Afscheidsinterview

Lars van der Haar: "Zonder mijn ouders had ik dit nooit kunnen doen"

Update: 19 maart 2026 om 17:03

Tjeu Philippens

Tjeu Philippens

Kortgeleden voor de tweede keer vader geworden en net gestopt als profcrosser: Lars van der Haar (34) schuift op een zonnige dinsdagochtend aan voor de Bicycling Wielercafé-podcast. Openhartig praat hij over zijn afscheid van het veldrijden, zijn ritme nu met zoontje Lio en wat er volgens hem moet veranderen in de crosssport.

Als de microfoons zijn opengedraaid, is er niks aan zijn humeur te merken. Ondanks slapeloze nachten oogt Van der Haar opgewekt. ‘Het is vermoeiend thuis, maar daar moeten we proberen doorheen te komen. Het is heel leuk dat hij er is, maar het is wel even pittig. Hij is geen slaper.’

>>> Dit verhaal verschijnt binnenkort in Bicycling Magazine #2 2026. Abonneren kan hier in onze shop.

Beluister de podcast met Lars van der Haar

>>> Link naar deze aflevering op Spotify.

Hoeveel uur heb je vannacht geslapen? 
‘Vier."

En de nacht daarvoor?
‘Vier en een half.’

En daarvoor?
‘Vijf. Ik weet het niet meer helemaal precies, maar we proberen elkaar wel een beetje af te lossen.’

Welkom in jouw wielerpensioen. Had je dat zo voor je gezien?
‘Nou, die nachten wel op zich. Ik verwachtte dat ik dan overdag wel wat dingen kon doen, maar ja, dan vindt hij het toch niet heel leuk om van je arm af te zijn.’

12 maanden non-stop fietsen

Hoeveel uur heb je al gefietst na je carrière?
‘Nul. Maar dat mis ik niet. Nog niet. Dat komt nog. Dat heeft niks te maken met het fietsen zelf. Het is meer dat mijn laatste rustperiode vijf dagen in juli was, daarvoor in maart. Dus eigenlijk ben ik twaalf maanden aan één stuk aan het fietsen geweest. In deze periode is rust altijd nodig, zowel mentaal als fysiek. Het is normaal dat ik nu niet aan fietsen denk. Wel natuurlijk als het mooi weer is en ik iedereen buiten zie fietsen. Dan denk ik: wat fijn om dat straks weer te doen. Gewoon even trappen, dat lichte gevoel, computertje thuis laten en ja, gewoon lekker fietsen.’

Het is een gevoel dat hij lang niet had. Bijna een jaar geleden kwam een bericht naar buiten waarin stond dat Van der Haar tijdens een zware training huilend naast zijn fiets stond en zijn trainer belde. Hij kon het niet meer opbrengen. 

Wat speelde daar?
‘Ik twijfelde of ik moest stoppen of doorgaan. Dat is een proces geweest waar ik lang over heb nagedacht en veel over heb gepraat. Wil ik dit nog wel? Kan ik dit nog wel? Mensen zien natuurlijk alleen maar dat stukje in de winter van heel veel fietsen en heel veel rusten. Maar bij een profcarrière komt zo veel kijken. Om een crossseizoen vol te houden, moet je veel op de weg trainen en eigenlijk ook veel wegkoersen rijden. Het hele plaatje moet kloppen om te kunnen presteren. Het veld is zo dicht bij elkaar gekomen, het niveau zo hoog, dat ik niks meer kan laten liggen.’

De afscheidscross in Oostmalle

Hoe was het tijdens de cross van Oostmalle, je laatste koers?
‘Ik was vooral heel nat.’

Van de tranen?
‘Nee, van de regen. Wat dat betreft was het een rotdag. Dat was wel jammer, maar voor de rest was het heel mooi. Ik had me er eigenlijk de hele week op willen voorbereiden, maar dat lukte niet vanwege de thuissituatie. Uiteindelijk was het gewoon ’s ochtends vertrekken naar de koers. In de camper begon ik pas na te denken: dit is de laatste keer.’

Na zo’n vijftien jaar op het hoogste niveau?
‘Vanaf het moment dat we daar aankwamen, heb ik niet echt met de wedstrijd bezig kunnen zijn. Er werd aan alle kanten aan me getrokken. Op een positieve manier hoor. Fans kwamen langs om mij te bedanken, collega’s liepen de camper in. Op een gegeven moment moest ik zeggen: laten we die deur even dicht houden, want ik heb nog niet eens mijn nummer opgespeld. Ik kon nog net het parcours verkennen, anders werd het helemaal niks.’

