Fietsen vrouwen sneller dan mannen in het jaar 2156?
Getty Images

We hebben het er al eerder over gehad: het vrouwenpeloton ontwikkelt zich sneller dan het mannenpeloton. Minder jaren geschiedenis, dus meer in te halen, en daardoor een groeicurve die steiler omhoog loopt. In de atletiek wordt diezelfde discussie al twintig jaar gevoerd, met een verrassende voorspelling als inzet: ergens rond 2156 zou de snelste vrouw de snelste man op de honderd meter voorbijsprinten. Maar geldt die inhaalslag ook op de fiets? Wordt er in het vrouwenpeloton elk jaar harder gefietst, en lopen de vrouwen daarmee echt in op de mannen? De cijfers geven een genuanceerder antwoord dan je denkt.
Het jaar 2156, en waar dat getal vandaan komt
Op het eerste gezicht lijken de man-vrouwverschillen in de sport glashelder. Het wereldrecord op de honderd meter staat bij de mannen op 9,58 seconden, bij de vrouwen op 10,49. Logisch, zou je zeggen: mannen zijn groter en sterker. Maar dat beeld klopt minder goed dan het lijkt.
Uit Amerikaans onderzoek van de Southern Methodist University (2022) blijkt dat vrouwen op de kortere afstanden in potentie nauwelijks onderdoen voor mannen, juist omdat ze kleiner en lichter zijn en daardoor een gunstigere verhouding hebben tussen spierkracht en lichaamsmassa. Dat strookt met wat de Olympische sprinttijden laten zien: de honderd meter wordt sinds 1900 steeds sneller gelopen, bij mannen én vrouwen, maar de vrouwen verbeteren veel sneller, waardoor de tijden naar elkaar toe kruipen. Toen Britse onderzoekers in 2004 in Nature die lijn doortrokken, kwamen ze uit op een opvallende voorspelling: rond 2156 zou een vrouw de gemengde honderd meter winnen. Mooi getal voor een kop, maar er zit een flink probleem in die rekensom.
>>> Lees ook: De wielerbroek is bij ons weggedemarreerd
Een rechte lijn die geen rechte lijn is
Een trendlijn eindeloos doortrekken betekent namelijk dat de verbetering oneindig doorgaat, en dat is niet houdbaar. Realistischer is een asymmetrisch S-verband: eerst professionaliseert een sport langzaam, dan gaat het hard, en uiteindelijk wordt de concurrentie aan de top zo groot dat de vooruitgang afvlakt. Onderzoek naar de zogeheten Gender World Record Ratio laat precies dat patroon zien. Bij onderdelen waar vrouwen pas laat mochten meedoen, zoals de 800 meter, de marathon en het polsstokhoogspringen, verliep de inhaalslag eerst razendsnel volgens een S-curve, om daarna af te vlakken.
Vrouwen halen dus in, hard zelfs, maar de kloof verdwijnt niet vanzelf. Het getal 2156 is meer een gedachte-experiment dan een serieuze deadline.
>>> Lees ook: 15 Pittige klimmen in Nederland
En op de fiets?
In het wielrennen zien we hetzelfde startpunt: een sport die voor vrouwen veel later professionaliseerde en daardoor nog volop in de steile fase van die curve zit. Dat vertaalt zich in stijgende snelheden. Escape Collective analyseerde meer dan vijfhonderd dagen aan Women's WorldTour-koersen sinds 2016 en keek naar de gemiddelde winsnelheid van eendagskoersen. Van de veertien onderzochte koersen lijken er negen richting hogere gemiddelde snelheden te trenden. Bij de Ronde van Vlaanderen kruipt de trendlijn sinds 2004 omhoog, bij Strade Bianche gaat dat sinds 2015 nog sneller.
Wel eerlijk blijven: één koers staat stil (Trofeo Alfredo Binda) en vier lijken juist langzamer te worden, met Luik-Bastenaken-Luik als opvallendste voorbeeld. En een gemiddelde snelheid is een ruwe maat. De meeste vrouwenkoersen zijn de laatste jaren langer geworden, parcoursen veranderen bijna elk jaar, en wind, regen, valpartijen en tactiek maken elke editie anders. Maar de richting is duidelijk: de meerderheid wordt harder gereden.
De motor erachter is dezelfde die de sprinttijden naar elkaar toe duwt: meer concurrentie aan de top. Meer rensters bereiken het hoogste niveau, het veld wordt dieper en competitiever, en dat leidt tot snellere koersen omdat meer rensters langer een hoge intensiteit kunnen vasthouden.
De biologische kloof blijft, behalve waar het lang duurt
Net als in de atletiek geldt ook hier: sneller worden is iets anders dan de mannen voorbijgaan. Op de weg blijft een prestatieverschil van ongeveer 10 tot 12 procent tussen elite-mannen en -vrouwen in duursporten, inclusief wielrennen. Dat is biologisch te verklaren: mannen hebben gemiddeld meer spiermassa, een grotere longcapaciteit en een hogere aerobe capaciteit per kilo lichaamsgewicht. Zolang ook de mannen hun records blijven aanscherpen, blijft die kloof op sprint en korte afstand bestaan, precies zoals de S-curve voorspelt.
De spannende uitzondering zit in het ultraduurwerk. Vrouwen hebben fysiologische voordelen die juist daar tot hun recht komen: ze bereiken later het punt van absolute vermoeidheid en verbranden efficiënter vet als energiebron. Dat zie je terug in keiharde cijfers. In ultra-cyclingwedstrijden van 24 uur reden mannen nog maar 4 procent sneller dan vrouwen, tegenover 9,6 procent bij races van 12 uur. En het groeitempo is veelzeggend: tussen 2000 en 2019 verbeterden mannen hun 24-uursprestatie met 15,6 procent, vrouwen met 21,9 procent. Bij sommige afstandsgebonden ultraraces, zoals de 400 en 500 mijl, is het verschil tussen mannen en vrouwen zelfs helemaal verdwenen.
De conclusie
Fietsen vrouwen in 2156 sneller dan mannen? Op de weg en in de sprint waarschijnlijk niet, want dat getal komt uit een rechte lijn die in werkelijkheid afbuigt, en ook de mannen staan niet stil. Maar de onderliggende beweging is wél echt: er wordt aantoonbaar harder gefietst in het vrouwenpeloton, gedreven door een breder en dieper veld, en op de korte afstand is de kloof kleiner dan de oude clichés suggereren. En in het ultralange werk, waar het draait om volhouden in plaats van pieken, is dat ene punt waar vrouwen de mannen nu al voorbij kunnen, geen toekomstmuziek voor 2156 maar realiteit van vandaag.
Dus de echte vraag is niet óf vrouwen de mannen inhalen, maar wáár. En het antwoord ligt niet op de streep van de massasprint, maar ergens diep in de nacht van een 24-uursrace.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.












