Hoe je de Tour de France overleeft zonder één woord Frans (nou ja, één)
Getty Images

Je staat bij de Tour de France. Het grootste wielerevenement ter wereld, midden in het land van Poulidor, stokbrood en administratieve formulieren in drievoud. Er is alleen één probleem: jouw Frans is op de middelbare school blijven steken bij "je m'appelle" en dat is inmiddels ook alweer even geleden. Geen paniek. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat je verrassend ver komt met wijzen, knikken en overtuigend "oui" zeggen.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Stap 1: alles is "un café"
Honger? Un café. Dorst? Un café. Wil je eigenlijk gewoon even zitten omdat het peloton pas over drie uur langskomt? Un café. De Franse horeca is erop gebouwd. Zolang je maar niet probeert een cappuccino na twaalf uur te bestellen, want dan verraad je jezelf alsnog als toerist.
Stap 2: wijzen is een taal
De bakker begrijpt je vinger perfect. Wijs naar het stokbrood, steek twee vingers op, klaar. Dit systeem werkt bij croissants, bij kaas en zelfs bij de merchandisekraam waar je toch weer zo'n gele pet koopt die je thuis nooit meer opzet.
Stap 3: het wielerwoordenboek red je
Het mooie van de Tour is dat je de belangrijkste woorden allang kent, want het wielrennen heeft ze gewoon gejat. Peloton, échappée, flamme rouge, lanterne rouge, col, hors catégorie. Je spreekt meer Frans dan je denkt. Je gebruikt het alleen normaal gesproken om naar je televisie te schreeuwen.
Stap 4: het ene woord dat je écht nodig hebt
"Allez." Daarmee kom je de hele dag door. Renner rijdt voorbij: allez. Iemand houdt je een bidon voor: allez. Je snapt niet wat de gendarme tegen je zegt maar hij wijst vriendelijk: allez, en je loopt gewoon de kant op die hij aanwijst.
Het Tour-woordenboek: 15 woorden die je écht gaat gebruiken
# | Woord | Officiële betekenis | Wat het écht betekent |
|---|---|---|---|
1 | Bidon | Drinkfles | Het enige gratis souvenir, mits je bereid bent met veertig volwassenen te vechten om een halfleeg flesje met andermans speeksel erop |
2 | Ravitaillement | Bevoorradingszone | Voor renners: gelletjes. Voor jou: de camping-buurman die om elf uur 's ochtends al met paté en rosé zwaait. Weiger nooit |
3 | Chapeau | Hoed, respect | Zeg het tegen elke renner, tegen de man die met een koelbox een col op liep, en tegen jezelf als je na dag drie nog geen zonnesteek hebt |
4 | Grimpeur | Klimmer | Iemand van 58 kilo die bergop rijdt alsof zwaartekracht een mening is. Niet te verwarren met jou, hijgend naast je fiets op diezelfde berg |
5 | Rouleur | Hardrijder op vlak terrein | Jouw officiële excuus zodra de weg omhoog gaat. "Ik ben meer een rouleur." Werkt al decennia |
6 | Soigneur | Verzorger | Thuis heet deze persoon je partner, alleen krijgt die er niets voor betaald en hoort er meer gezucht bij |
7 | Musette | Linnen etenstasje | Het enige tasje dat je aan de kant van de weg kunt vangen en waarvan de inhoud alsnog beter is dan je eigen lunch |
8 | Étape | Etappe | "Welke étape is dit?" klinkt beter dan toegeven dat je na twee weken camperen geen idee meer hebt welke dag het is |
9 | Défaillance | Hongerklop | Frans heeft er een woord voor dat klinkt als poëzie. Nederlands heeft "de man met de hamer", wat ook wel iets heeft |
10 | Baroudeur | Kansloze aanvaller | Het Franse woord voor hoop. Ook toepasbaar op elke poging om in het Frans een treinkaartje te kopen |
11 | Pavé | Kasseien | Stenen die fietsen, polsen en vriendschappen testen. Fransen zijn er trots op. Renners iets minder |
12 | Caravane | Reclamekaravaan | De enige plek ter wereld waar volwassenen duiken voor een gratis waspoedermonster |
13 | Contre-la-montre | Tijdrit | Drie uur wachten voor zes seconden actie. Toch weer helemaal de moeite waard |
14 | Toilettes | Toilet | Het belangrijkste woord van dit lijstje. Leer het vóór je die tweede fles rosé van de buurman aanneemt |
15 | Doucement | Rustig aan | Wat de gendarme zegt als je over de afzetting hangt. Wat je lichaam zegt na een week Tour. Wat niemand in het peloton ooit doet |
Conclusie
Frans leren voor de Tour is als een aeropositie trainen voor een tochtje naar de supermarkt: leuk voor de vorm, maar niet nodig. Un café, wijzen, allez. Meer heb je niet nodig. Behalve misschien zonnebrand. Maar daar kun je ook gewoon naar wijzen.












