Tips & Tricks

In de winter hoef je niet te pieken, je moet wel nu kiezen

Update: 16 december 2025 om 10:00

Gijs Ferkranus

Gijs Ferkranus

Waarom je juist nú doelen moet stellen (en hoe je voorkomt dat ze je tegenwerken).

De herfst. Natte wegen, vallende bladeren, en groepsritten die ineens veranderen in appjes als: “Zullen we het maar overslaan vandaag?” De winter is nog erger: koud, donker en qua evenementen vooral… leeg. Natuurlijk, je kunt nog steeds losgaan bij de Drenthe 200 of een paar heroïsche gravel- of MTB-tochten meepakken. Maar eerlijk is eerlijk: dit zijn meestal niet de doelen waar je je hele jaarplanning omheen bouwt.

En juist daarom is dit hét moment om even uit te zoomen. Want als fietser doe je nu iets wat je in mei zelden rustig kunt doen: nadenken.

Waarom doelen stellen in de herfst en winter zo belangrijk is

Zonder doel is fietsen heerlijk vrijblijvend. Je stapt op, rijdt wat rond, komt thuis en denkt: lekker gereden. Maar op de lange termijn werkt dat vaak tegen je. Je conditie blijft hangen, je motivatie zakt weg en ineens voelt zelfs je zondagse rondje als “gewoon weer een rondje”.

Een doel geeft richting. Het is een stip op de horizon waar je trainingen logisch van worden. Waarom doe je die rustige duurtraining? Waarom werk je aan je core? Waarom ga je tóch naar buiten als het regent en 4 graden is? Omdat je ergens naartoe werkt.

En laat dat nu precies zijn waar de winter goed voor is. Geen afleiding van elk weekend een event, geen stress over starttijden of rugnummers. Wel rust om te kiezen: wat wil ik eigenlijk volgend jaar doen?

Niet elk doel is automatisch een goed doel

Een veelgemaakte fout: een doel kiezen omdat anderen het doen. De Marmotte, de Amstel Gold Race, Unbound, Parijs-Roubaix Challenge. Stuk voor stuk fantastisch. Maar dat maakt ze nog niet automatisch geschikt voor jou. Een goed doel past bij:

  • Je beschikbare tijd – Heb je drie avonden per week en een lange zondag, of vooral korte momenten tussendoor?
  • Je leven buiten de fiets – Werk, gezin, slaap, stress: het telt allemaal mee.
  • Je motivatie – Word je blij van lange klimmen, technische trails of juist uren steady doorbeuken?
  • Je ervaring en belastbaarheid – Ambitie is goed, maar blessures zijn hardnekkig.

Stel jezelf daarom één simpele vraag: zou ik het trainingsproces richting dit doel ook leuk vinden als niemand het op Strava ziet?
Zo niet, dan is het misschien niet jouw doel.

Waarom een doel dat bij je past essentieel is

Een doel dat niet bij je past, vreet energie. Je gaat trainen “omdat het moet”, niet omdat je wilt. Elke gemiste training voelt als falen. Elke slechte dag als bewijs dat je het niveau niet hebt.

Een doel dat wél bij je past, doet het tegenovergestelde. Het motiveert je juist op lastige dagen. Het geeft voldoening als je kleine stapjes zet. En zelfs als het einddoel niet perfect lukt, heb je onderweg gewonnen: meer plezier, betere vorm en vaak meer consistentie.

Fietsen is geen strafkamp. Het is een hobby. Behandel het er ook naar.

Eén groot doel: focus of valkuil?

Één hoofddoel kiezen heeft voordelen. Het geeft focus. Je weet waar je “nee” tegen zegt en waar je “ja” tegen zegt. Je trainingen worden specifieker, je planning overzichtelijker. Maar er zit ook een risico aan. Als alles draait om dat ene weekend in juni, wat gebeurt er dan als:

  • je ziek wordt?
  • je geblesseerd raakt?
  • het weer tegenzit?
  • of het simpelweg niet je dag is?

Dan kan één doel ineens voelen als alles-of-niets. En dat is zelden gezond.

De kracht van tussendoelen

Daarom werken tussendoelen zo goed. Zie je grote doel als de hoofdfilm, en je tussendoelen als afleveringen in een serie. Voorbeelden zijn:

  • Een vroege voorjaarsklassieker als testmoment
  • Een lokale toertocht om je duur te checken
  • Een klimchallenge, graveltocht of tijdritje als focusblok
  • Of zelfs niet-wedstrijdgerichte doelen: een FTP-test, 5 uur comfortabel rijden, technisch beter dalen

Tussendoelen geven feedback. Ze houden het leuk. En ze zorgen ervoor dat je motivatie niet volledig afhangt van één dag op de kalender.

Hoeveel doelen heb je nodig?

Meer is niet altijd beter. Twee tot vier duidelijke doelen in een jaar is voor de meeste fietsers ruim voldoende:

  • 1 hoofddoel waar je echt naartoe werkt
  • 2–3 tussendoelen die logisch op weg daarnaartoe liggen

Zo blijft je training gericht, maar ook flexibel. En minstens zo belangrijk: leuk.

En nu?

De herfst en winter zijn niet saai. Ze zijn rustig. En rust is precies wat je nodig hebt om vooruit te kijken. Dus pak een kop koffie, open je kalender en stel jezelf die ene vraag:

Waar wil ik volgend jaar met plezier naartoe trainen?

Niet omdat het moet. Niet omdat anderen het doen. Maar omdat het jóuw fietsjaar mooier maakt. De regen komt vanzelf wel. Je doel ook, als je het nu kiest.

Video