Hoe je een bocht neemt op de fiets als een prof
Trevor Raab

Als nieuweling en junior was ik in het mountainbiken en veldrijden zeker niet de meest technische renner. In criteriums lag dat anders. Daar won ik meer dan eens een koers door simpelweg harder dan de rest door de laatste bocht te durven gaan. Niet mooier, niet netter, gewoon sneller en zo plat mogelijk.
Toen ik datzelfde trucje bij mijn eerste wedstrijden als belofte probeerde te gebruiken om niet te hoeven lossen, ging het ook een paar keer flink mis. Ik vloog uit de bocht op een rotonde in het centrum van Aix en Provence. En ik schoof onderuit in een lange afdaling ergens in Italië, om te eindigen met mijn onderbenen over de rand van een afgrond, uitkijkend over een wijngaard. Dat zijn momenten die je niet snel vergeet, en die je vooral heel duidelijk maken dat bochten nemen meer is dan alleen lef.
Dit artikel verscheen eerder op bicycling.com door Tara Seplavy
Het ontwikkelen van de vaardigheden die je nodig hebt om comfortabel en met vertrouwen hard door bochten te rijden, hoort bij het basispakket van fietsbeheersing dat elke fietser zou moeten oefenen. Leren hoe je bochten neemt op de fiets is een belangrijke vaardigheid, ongeacht je niveau, van beginner tot prof.
En het gaat niet alleen om sneller gaan. Een goede bochtentechniek geeft je meer controle over je fiets en maakt je ritten veiliger.
“Vertrouwen hebben in je bochtentechniek zorgt ervoor dat je veel meer van het fietsen geniet,” zegt Neal Henderson, al meer dan 20 jaar coach in het wielrennen en triatlon, en in 2012 en 2016 bondscoach van de Amerikaanse olympische wielerploeg. “Als je ooit de kans krijgt om grote bergen te beklimmen, zijn die meestal niet recht. Ze hebben haarspeldbochten en andere bochten, dus zodra je weer naar beneden gaat, moet je op die vaardigheden kunnen vertrouwen om van de afdaling te genieten.”
Bochten nemen vergt oefening, dus wees geduldig en blijf eraan werken. Maar zodra je de kracht en controle voelt van een goed gesneden bocht, is er weinig dat dat overtreft. Hier zijn een paar technieken die mij hebben geholpen, plus tips uit Hendersons jarenlange ervaring.
6 tips voor bochten nemen in alle situaties
1. Rem vóór de bocht
Deze tip is vooral belangrijk. Op afdalingen of in snelle bochten moet je al je remwerk doen vóór de bocht. “Je snelheidscontrole moet het meest effectief en veilig gebeuren voordat je de bocht inzet,” zegt Henderson. “Als je tegelijk stuurt en remt, heb je veel meer kans om grip te verliezen en te gaan glijden of te crashen. Dus snelheid controleren voordat je überhaupt de bocht ingaat, is heel belangrijk.”
Dit is nog crucialer als het wegdek nat is. Je moet er dan ook rekening mee houden dat je eerder dan normaal begint met remmen richting de bocht, zelfs met schijfremmen. “Het gaat niet alleen om de kracht van de rem, het gaat erom dat de band contact houdt met de grond en niet gaat schuiven of slippen,” zegt Henderson. “Het gebruik van zowel de voor- als achterrem tijdens het remmen is belangrijk.”
Het zogenoemde ‘featheren’ van de remmen, waarbij je licht en snel afwisselend remdruk geeft en weer loslaat, kan je helpen je snelheid beter te controleren dan hard in één keer remmen.
2. Kijk waar je heen wilt
Terwijl je door de bocht gaat, moet je je blik richten op de richting waar je naartoe wilt. Dat helpt je een vloeiende lijn te rijden en het helpt ook echt om te bepalen waar je uiteindelijk uitkomt.
“Je ogen wijzen altijd de weg,” zegt Henderson. “Als je ooit langzame haarspeldbochten rijdt, bijvoorbeeld omhoog op een mountainbikeroute, is het cruciaal dat je ogen de weg leiden.” Door je blik te verplaatsen, zal je fiets volgen.
3. Verplaats je gewicht en laat de fiets hellen
De verdeling van je gewicht tijdens het nemen van een bocht is cruciaal. Om te voorkomen dat je wegglijdt, moet je het voorwiel belasten door je handen in de beugels van het stuur te leggen en je ellebogen licht gebogen te houden. Probeer niet te trappen in de bocht.
“Op een racefiets wil je over het algemeen in de beugels zitten voor de meeste controle in een bocht. Dat verandert ook je lichaamshouding en waar je zwaartepunt zit en hoe het gewicht verdeeld is over het voor- en achterwiel,” zegt Henderson. “Als je niet genoeg gewicht op je voorwiel hebt, kan dat voorwiel wegglijden. Op een mountainbike moet je meer denken aan die gereed-positie, met gebogen ellebogen.”
Oefen vervolgens druk uit met je buitenste hand en buitenste voet, zodat je een houding krijgt zoals bij een skibocht. “We willen de binnenste voet omhoog, de buitenste voet omlaag, en druk zetten op die buitenste voet, dus gewicht op de buitenste voet, en leunen in de richting waarin je draait,” zegt Henderson.
