Perfect in het wiel leren rijden: Zo doe je dat!

Praat mee!

Gijs Frekranus

Gijs Frekranus

Ik ga voor het eerst op pad met een vriendin. Een sportief iemand, maar nog nooit op de racefiets een rondje gemaakt. We rijden de eerste meters en ik ben verrast hoe goed ze is. Soepel trappenwerk, geen geschommel, ze zit er gewoon goed op. Beetje geluk misschien, maar de benen zijn er. Dan komen we op de dijk. Wind tegen. De kilometers beginnen te tellen. "Kruip maar in mijn wiel!" brul ik door de wind. Even later zie ik haar voorwiel onder mijn oksel door verschijnen. Ze snapt het principe. Maar een paar seconden later kijk ik nog eens. Het wiel is verdwenen. Ze rijdt op een gat, misschien vijf meter achter me, alleen in de wind.

We proberen het nog een paar keer met lagere snelheden. Steeds hetzelfde. Even dichtbij, dan weer weg. We stoppen bij een bankje om bij te komen. Ze kijkt me aan: "In het wiel rijden is moeilijk! Ik weet niet waar de wind vandaan komt, ik weet niet wat jij doet, en ik weet al helemaal niet wat er vóór jou gebeurt." Ze heeft gelijk. In het wiel rijden voelt na jaren ervaring natuurlijk maar is dat niet. Het is een vaardigheid, en je moet weten waar je op let. Dit vijfstappenplan helpt beginners om het stap voor stap te leren.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Stap 1: Begin op veilige afstand en bouw langzaam op

Veel beginners denken meteen zo dicht mogelijk te moeten gaan zitten, want dat is toch het idee? Maar dat is ook direct de reden waarom het misgaat, je gaat meteen uit je comfortzone. Begin op anderhalve tot twee meter afstand van het achterwiel voor je. Op die afstand vang je al een deel van de luwte op, maar heb je voldoende tijd om te reageren als degene voor je remt of van richting verandert.

Zodra je je comfortabel voelt op die afstand en je ritme stabiel is, schuif je rustig dichterbij. Niet in één keer, maar centimeter voor centimeter. Ga pas dichter zitten als je het gevoel hebt dat je de bewegingen van degene voor je begint te lezen. Op een halve meter van het achterwiel is het voordeel het grootst, maar dat vraagt om concentratie en vertrouwen.

Stap 2: Kijk verder dan het wiel vóór je

Dit is het meest gemaakte fout. Je staart naar het achterwiel voor je en reageert pas als het al te laat is. Als degene voor je remt, zie je het pas als zijn of haar wiel langzamer draait. Dat is te traag.

Kijk in plaats daarvan voorbij het wiel. Kijk langs de rug en schouders van de fietser voor je, en liever nog langs de fiets naar de weg en het verkeer daarvóór. Lichaamshouding vertelt meer dan een wiel. Als iemand zijn schouders laat zakken en iets compacter wordt, ga je versnellen. Als iemand opricht, ga je vaart minderen. Je brein leert dit patroon razendsnel als je erop let.
Wie in een groep rijdt, leert ook om meerdere fietsers vooruit te kijken. De remactie begint nooit bij de man direct voor je maar twee of drie posities verder.

Stap 3: Trap constant, gebruik je remmen niet

In het wiel rijden en remmen gaan slecht samen. Elke keer dat je remt, vergroot je de afstand, en daarna moet je versnellen om hem te dichten. Dat kost energie en verstoort het ritme van iedereen achter je.

Het alternatief is traptempo aanpassen. Ga iets lichter trappen als de afstand kleiner wordt, iets zwaarder als je dreigt weg te vallen. Op een vlak traject werkt dit goed. Op een helling of bij wisselende wind vraagt het om meer gevoel. Mocht je toch iets moeten afremmen, gebruik dan de achterrem subtiel en kort. Nooit een harde ingreep. En rem nooit harder dan de persoon voor je, want dan creëer je een accordeoneffect dat door de hele groep trekt.

>>> Lees ook: Van angst naar vertrouwen: Een nieuw begin op de racefiets

Stap 4: Rij niet naast het wiel, maar iets opzij

Je hoeft niet exact achter het achterwiel te hangen. Sterker nog: een klein beetje opzij zitten heeft voordelen. Je hebt meer zicht op de weg vooruit, je ziet de fietser voor je beter, en als er iets fout gaat, is er meer ruimte om te manoeuvreren.

Rij licht naar links of rechts van het achterwiel, afhankelijk van de windrichting. Bij een zuivere tegenwind zit je het best recht achter. Bij een schuine wind pak je de luwte door iets naar de windzijde te schuiven. Dat vraagt om gevoel voor windrichting. Een goede manier om dat te leren: kijk naar vlaggen, bomen of het gras of water. Uiteindelijk voel je het zelf direct.

Let wel: in een groep vormt de meest ideale positie bijna uit zichzelf, kijk af welke positie je voorgangers ten opzichte van de andere renners nemen en aap dit na. Beter goed gejat dan slecht bedacht.

Stap 5: Communiceer

In het wiel rijden is een samenwerking. De persoon vooraan heeft de verantwoordelijkheid om de ander mee te nemen. Dat betekent: geen plotselinge versnellingen, niet onverwacht remmen, en gevaar op de weg tijdig doorgeven.

>>> Lees ook: Dit zijn de belangrijkste gebaren voor tijdens het wielrennen

Wijs kuilen, drempels of grind aan met een handgebaar of roep ze uit. "Gat links!" of een wijzende hand naar beneden is de norm in elke groep. Voor degene achteraan is dat pure informatie die het verschil maakt tussen in het wiel blijven of eruit knallen.

Spreek ook voor vertrek af hoe je gaat rijden. Wissel je af aan kop? Hoe lang rijdt iemand voor? En: wat is het signaal als iemand even rust nodig heeft of te ver terug is geraakt? Dat klinkt overdreven voor een ritje met zijn tweeën, maar het maakt het meteen een stuk aangenamer.

Tot slot

Terug op de dijk rijden we nog een paar kilometer easy samen. Mijn vriendin zit nu op anderhalve meter, kijkt voorbij mijn wiel naar de weg, en trapt constant door. Ze verliest me nog een paar keer een klein beetje door naar 2 meter te zakken maar corrigeert met vertrouwen.

In het wiel rijden leer je niet in één rit. Maar als je weet waar je op moet letten, gaat het een stuk sneller. En op de dag dat iemand achter je zegt "ik voelde je de hele rit", weet je dat je het door hebt.

Video