Hoe vaak moet je tubeless sealant vervangen?
Bicycling

Tubeless rijden heeft veel voordelen. Minder kans op lekrijden, meer grip en de mogelijkheid om met een lagere bandenspanning te rijden. Toch denken veel fietsers dat een tubeless setup na montage geen onderhoud meer nodig heeft. Juist daar gaat het vaak mis. Uitgedroogde sealant is een van de belangrijkste oorzaken van een tubeless band die ineens geen lek meer dicht of langzaam leegloopt. De goede vraag is daarom niet óf je tubeless sealant moet vervangen, maar hoe vaak. Gelukkig is dat eenvoudiger dan veel wielrenners en gravelaars denken.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Waarom tubeless sealant niet eeuwig meegaat
Tubeless sealant bestaat grotendeels uit vloeistof en latexdeeltjes. De vloeistof houdt de latex bruikbaar, zodat het middel direct een gaatje kan afdichten zodra je een doorn, steentje of spijkertje oppikt. Na verloop van tijd verdampt een deel van die vloeistof via de band en tijdens het oppompen ontsnapt opnieuw een kleine hoeveelheid. Daardoor verandert de sealant langzaam van een dunne vloeistof in een stroperige massa en uiteindelijk in een harde latexklont. Op dat moment biedt de sealant nauwelijks nog bescherming. Je rijdt misschien nog rond met een tubeless band, maar de kans is groot dat een lek niet meer vanzelf wordt gedicht.
Lees ook: Zo eenvoudig is het tubeless maken van je banden op gravelbike of racefiets
Hoe vaak moet je tubeless sealant vervangen?
Voor de meeste Nederlandse fietsers is het verstandig om de sealant iedere twee tot vier maanden te controleren. In veel gevallen is bijvullen na ongeveer twee maanden al slim, zeker wanneer je veel kilometers maakt. Gebruik je de fiets slechts af en toe of staat hij in een koele schuur of garage, dan kan de sealant vaak iets langer meegaan. Rijd je juist meerdere keren per week of staat je fiets regelmatig in een warme garage of auto, dan droogt de sealant sneller uit.
Een praktisch onderhoudsschema ziet er zo uit:
- Controleer iedere 6 tot 8 weken of er nog vloeibare sealant aanwezig is.
- Vul de sealant iedere 2 tot 3 maanden aan.
- Vervang alle oude sealant minimaal twee keer per jaar volledig.
- Controleer altijd vóór een lange toertocht, vakantie of granfondo of er nog voldoende sealant aanwezig is.
Lees ook: Tubeless op de racefiets: Hype of slimme upgrade?
De eenvoudigste manier om te controleren
Je hoeft een tubeless band niet direct open te maken om te weten of de sealant nog goed is. Pak het wiel uit de fiets en schud het naast je oor. Hoor je duidelijk vloeistof door de band bewegen, dan zit er waarschijnlijk nog voldoende bruikbare sealant in. Blijft het volledig stil, dan is het verstandig om de band te openen en de hoeveelheid te controleren. Een tweede aanwijzing is dat je banden ineens veel sneller lucht verliezen. Moet je iedere paar dagen bijpompen terwijl dat eerder nauwelijks nodig was, dan is de kans groot dat de sealant zijn beste tijd heeft gehad.
Lees ook: Onderhoud van tubeless fietsbanden: Zo houd je ze in topconditie
Welke omstandigheden verkorten de levensduur?
Niet iedere fietser hoeft even vaak nieuwe sealant toe te voegen. Verschillende factoren bepalen hoe snel het product uitdroogt.
- Warmte speelt daarbij een grote rol. Tijdens hete zomers of wanneer een fiets regelmatig in een warme auto ligt, verdampt de vloeistof aanzienlijk sneller.
- Ook veelvuldig oppompen versnelt het proces. Iedere keer dat je verse lucht toevoegt, ontsnapt opnieuw een klein deel van de vluchtige bestanddelen uit de sealant.
- Daarnaast heeft het type band invloed. Smalle racefietsbanden bevatten minder sealant dan brede gravel- of mountainbikebanden. Daardoor droogt de inhoud relatief sneller uit.
- Gebruik je onderweg een CO₂-patroon om een lekke band weer op druk te brengen, controleer de sealant dan zodra je thuiskomt. Bij sommige latexsealants kan CO₂ ervoor zorgen dat de sealant sneller samenklontert.
Wanneer moet je de sealant direct vervangen?
Soms is wachten tot de volgende onderhoudsbeurt geen goed idee. Na een grote lekke band waarbij veel sealant naar buiten is gespoten, is aanvullen vrijwel altijd noodzakelijk. Ook wanneer je de band opent en alleen nog droge latexresten aantreft, is het tijd om alles schoon te maken en opnieuw te beginnen. Merk je bovendien dat kleine gaatjes niet meer vanzelf dichten of dat de band langzaam blijft lekken, dan is verse sealant meestal de oplossing.
Oude sealant verwijderen: zo doe je dat veilig
Bij een volledige verversing hoef je niet direct naar agressieve schoonmaakmiddelen te grijpen. Haal de band van de velg en verwijder de opgedroogde latex voorzichtig met je duimen of een stevige natuurlijke gum. Hardnekkige resten kun je zachter maken door de band kort in warm water te leggen. Gebruik liever geen metalen of scherpe kunststof gereedschappen; daarmee beschadig je eenvoudig het karkas van de band of de velg. Aceton en andere oplosmiddelen kun je beter vermijden. Die kunnen het rubber aantasten en de werking van nieuwe sealant verminderen.
Lees ook: Hoe vaak krijgen Tourrenners eigenlijk nieuwe banden?
Een paar minuten onderhoud voorkomt een lange wandeling
Tubeless systemen zijn betrouwbaar, maar alleen wanneer de sealant nog vloeibaar is. Een korte controle eens in de paar maanden kost hooguit enkele minuten en voorkomt dat je tijdens een lange rit met een leeglopende band langs de kant van de weg staat. Maak er daarom een gewoonte van om je banden regelmatig even te schudden, de luchtdruk in de gaten te houden en vóór belangrijke ritten de sealant te controleren. Zo profiteer je optimaal van alle voordelen die tubeless rijden te bieden heeft.












