Hoe betrouwbaar is de VO2 max van je sporthorloge of fietscomputer?
Getty images

Je stapt van de fiets, opent je sporthorloge of fietscomputer en daar staat hij: je VO2 max. Maar hoe zeker weet je eigenlijk dat die 52 of 58 ook echt jouw VO2 max is?
Een VO2 max van 55 klinkt goed. Een waarde van 48 misschien wat minder. En als het getal na een paar weken trainen ineens omhooggaat, voelt dat als bewijs dat je conditie beter wordt. Maar zo simpel is het niet.
Je sporthorloge of fietscomputer meet je VO2 max namelijk niet rechtstreeks. Het getal op je scherm is een berekende schatting. En dat maakt de vraag interessant: hoeveel waarde moet je als fietser eigenlijk hechten aan die ene waarde?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Je horloge kan geen zuurstof meten
VO2 max zegt hoeveel zuurstof je lichaam maximaal kan opnemen en gebruiken tijdens een zware inspanning. Wie het echt wil meten, moet daarvoor een inspanningstest doen waarbij je tijdens het fietsen of lopen door een masker ademt. Zo wordt rechtstreeks gemeten hoeveel zuurstof je opneemt.
Je sporthorloge of fietscomputer heeft zo'n masker natuurlijk niet nodig. Het apparaat probeert je VO2 max te berekenen aan de hand van gegevens die het tijdens het sporten verzamelt.
Je hartslag is daarbij belangrijk, maar bij het fietsen kan ook het vermogen dat je levert een rol spelen. Het apparaat kijkt als het ware naar de verhouding tussen hoeveel werk je doet en hoeveel inspanning je lichaam daarvoor moet leveren.
Dat levert een interessante schatting op. Alleen blijft het een schatting.
Een VO2 max van 55 is dus niet per se 55
Staat er na je training een VO2 max van 55 op je horloge, dan betekent dat niet dat je in een laboratorium exact 55 ml/kg/min zou meten. De werkelijke waarde kan anders liggen.
Dat betekent niet dat het getal onbruikbaar is. Juist als je langere tijd hetzelfde sporthorloge of dezelfde fietscomputer gebruikt, kan de ontwikkeling van je waarde interessant worden.
Zie je bijvoorbeeld dat je geschatte VO2 max gedurende een aantal maanden langzaam oploopt, terwijl je trainingen en omstandigheden vergelijkbaar zijn? Dan is dat een stuk interessanter dan wanneer je na één rit een punt hoger uitkomt.
Waarom je VO2 max na een slechte rit kan dalen
En dan wordt het misschien nog verwarrender.
Je hebt een slechte dag, je hartslag ligt hoger dan normaal en je benen voelen zwaar. Na afloop is je VO2 max ineens lager. Ben je dan daadwerkelijk minder fit geworden?
Waarschijnlijk niet.
Je lichaam is geen machine die iedere dag onder dezelfde omstandigheden presteert. Vermoeidheid, herstel en omstandigheden kunnen invloed hebben op je hartslag en prestaties. Als die gegevens veranderen, kan ook de berekende VO2 max veranderen.
Daarom zegt één slechte uitslag eigenlijk niet zoveel.
Hetzelfde geldt voor een plotselinge stijging. Een hoger getal na één goede rit betekent niet automatisch dat je conditie in een paar dagen spectaculair is verbeterd.
Kijk naar de ontwikkeling, niet naar één training
Dat is waarschijnlijk de belangrijkste manier om met je VO2 max om te gaan.
Als je iedere training naar het getal kijkt, is de verleiding groot om iedere kleine verandering serieus te nemen. Maar een stijging van 51 naar 52 en vervolgens weer terug naar 51 zegt weinig.
Een trend over meerdere weken of maanden vertelt veel meer.
Dat maakt een sporthorloge of fietscomputer juist interessant. Je hoeft niet precies te weten of jouw VO2 max 51, 52 of 53 is om te kunnen zien dat je conditie zich waarschijnlijk ontwikkelt.
En hoe zit het met je trainingsmaatje?
Daar wordt het getal misschien wel het meest interessant. Je rijdt samen een training en kijkt na afloop naar je gegevens. Jij hebt een VO2 max van 52, terwijl je trainingsmaatje op 61 uitkomt. Is hij dan automatisch fitter dan jij?
Nee, zo simpel is het niet.
VO2 max wordt uitgedrukt in milliliters zuurstof per kilogram lichaamsgewicht per minuut. Leeftijd en geslacht spelen daarbij bijvoorbeeld een rol.
Daarnaast blijft de meting van een sporthorloge of fietscomputer een schatting. En een hogere VO2 max betekent niet automatisch dat je harder fietst. Twee fietsers met dezelfde waarde kunnen heel verschillende prestaties leveren. De één kan bijvoorbeeld langer een hoog vermogen vasthouden, terwijl de ander efficiënter met zijn energie omgaat. Ook de manier waarop je met zuurstof omgaat tijdens inspanning speelt daarbij een rol. Zo wordt er regelmatig gekeken naar ademhalingstechnieken als manier om de prestaties tijdens inspanning te verbeteren.
Je VO2 max vertelt dus vooral iets over je aerobe capaciteit, maar niet hoe goed je uiteindelijk een koers of lange rit kunt rijden.
Wanneer wordt de meting wel interessant?
Vooral wanneer je de omstandigheden zoveel mogelijk gelijk houdt.
Gebruik je langere tijd hetzelfde sporthorloge of dezelfde fietscomputer en worden je hartslag en, bij het fietsen, je vermogen betrouwbaar gemeten? Dan wordt het makkelijker om veranderingen in je geschatte VO2 max te herkennen.
Je hoeft daarvoor niet iedere training maximaal te gaan. Het gaat er vooral om dat je apparaat voldoende bruikbare gegevens krijgt om een goede schatting te maken.
Wil je je echte VO2 max weten?
Dan is er maar één manier om het getal daadwerkelijk te meten: een inspanningstest met ademgasanalyse.
Daarbij wordt tijdens een zware inspanning rechtstreeks gekeken hoeveel zuurstof je lichaam opneemt. Dat is nauwkeuriger dan de schatting van je sporthorloge of fietscomputer.
Voor de meeste fietsers is het echter helemaal niet nodig om precies te weten of hun VO2 max 52 of 54 is. Als je vooral wilt weten of je conditie vooruitgaat, kan de schatting van je apparaat daar prima voor worden gebruikt.
Dus de volgende keer dat je sporthorloge of fietscomputer je VO2 max laat zien, hoef je het getal niet meteen te geloven én ook niet meteen te negeren. Kijk vooral naar wat het over een langere periode doet. Dat vertelt uiteindelijk meer dan die ene mooie 58 na je zondagochtendrit.