Wat was het mooiste moment?
‘Lastig, maar ik denk de laatste ronde. De hele wedstrijd hoorde ik van niemand op welke positie ik reed. En vanwege de regen kraakte het geluid van de speaker, dus daarvan ving ik ook niets op. Op een gegeven moment riep ik naar mijn vader: op welke positie fiets ik eigenlijk? Rond de tiende plek, zei hij. Dus ik dacht: dan is het ook goed zo. De laatste ronde heb ik laten lopen en heb ik geprobeerd te genieten. Mijn vader en mechanieker heb ik bedankt in de post.’

Ja? Stopte je even bij hen?
‘Ja, daar ben ik gestopt. Ik heb ze een knuffel gegeven en bedankt voor alles. En daarna werd ik weer geleefd. Aan de camper was het gewoon weer druk. Mijn vrouw zag ik bijna niet meer. Het was nog een kus geven en gedag zeggen.’

Cruciale rol ouderpaar Van der Haar

Van der Haar benoemt het keer op keer: zijn ouders speelden een cruciale rol. Zijn moeder Saskia was hoofd verzorging. Ze maakte de maaltijden klaar en stond steevast in het finishgebied te wachten met warme kleding. Zijn vader René deed alles rondom materiaal: hij controleerde elke bout, elk tandwiel, bracht de banden op druk. ‘Zonder hen had ik dit niet kunnen doen.’

Het was toch ook jouw vader die jou op de fiets zette?
‘Aanvankelijk deed ik aan turnen en judo, tot ik een blessure aan mijn achillespezen kreeg. Die waren eigenlijk te kort. Dus ik ging fietsen omdat mijn vader fietste. Al vond ik er geen reet aan, dus we mogen wel spreken van een proces. Hij probeerde mij te verleiden met eten. Meestal zei hij dan dat we een krentenbol gingen eten bij de brievenbus bij Wijk bij Duurstede. Daar zaten we dan samen. In totaal een ritje van veertig kilometer.’

Wanneer kreeg je er meer zin in?
‘Dat was in Frankrijk, we keken bij de Tour de France en reden zelf Luz Ardiden op. Dat was nog met Lance Armstrong. Ik werd door het Baskische publiek bijna naar boven geduwd. Dat vond ik geweldig. Ik denk dat ik een jaar of elf was.’

Je vergeleek jouw carrière met een reis langs verschillende generaties.
‘Ik ben begonnen met Sven Nys, Gerben de Knegt en Niels Albert… en heb uiteindelijk tegen Mathieu van der Poel en Wout van Aert gereden. Ook tegen de nieuwe generatie, Tibor Del Grosso en Thibau Nys, heb ik gestreden, soms kon ik ze zelfs verslaan.’

Het veld in verandering

Wat is er veranderd in het veld?
‘Het waren vroeger vooral fulltime crossers die bij vijfendertig tot veertig wedstrijden aan de start stonden. Iedereen deed gewoon mee. Niemand hoefde op te zoeken of Nys of De Knegt wel kwam opdagen, die waren er gewoon altijd. Iedereen reed overal, en dus kreeg ook iedereen te maken met dezelfde mate van vermoeidheid. Het niveau ging langzaam omlaag, maar dat gold voor iedereen. Ook Van der Poel en Van Aert begonnen zo. Toen zij zich meer op de weg begonnen te richten, kwam de kentering. Frisse renners kozen hun wedstrijden, en dat dwong fulltime crossers ook om te selecteren en daarmee dus klassementen te laten vallen. De fan ziet het vaak niet meer overzichtelijk. Het gaat dwars door elkaar en je ziet nog maar zelden ergens iedereen aan de start zijn. Dat vind ik jammer.’

Wat kan er beter?
‘We moeten terug naar de oude manier van crossen, waarbij we in oktober ook al wereldbekers reden. Tegenwoordig zit een heel seizoen in twee maanden gepropt. En de kalender moet weer opengebroken worden. Er moeten gaten in het seizoen komen waarin renners kunnen trainen en herstellen. Die tijd is weggenomen.’

Is hier een rol voor jou weggelegd?
‘Nee, absoluut niet. Ik kan hier heel goed over zeuren, maar ik wil ver van bureaucratie blijven. Dat kan ik niet. Ik ga wel iets anders in de sport doen, maar dat horen jullie pas later. Ik moet eerst weer een baby verzorgen.’

interview lars van der haar stopt afscheid veldrijden