If it’s not on Strava, it didn’t happen

Update: 12 augustus 2026 om 18:23
Praat mee!

© Getty Images

If it’s not on Strava, it didn’t happen

Wie in gesprek raakt met voormalig Rabobank-profrenner Remmert Wielinga (37), wordt al snel meegesleurd in een stroom aan anekdotes. Over klimmetjes, records en pogingen die nét mislukten. Over liefde voor duursport, competitie en vooral: voor Strava. David Gaudu is een van de eerste namen die valt. De Franse prof had een KOM gepakt. Voor wie niet dagelijks op Strava zit: KOM staat voor King of the Mountain (voor vrouwen is er de titel QOM (Queen of the Mountain)). Degene die de snelste tijd neerzet op een segment, krijgt een digitale kroon. Wielinga hoefde niet lang na te denken. ‘Ik stuurde hem een berichtje dat ik ’m terug zou pakken. En dat deed ik.’ Gaudu kreeg de KOM voor een klim vanuit Menton, aan de Middellandse Zee, omhoog met zo’n duizend hoogtemeters. Vanuit Wielinga’s woonplaats Monaco is dat bijna zijn achtertuin. Hij hoefde er niet eens echt zijn best voor te doen, hij was weleens dieper gegaan voor een KOM.

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

KOM-jacht in de Alpen

Het blijft niet bij één verhaal. Wielinga vertelt hoe hij de beste tijd heeft staan op de Col de Gavia, een van de zwaarste beklimmingen van de Alpen. Hij is daar twee minuten sneller dan Tadej Pogacar. En ook op een segment tussen Nice en Monaco, een traject van meer dan twintig kilometer, bleef Pogacar ruim een minuut achter. Geen onbelangrijk detail: Wielinga rijdt op een relatief oude, omgebouwde tijdritfiets. Die is beduidend zwaarder dan het materiaal van de huidige profs. Toch draait het gesprek niet om zijn profcarrière. Niet over Rabobank, over gemiste kansen, over dat hij misschien wel beter klom dan Michael Boogerd, of over de pelotonvrees waar hij last van had. Het draait om wat hem ná zijn profbestaan opnieuw motiveerde: Strava. Wie kan het geheim van Strava beter uitleggen dan Wielinga zelf? De man heeft 178 pagina’s aan KOM’s op zijn naam staan, bijna 3.000 stuks. Zelfs Tadej Pogačar komt daar niet bij in de buurt. En dat terwijl ze in dezelfde regio rijden: Monaco en omgeving. Toch moet zelfs de Sloveense superster het hoofd buigen voor de ongekroonde KOM-koning van Strava. Een titel die Wielinga met zichtbaar plezier draagt. ‘Het geheim van Strava?’ glundert de geboren Eindhovenaar. ‘De segmenten. Dat is het sleutelelement. Dat ontbreekt bij andere apps. Het heeft het wielrennen gegamificeerd.’

Juist, ja. De gamificatie van het wielrennen (en vooruit, ook van het hardlopen) heeft het leven van amateursporters voorgoed veranderd. Strava registreert. Motiveert. Daagt uit. Beloont. En soms pijnigt het ook. Maar zelfs de grootste digibeet omarmt de app. Voor velen is het meer dan een tool. Het is een levensstijl. Een religie, volgens sommigen.

'Je hoort erbij, of je nu kilometers maakt of minuten wint'

 Strava als tweede carrière

If it’s not on Strava, it didn’t happen. Het is inmiddels een gevleugelde uitspraak in de pelotonnetjes die wekelijks polders, bossen en dijken doorkruisen. Wielinga staat daarin niet alleen. Neem het Kopje van Bloemendaal, misschien wel het meest prestigieuze segment van Nederland. Jaren geleden staken Niki Terpstra, journalist Thijs Zonneveld en wielertalent Derk Abel Beckeringh elkaar daar de loef af. Zo fanatiek zelfs, dat ze met sprinttreinen en tijdelijke wegafsluitingen probeerden de snelste tijd over die 1,3 kilometer lange klim neer te zetten.

En Strava is soms zelfs meer dan motiverend, namelijk levensreddend. In 2018 tweette Renée Meijer, de vrouw van voormalig prof Steven de Jongh: ‘Strava, you are the big life saver’. Haar man werd dankzij de app teruggevonden in de berm, nadat hij tijdens een rit niets meer van zich had laten horen. Aan de andere kant zijn er ook verhalen van mensen die zichzelf doodreden in de jacht op een record. Of van militairen die onbedoeld hun positie prijsgaven via trainingsdata.

Strava de app© GettyImages

Volgens Strava’s jaarrapport zijn er inmiddels 180 miljoen gebruikers in 185 landen. In 2025 pakten 7,6 miljoen mensen een KOM of QOM. Samen goed voor 14 miljard kudo’s, de digitale duimpjes waarmee sporters elkaar complimenteren met een prestatie. Wielinga zou er best wat meer van willen zien onder zijn ritten. Hij heeft nu zo’n 1.300 volgers. Na zijn afscheid van het profwielrennen in 2011 stapte hij over naar triatlon. Tot zijn vrouw in 2017 zwanger raakte. Hij stopte, maar zocht tegelijk een nieuwe prikkel. En voor wie dat nog niet duidelijk was: competitie zit bij Wielinga diep in de vezels. ‘Dat is geen bewijsdrang’, zegt hij. ‘Ik ben vooral nieuwsgierig. Hoeveel beter kan ik op mijn leeftijd nog worden? Die segmenten zijn dan een perfecte stimulans. Ik sprak daar eens over met Bauke Mollema. Hij zei dat hij na zijn carrière echt niet zo zou leven, met het jagen op KOM’s. Dat snap ik. Maar ik weet ook dat hij heel hard kan lopen. En ik weet zeker dat hij na zijn wielercarrière een marathon gaat lopen voor de best mogelijke tijd. Dat zit gewoon in onze genen.’

