Ik ben er klaar mee, ik haat sneeuw!
© Getty Images

Ik ben niet zo van de schuttingtaal, maar vandaag maak ik een uitzondering: kutsneeuw.
Het is officieel: mijn trainingsschema ligt niet in de war, het is volledig onder een witte deken verdwenen. Drie uur buiten fietsen stond er. Drie uur epische winterkilometers bij een waterig zonnetje, rustig malen, bouwen aan die onzichtbare maar oh zo belangrijke basis. De realiteit? Eén uur Tacx. En dat voelde al als karaktervorming.
Mentale escape room
Want laten we eerlijk zijn: een uur binnen fietsen is geen training, het is een mentale escape room zonder uitgang. Je zit vast. Je zweet. Je kijkt naar dezelfde muur, dezelfde plant, hetzelfde raam waarachter, ja hoor, sneeuw ligt. Altijd sneeuw. Alsof iemand speciaal voor mij een eindeloos looping winter-GIF heeft aangezet.
En maart komt dichterbij. Voor mij betekent dat GF Strade Bianche. Witte wegen, Toscaanse heuvels, heroïek, stof, pijn en glorie. Daar wil je niet “redelijk” aan de start staan. Daar wil je topfit zijn. Daar wil je denken: ik heb alles gedaan wat kon. Behalve dus deze week. Nu is het vooral een uur Tacx en daarna… niets. Nou ja, bijna niets.
Fluisterende koektrommel
Want thuiswerken bij code geel of oranje is een sport op zich. Je bureau staat strategisch opgesteld met uitzicht naar buiten, ooit een bron van inspiratie, nu een kwelling. Elke blik naar buiten eindigt in een zucht en een passieve-agressieve blik richting je fiets die werkloos in de hoek staat. En daar, op armlengte afstand, staat hij: de snoeppot. De koektrommel. Geduldig. Begripvol. Troostend. Die vraagt niet om wattages, alleen om overgave.
“Je hebt toch gefietst?” fluistert hij. “Een uur is ook een uur.”
En zo ontstaat de winterse paradox: je beweegt minder, maar denkt meer aan eten. Je traint korter, maar snackt langer. Je verbrandt 600 calorieën en eet ze direct terug, uit solidariteit met jezelf.
Flinke dosis zelfmedelijden
Natuurlijk weet ik dat dit erbij hoort. Dat niemand topvorm opbouwt in perfecte omstandigheden. Dat Tacx-uren ook tellen. Dat sneeuw ooit weer smelt. Maar op dit moment, naar buiten starend, met grindwegen in mijn dromen, voelt het vooral alsof mijn grootste tegenstander geen klim, geen wind en geen wattages zijn.
Maar sneeuw. En een koektrommel.
Wordt het morgen beter? Kan ik snel weer naar buiten? Voorlopig niet. En dus ben ik weer veroordeeld tot een uur Tacx, een flinke dosis zelfmedelijden en, laten we eerlijk zijn, één koekje minder. Of twee. Misschien...




