cadans samenkomen, gebeurt er iets interessants:
- je kunt dezelfde torque behouden
- maar op een hoger trapritme rijden
- waardoor je vermogen significant stijgt
Het is precies waarom de beste renners in het moderne peloton niet alleen sterker zijn, maar ook sneller “meedraaien” in hoge intensiteit zones zonder in te storten.
Waarom dit belangrijk is voor elke renner
Cadans is geen stijlkeuze, maar een prestatie-instrument. Renners die leren comfortabel te rijden op hogere RPM’s:
- produceren meer vermogen in dezelfde zone
- kunnen beter versnellen
- en houden hun inspanning efficiënter over langere tijd vast
Het verschil zit dus niet alleen in sterker worden, maar ook in slimmer trappen.
Conclusie
Hoge cadans is geen trucje en geen talent. Het is een vaardigheid. En zoals elke vaardigheid moet het getraind worden. Wie cadans ziet als onderdeel van zijn techniek in plaats van persoonlijke voorkeur, ontdekt vaak dat er nog veel 'gratis wattage' op tafel ligt.
Of anders gezegd:
je hoeft niet per se harder te trappen om meer vermogen te maken, soms moet je gewoon sneller leren trappen.












