Hittegolf voorbij, en ineens heb ik het koud bij 20 graden: Wat is er mis met mij?
Getty Images

Je loopt zoals de afgelopen week vereisde kort kort de achtertuin in voor je welverdiende bakje koffie in de ochtend. "Oeh het is een stuk frisser" zeg je en keert om. Jouw come-back is in lange joggingbroek en zomerjasje. Lang, lang terwijl de thermometer 23 graden aangeeft.
Hoe kan dit? Of beter gezegd hoe werkt dit in je hersenen? Het zijn je thermoreceptoren die je voor de gek houden. Of beter gezegd: ze doen hun werk. Ze meten geen absolute temperatuur, maar registreren verandering.
Je lichaam meet geen graden, het meet verschil
Temperatuurperceptie is relatief. Je huid heeft geen thermometer. Hij heeft receptoren die reageren op verandering ten opzichte van de huidige toestand. Koudereceptoren worden actief als de huidtemperatuur daalt, warmtereceptoren als hij stijgt. Wat je voelt is dus nooit gewoon "20 graden", maar altijd "kouder of warmer dan net".
>>> Lees ook: Zo ga je om met fietsen in de hitte en houd je jezelf koel
Na vijf dagen van 35-39 graden staat je hele systeem afgesteld op hitte. Je huid is gewend, of heeft zich zover het kon aangepast aan warmte, je bloed circuleert dicht aan de oppervlakte voor afkoeling, je zweetsysteem staat op scherp. Op dat moment betekent 20 graden: een flinke daling. De koudereceptoren vuren. Vandaar dat je huivert bij 23 graden terwijl je in april bij diezelfde temperatuur trots je eerste korte broek aantrekt.
Wat er intussen ook in je lichaam veranderd is
Tijdens een hittegolf past je lichaam zich fysiek aan, ook als je buiten fietst. Dat proces heet hitte-acclimatisatie. Na drie tot zes blootstellingen begint het al te werken. Je bloedvolume neemt toe, je hartslag bij dezelfde inspanning daalt, je begint eerder en efficiënter te zweten. Je lichaam leert koelen.
Die aanpassingen zijn niet alleen functioneel, ze veranderen ook je perceptie van inspanning. Onderzoek laat zien dat na hitte-acclimatisatie de "rate of perceived exertion", dus hoe zwaar het aanvoelt, significant daalt, ook bij gelijkblijvende intensiteit. Je lijf is klaar voor warmte. Elke afwijking naar beneden voelt dan als verlichting. Op de fiets betekent dit concreet: je gaat harder voor hetzelfde gevoel van inspanning. Dat frisheidsgevoel is niet inbeelding. Het is fysiologie.
>>> Lees ook: Vier tips om oververhitting te voorkomen
Waarom de fiets dit effect versterkt
Stil staan in de schaduw bij 20 graden na een hittegolf is prettig. Fietsen bij 20 graden na een hittegolf is iets anders. Bij een rijsnelheid van 30 kilometer per uur creëer je een constante luchtstroom langs je huid. Die wind vergroot de verdamping van zweet, verlaagt de gevoelstemperatuur verder en stimuleert je koudereceptoren nog sterker.
Je lichaam is intussen nog steeds ingesteld op warmte: meer bloeddoorstroming naar de huid, meer zweetneiging, een lager drempelpunt voor afkoeling. Die combinatie maakt dat 20 graden op de fiets na een hittegolf aanvoelt als 12 graden in mei. Vandaar dat wielrenners na hitteblokken soms klagen over kou bij temperaturen waarbij ze normaal prima rijden in korte mouwen.
>>> Lees ook: Hoe warm weer en warme nachten je prestaties beïnvloeden
Hoe snel verdwijnt dit effect?
Hitte-acclimatisatie is niet permanent. De fysiologische aanpassingen beginnen na een paar dagen al te verdwijnen als je niet langer aan warmte wordt blootgesteld. Na één à twee weken koeler weer is het effect grotendeels weg. Je bloedvolume daalt terug, je zweetsysteem stelt zich terug af, en 20 graden voelt weer gewoon als 20 graden. Tot het volgende hittegolf. Dan begint het opnieuw. Veel renners maken slim gebruik van een sauna zoals in dit artikel te lezen is: Je verliest je trainingswinst sneller dan je denkt, tenzij je de sauna bezoekt.
Wat kun je er praktisch mee
Niets, behalve niet schrikken. Als je na een hittegolf de eerste koelere rit ingaat en je het koud hebt bij temperaturen waarbij je normaal in je bibshort fietst, ben je niet ziek. Je lichaam doet wat het altijd doet: het past zich aan aan wat het gewend is. Een extra gilet meenemen is dan geen zwakte. Het is gewoon slim.