De eerste keer dat Wielinga over Strava hoorde, was in een fietsenzaak. Hij had geen idee wat het was en luisterde nieuwsgierig naar de eigenaar. ‘Ik vond het maar raar: dat iedereen kon zien waar ik had gefietst. Was dat geen inbreuk op mijn privacy?’ Maar tegelijk bleef één vraag knagen: hoe kon hij blijven presteren? ‘Dat was wat me dreef. Ik ging me richten op die segmenten. Leuk, zo’n KOM, dacht ik. En dat groeide uit. In 2019 kwam er echt vaart in. Strava werd groter, net als de cycling community in Monaco. Alle profs zaten erop en ik werd meegezogen. Aan selfies en Instagram had ik een hekel, dit voelde als een veel fijnere manier om iets van jezelf te delen.’

Imperium 

Hoe bouwt een trainingsapp zo’n gigantisch gebruikersnetwerk op? We gaan terug naar het begin. De oprichters zijn twee Amerikanen: Michael Horvath en Mark Gainey, roeiers aan Harvard die hun sportieve leven misten. Ze bedachten een digitale kleedkamer, zodat ze contact konden houden met voormalige teamgenoten en andere sporters. Net als vroeger, maar dan online. Dat idee kwam in 2006 tot bloei, toen de technologie er klaar voor was. De naam werd Strava, afgeleid van het Zweedse woord voor ‘to strive’. Al snel ontdekten ze wat sporters verslavend vinden: delen, vergelijken, ranglijsten. Net als in games, waar scores en records de motor zijn. En belangrijker nog: mensen kwamen telkens terug. Voor meer competitie, meer beloning, meer verbondenheid. Die cocktail bleek doorslaggevend. Net als andere grote techplatforms wilde Strava onderdeel worden van het dagelijks leven. De kudo’s – die digitale duimpjes – spelen daarin een grote rol: ze geven aantoonbaar een positief gevoel. Strava bood verbinding in een steeds individuelere sportwereld. In het begin meldden zich vooral mannen van een bepaalde leeftijd met een racefiets. In 2011 kwam daar tijdelijk een aparte hardloopapp bij, die later weer werd samengevoegd. Inmiddels zetten gebruikers Strava aan bij vrijwel elke vorm van beweging.

Strava de app© GettyImages

De sociale interactie is groter dan bij andere sportapps en sluit naadloos aan bij het tijdperk van social media. Want wie fietst of loopt er tegenwoordig nog zonder dat iemand het ziet? Zonder dat iemand een compliment geeft, een route bekijkt, een kudo achterlaat? We sporten allang niet meer alleen voor onszelf. De endorfine van een kudo motiveert voor de volgende training. En je hoort erbij, bij die sportgemeenschap. Daar komt nog iets bij: openlijk voyeurisme. Lekker meekijken met de trainingen van een clubgenoot, die ene vriend met een groot doel, of zelfs een oud-buurman. Strava heeft ze allemaal in beeld. Jarenlang profileerde Strava zich als ‘het Zwitserland onder de sportapps’:compatibel met alle horloges, computers en databronnen. Afgelopen najaar leek daar een eind aan te komen, toen Strava in conflict raakte met Garmin en Garmin-gebruikers wilde blokkeren. De eis werd uiteindelijk ingetrokken. Strava koos weer voor neutraliteit.

 Totale transparantie

Wielinga ziet Strava ook als een kans om het wielrennen transparanter te maken. ‘Dat is toch fantastisch? Je kunt zelfs zien hoe profs trainen. In mijn tijd werden we allemaal scheef aangekeken: ‘Och, ze zullen wel gedrogeerd zijn, daarom rijden ze zo hard.’ Strava biedt een manier om in die context alles te laten zien. Natuurlijk kiezen sommige renners er bewust voor om niet alles te delen, om concurrenten niet wijzer te maken, maar het zou zo veel opheldering kunnen bieden.’ Hij stelt een radicaler idee voor: ‘Alle grote spelers – Tourorganisator ASO, de UCI en de ploegen – aan tafel om af te spreken dat alle trainingsdata openbaar komt. En waar kan dat beter dan op Strava?’

Of dat ooit gebeurt, blijft onzeker. Wat wel zeker is: Strava deelt jaarlijks haar toekomstplannen. Na een beoogde beursgang wil de app AI intensiever inzetten, niet alleen om progressie bij te houden, maar ook om als personal trainer schema’s voor te schrijven. Ook verandert het verdienmodel. Gratis opties verdwijnen langzaam: waar Strava vroeger het hoge aantal gebruikers niet goed kon omzetten naar winst, koos het platform uiteindelijk voor betaalde abonnementen in plaats van advertenties of verkoop van data. Die weg wordt de komende jaren verder gevolgd. Of dat de wereldwijde gamificatie van sport zal stoppen? Niemand weet het. Voor Wielinga maakt het allemaal niet uit: hij blijft Strava gretig gebruiken en is al bezig met de volgende KOM-aanval.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.