Hoe mijn voorbereiding voor de Maratona dles Dolomites heeft uitgepakt

Update: 6 augustus 2026 om 10:44
Praat mee!
Online Editor

© Getty Images

Hoe mijn voorbereiding voor de Maratona dles Dolomites heeft uitgepakt

03.30 uur. De wekker gaat. Met de slaap nog in de ogen en opgerold in onze slaapzakken werken we één voor één witte broodjes met jam en speculoos naar binnen. De spanning stijgt: over drie uur klinkt het startschot.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Maratona dles Dolomites

Het is oktober 2025 als ik bij toeval op een inspirerend artikel stuit over de Maratona dles Dolomites. De Passo Campolongo, Pordoi, Sella, Gardena, Giau en Valparola: het zijn betoverende bergpassen met waanzinnige uitzichten. ‘Dit wil ik ook doen.’ ‘Nou, dan doe je het toch.’ Zo gezegd, zo gedaan. Mijn vriend en ik registreren ons zonder er al te veel bij na te denken voor de loting.

De Maratona dles Dolomites is een van de mooiste en populairste wielerevenementen van Europa. Ieder jaar vertrekken begin juli rond de 9.000 amateurwielrenners naar het noordoosten van Italië om zich over te geven aan de betoverende, maar gevreesde bergpassen van de Dolomieten. De helft van de startplaatsen is gereserveerd voor Italianen en de andere helft voor andere nationaliteiten. Van de 32.400 aanmeldingen, ontvang ik halverwege november een e-mail met de woorden: ‘Complimënc Claire Venema, you have been drawn.’ Mijn hart begint sneller te kloppen. Gelijk lees ik alle artikelen die ik maar kan vinden over deze tocht en bekijk ik alle foto’s van het afgelopen jaar. Ik schreeuw het nog net niet uit vanaf het balkon. De spanning giert door mijn lijf. Er moet getraind worden. En wel nu.

Genieten is het enige wat moet

In de maanden richting de Maratona wordt er zo veel mogelijk gefietst. Tempotrainingen, intervalsessies en lange duurritten: de focus ligt op het bouwen van duurvermogen, maar in de praktijk doen we wat goed voelt. Gemiddeld zit ik zo’n vier tot zeven uur per week op de fiets, maar een vast trainingsschema volg ik niet. Als het geen maanden meer zijn tot de grote dag, maar weken, slaat de stress soms toe: doen we wel genoeg? Fietsen we wel voldoende kilometers? Moeten we niet meer hoogtemeters maken? We doen nog mee aan de Hennie Kuiper Classic in Duitsland, fietsen de Elfstedentocht in Friesland en besluiten van de reis naar de Maratona een fietsvakantie te maken. Dit betekent dat we beiden met onze gravelbikes aan de start van de Maratona zullen staan, in tegenstelling tot alle dure S-Works die ons tegen die tijd in La Villa om de oren zullen vliegen. Twee weken van tevoren reizen we met de Nightjet van Amsterdam naar Innsbruck. We fietsen een week lang met volle bepakking richting het startdorp La Villa, pakken de Stelvio ook nog mee en maken in die week nog zo’n twintig uur zadeltijd. We kunnen nu niets meer aan de benen veranderen.

De broodjes met jam en speculoos gaan om 03.40 uur niet van harte naar binnen. De zenuwen nemen toe. Buiten hangt de koude ochtendlucht nog over de camping en met bibberende handen smeren we onze benen en armen vol kippenvel in. Het is buiten nog maar zo’n acht graden. Met ons startnummer op onze helm, fiets en shirt spreken we elkaar nog een korte peptalk toe en beloven we te genieten. Genieten is het enige wat moet. En dan is het eindelijk zover.

Na maanden trainen staan we hier

Met tintelende vingers van de kou, rollen we vanaf camping Sass Dlacia zo’n 11 kilometer naar beneden naar startdorp La Villa. Uit alle hoeken en gaten sluiten steeds meer wielrenners zich aan bij de stroom fietsers op weg naar de start. De zon komt op en kaatst haar eerste stralen op het dolomietgesteente van de steile toppen en pieken. Langzaamaan komt de muziek steeds dichterbij. Borden wijzen ons de weg naar de verschillende startvakken (rood, groen, blauw en geel). Alle vrouwen starten automatisch in startvak twee (groen), maar omdat mijn vriend is ingedeeld in de laatste groep (geel), sluit ik bij hem aan. Om 05.55 uur voegen we ons bij de oneindige stroom fietsers die al voor ons staan te wachten. Iedereen waggelt een beetje heen en weer om zichzelf warm te houden. Harde muziek en Italiaanse stemmen galmen door de speakers. Ik versta niets van de interviews en verhalen, maar hoor nog net de naam Nibali vallen. Hij doet dit jaar mee aan deze Granfondo en staat te wachten in startvak één, net als onder andere Paolo Bettini en Alessandro Petacchi. Om 06.30 uur klinkt dan eindelijk het startschot, maar in startvak vier gebeurt er nog weinig. Pas om 07.05 uur schuifelen we langzaam wat naar voren en begint de chaos: stoppen, remmen, in- en uitklikken. Terwijl de muziek hard door de speakers dreunt, helikopters over ons heen vliegen en de duizenden fietsers om ons heen langzaam in beweging komen, dringt het besef steeds verder door: na maanden van trainen staan we hier. En rond 07.15 uur begint het eindelijk een beetje op fietsen te lijken.

