Hoe wordt een koers met Pogačar weer leuk om naar te kijken?
PRO SHOTS / Zuma Press

Tadej Pogačar is oppermachtig: hoe houden we Strade Bianche en andere koersen spannend?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Pogačar heeft afgelopen weekend opnieuw laten zien waarom hij momenteel de maatstaf is in het wielrennen. Tijdens Strade Bianche 2026 koos de Sloveense wereldkampioen ruim 80 kilometer voor de finish voor de aanval, en hij werd daarna niet meer gezien. Het resultaat: een vierde overwinning op rij in Siena en een solo die zijn concurrenten volledig kansloos liet.
En wat blijkt? Het was niet zomaar een indrukwekkende rit, het was een vermogensexplosie waar zelfs ervaren renners van achterover sloegen. Tom Dumoulin en Bauke Mollema waren volledig verbaasd over het gemiddelde vermogen dat Pogačar trapte: 380 watt, vergeleken met 340 watt tijdens zijn solo vorig jaar. Ter vergelijking: Mollema kreeg het voor elkaar vijf uur lang gemiddeld 290 watt te trappen, en dat was net genoeg om als laatste over de finish te komen, vlak voor de bezemwagen. Hij kreeg nog net een glimp mee van Pogačar’s huldiging op Piazza del Campo.
Voor context: een gemiddelde van 380 watt betekent dat Pogačar ongeveer 30 procent meer vermogen produceert dan een renner die al als topuitdager wordt beschouwd in dezelfde koersomstandigheden. Het is alsof je een snelle scooter probeert bij te houden met een amateurfiets terwijl je zelf al vijf uur aan het harken bent. En dat is precies het punt: voor de concurrentie wordt het bijna onmogelijk om te volgen, waardoor het spektakel soms vervroegd beslist is.
Waarom de koers saai kan worden
Volgens Mollema en Dumoulin is het niet alleen de fysieke superioriteit van Pogačar, maar ook de evolutie van het wielrennen. Renners eten meer, trainen slimmer, en houden hogere vermogens over langere tijd vol. Dat betekent dat een renner als Pogačar zijn solo van 80 km kan trekken terwijl anderen al compleet leeg zijn.
“Vroeger, als iemand op tachtig kilometer van de finish ging, viel hij wel stil na tien of twintig kilometer,” zegt Mollema. “Maar dat gebeurt nu niet meer. Het is de hele dag hard.” Het gevolg: koersen kunnen voorspelbaar worden, en de spanning verdwijnt vroeg.
Hoe maken we koersen weer spannend?
Gelukkig zijn er manieren om de show te redden zonder Pogačar zijn aanvallende stijl te moeten afleren:
- Kortere, explosieve klimmetjes
Organisatoren zouden parcoursen kunnen ontwerpen met meerdere korte, steile beklimmingen in plaats van lange uitputtingsslagen. Daardoor blijft de spanning langer bestaan en krijgen renners achter Pogačar meer kans om zich te onderscheiden. - Meer tactische variatie
Teams moeten slimmer samenwerken, met allianties en ontsnappingen, om Pogačar uit te dagen en de koers dynamischer te maken. Zelfs als hij solo gaat, kan de strijd om podiumplaatsen interessant blijven. - Kansen voor jonge en verrassende renners
Frisse talenten voorin zorgen voor chaos en onverwachte acties. Pogačar kan nog steeds winnen, maar het verhaal van de koers krijgt meer lagen. - Creatieve tussendoelen
Denk aan tussensprints of bonuspunten voor specifieke secties, zodat renners die niet kunnen winnen toch kunnen strijden voor eer en punten. Dit houdt het peloton actief en de koers aantrekkelijk om naar te kijken.
Pogačar blijft de maatstaf
Het is duidelijk: Pogačar is een fenomeen dat het wielrennen naar een nieuw niveau tilt, maar dat heeft ook een keerzijde voor het kijkplezier. Zoals Dumoulin en Mollema concluderen, gaat het tegenwoordig van start tot finish hard, en is er weinig tijd voor tactisch spel of gesprekjes in het peloton.
Het antwoord is niet Pogačar afremmen, maar koersen slimmer ontwerpen, zodat zowel de superster als de rest van het peloton de show kunnen stelen. Kortere beklimmingen, explosieve segmenten en tactisch spel kunnen ervoor zorgen dat het wielrennen spannend en leuk blijft, ook als de Sloveen aan de start staat.
Want laten we eerlijk zijn: je kijkt nog steeds graag naar iemand die 380 watt trapt op een solo van 80 km. Maar stiekem hopen we dat iemand ooit nog een match kan bieden. Dat houdt het hart van de wielerfan sneller kloppend.