Laat de remmen los en begin de bocht door de fiets, niet je lichaam, de bocht in te laten hellen. Dat kun je doen door licht naar beneden te duwen met je binnenste hand. Sommigen noemen dit countersturen. Als de bocht scherper is of je snelheid hoger, laat je de fiets verder hellen, en andersom.
“Bochten nemen is niet het draaien van het stuur,” zegt Henderson. “Tenzij je extreem langzaam rijdt of op een driewieler zit, stuur je niet echt op die manier. Ja, je kunt je stuur een beetje bewegen, maar bochten nemen en draaien komt vooral door het verplaatsen van je lichaamsgewicht.”
4. Richt je lijn op de binnenkant van de bocht
Snijd een vloeiende boog door het apexpunt, het binnenste punt van de bocht. Begin aan de buitenkant van de bocht, dicht bij de middenlijn. Richt je op de binnenkant van de bocht en ga er vervolgens weer zo ver mogelijk aan de buitenkant uit. Ga niet over de dubbele gele streep als je op de weg rijdt.
“Om de meeste snelheid mee te nemen, denk aan: buitenkant aanrijden, strak door het apexpunt van de bocht, en dan weer terug naar de buitenkant om de straal van de bocht te verkleinen. Buiten, binnen, buiten,” zegt Henderson. “Zo gebruik je de volledige breedte van de weg. Daarmee verklein je de scherpte van de bocht.”
Als je de bocht uitkomt, zet je de fiets geleidelijk weer rechtop en begin je weer te trappen.
Als je op een bochtige weg of een weg met haarspeldbochten rijdt die van links naar rechts gaan, moet je volgens Henderson ook nadenken over hoe je de ene bocht voorbereidt op de volgende. “Met snelheid moeten we ons eerder op opeenvolgende bochten voorbereiden.”
5. Pas je aan aan verschillende ondergronden
Je moet ook letten op zand, stenen, rommel, gravel of scheuren in het wegdek die ervoor kunnen zorgen dat je banden grip verliezen en wegglijden. Henderson zegt dat het goed is om op verschillende ondergronden te oefenen. Als je eenmaal weet wat de omstandigheden zijn in een bepaalde bocht, kun je elke keer langzaam je snelheid verhogen.
“Als je op een mountainbike of gravelbike rijdt, weet je dat het terrein veel variabeler is, en hoe je bochten neemt op die verschillende ondergronden verschilt ook,” zegt Henderson. “Je kunt dus niet in alle disciplines precies dezelfde techniek gebruiken, vanwege de ondergrond waarop je rijdt. Aarde, stenen, stof, gravel, die hebben allemaal invloed op hoe je je bochten rijdt.”
6. Blijf rustig in de regen
Gooi je regen in de mix, dan verandert je aanpak nog meer. Wegmarkeringen, putdeksels en vettig asfalt worden glad in natte omstandigheden. Natte wegen vergroten elk effect van wat je doet. Remmen terwijl de fiets helt zorgt ervoor dat je sneller gaat glijden, en abrupt sturen kan ervoor zorgen dat je wielen wegglippen, dus doe rustiger aan.
Ook je fietsafstelling speelt hier een rol, zegt Henderson. “Welke banden je gebruikt in nat weer en welke bandenspanning je rijdt, heeft invloed op welke snelheid je door een bepaalde bocht aankunt. Een bredere band met lagere druk kan een iets hogere snelheid aan dan een smallere band met hogere druk.”
Hoe je bochten nemen kunt oefenen
Nu je deze tips kent, is het tijd om ze in de praktijk te brengen. Henderson stelt voor om te oefenen op een zachtere ondergrond zoals gras totdat je het gevoel te pakken hebt. Je gaat misschien niet zo snel, maar je kunt wel oefenen met het laten hellen van de fiets en bochten nemen zonder het stuur te draaien. Als je er klaar voor bent, ga je oefenen op asfalt.
Op een parkeerplaats kun je waterflessen of pionnen gebruiken om een mini slalomparcours uit te zetten. “Begin met een rechte lijn en oefen dat, met bochten links en rechts achter elkaar,” zegt Henderson. “Om het moeilijker te maken, zet je ze verspringend neer zodat je voor elke bocht scherper moet sturen. En begin weer langzaam en bouw de snelheid geleidelijk op.” Als je beter wordt, oefen dan moeilijkere bochten.
Als je dat eenmaal onder de knie hebt, is er nog meer om aan te werken, vooral als je geïnteresseerd bent in wedstrijden. Henderson raadt aan om deze bewegingen te oefenen terwijl je achter of naast een andere fietser rijdt, en daarna in een grotere groep, zodat je gewend raakt aan mensen aan beide kanten van je.
Als je in een groep rijdt, is de kans groot dat je niet de ideale lijn door een bocht rijdt. “Je kunt niet zomaar kiezen voor de snelste lijn, je moet volgen wat er voor je gebeurt en ook rekening houden met wat er achter je gebeurt. Als je je eigen lijn met snelheid wilt rijden, ga dan voorop rijden of laat je juist wat terugzakken,” zegt Henderson.