Maratona dles Dolomites© Getty Images

Het is menens

De lucht is blauw, de zon speelt steeds meer met de bergtoppen om ons heen en het is een graad of negen. We beklimmen in een gigantisch peloton gestaag de eerste bochten van de Passo Campolongo. De eerste van de zeven passen is complete chaos. Jasjes worden uit- en aangedaan, mensen klikken plotseling uit, de eerste bananenschillen vliegen ons om de oren en ik zie wielrenners met strakke gezichten hun eerste gelletjes naar binnen werken: dit is menens. Als een eindeloos mierenspoor zetten we ons voort. Na 5,8 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 6,3 procent komen we aan op de top van de eerste pas en vallen we in een uitgebreid buffet vol broodjes, wafels, stukken cake, sinaasappels en drinken. De meeste renners kijken er niet eens naar om, maar wij stoppen. Later realiseren we ons dat het, gezien de tijd, belangrijk is om de eerste uren zonder omkijken door te blijven trappen. Maar onze enige regel is genieten.

Rustige wegen© Getty Images

De truc schijnt te zijn om jezelf te sparen voor die eerste vier passen: Passo Campolongo, Pordoi, Sella, Gardena. Drie van deze beklimmingen zijn nog geen zes kilometer lang, met uitzondering van de Pordoi. Deze vraagt als tweede bergpas direct negen kilometer lang een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9 procent. Met de benen fris en een lijf vol snelle koolhydraten vliegen de eerste kilometers voorbij. Als de muziek achter ons wat gaat liggen, blijft er een grote groep zwijgende en puffende fietsers over. Er is geen auto te bekennen en er heerst een totale fietsfocus. Allemaal willen we hetzelfde: finishen met die medaille om onze nek. Na elke behaalde top trekken we weer onze extra lagen fietskleding aan. In de schaduwrijke afdalingen schieten we bibberend in onze windjacks naar beneden, om vervolgens gutsend van het zweet opnieuw de volgende klim op te draaien.

106 of 138 km?

Voordat we het doorhebben, is het opeens 11.15 uur. We wagen ons voor de tweede keer aan de Passo Campolongo en het moment nadert waarop je wordt gedwongen af te slaan naar de route van 106 kilometer als je de splitsing niet vóór 11.50 uur bereikt. Ik schrik. Ik wil die 138 kilometer. Ik wil de Passo Giau op. Ik wil tot het gaatje gaan tijdens die 9,9 kilometer met een gemiddeld hellingspercentage van 9,3 procent. Mijn vriend is realistischer, maar ik trap mezelf nog even helemaal kapot op de Campolongo, voordat ik me realiseer dat het onbegonnen werk is om op tijd bij de splitsing aan te komen. De uitzichten zijn te mooi en het hele spektakel voelt zo extatisch, dat de teleurstelling over de kortere route nauwelijks ruimte krijgt. Bij Cernadoi slaan we de route van 106 kilometer in. Wat volgt, zijn prachtige wegen met niemand in zicht. De drukte van begin deze ochtend is compleet verdwenen en we rollen geruisloos over de kronkelende asfaltwegen tussen de bergen door.

Maratona dles Dolomites© Getty Images

'Is this ever gonna end!?’'

Elke 30 minuten een gelletje of reepje nemen was ons mantra, maar aan de voet van de Passo Valparola krijg ik geen gelletje meer naar binnen. Met verstand op nul trap ik 11,5 kilometer, 786 hoogtemeters, een gemiddeld stijgingspercentage van 6,7 procent en stukken van 15 procent kotsmisselijk omhoog. Er heerst stilte onder de fietsers, die alleen wordt doorbroken door zware ademhaling, gehijg of wat gejammer en gekreun. Fietsende Italianen naast me roepen mijn naam, een groep Nederlanders schreeuwt me na dat ik te hard ga en in de linkerbaan demarreer ik omhoog. Het lijkt wel een soort trance. Het uitzicht is zo overweldigend mooi en ook al zijn de benen soms overweldigend aan het verzuren: we zetten door. De zon schijnt fel en het voelt euforisch om steeds dichter bij de finish te komen. Het is een eindeloze klim. ‘Is this ever gonna end!?’ hoor ik op een gegeven moment iemand schreeuwen. Bovenop de top is het koud en werkt iedereen eindelijk weer wat vast voedsel naar binnen.

Maratona dles Dolomites© Getty Images

We hebben het gedaan

We kijken elkaar vol ongeloof aan en genieten van de lange afdaling terug naar Corvara. Als een kronkelende rode loper lijkt de weg voor ons uitgerold richting de kers op de taart: de Mur dI Giat. 370 meter lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van 12,4 procent en een slotstuk van 19 procent. Ik kan niet wachten. De adrenaline schiet door mijn lijf. Hier heb ik zin in. Als we onder de duivelse boog door rijden, staan aan weerszijden van de weg toeschouwers juichend achter de hekken. Voor me zie ik al mensen lopen, afstappen of slingerend omhoog fietsen. Ik bijt op mijn tanden, knijp in mijn stuur en ga ervoor. ‘Signorina, signorina: go, go, go!’ Mensen joelen mijn naam, klappen en schreeuwen ons kracht toe. En dat werkt. Bovenaan de top zie ik bijna sterretjes. Dan naderen we het bord: ultimo kilometro. Dit is het gewoon. We hebben het gedaan. Met de grootste glimlach rollen we de finishlijn over. De roes van adrenaline, enthousiasme en kracht sluimert langzaam weg. Vermoeidheid en dankbaarheid overheersen.