Parijs-Roubaix

Interview met DE kassei: 'Trots dat ik al heel lang deel ben van iets groters'

NL Beeld / Abaca Press

NL Beeld / Abaca Press

Vandaag heb ik een belangrijke afspraak. Ik ben vroeg in mijn auto gestapt om op tijd in Trouée d'Arenberg te zijn. Kriebels in mijn buik, want ik heb een afspraak met DE kassei. Om precies te zijn, de slechtst liggende kassei op het parcours van Parijs-Roubaix.

Het is grijs als ik na exact 3 uur en 50 minuten op de A23 de afslag neem naar de D313 die me naar Arenberg brengt. Mineurs de Arenberg zie ik op de borden staan. Ik voel aan alles dat ik hier het hart van de koers betreed. Het grauwe en grijze hart van Parijs-Roubaix.

De slagboom zit dicht, het is stil in het bos, maar wandelaars kunnen de iconische strook Trouée d’Arenberg (of Bos vcan Wallers) gewoon betreden. De kasseien zijn overwoekerd met gras, mos en modder. Aan alles is te zien dat dit een vijf-sterren-strook is. De zwaarste uit Parijs-Roubaix, op ruim 90km van de finish. Hier wordt vaak de eerste schifting gemaakt.

Na een paar honderd meter zie ik de kassei liggen. Schots en scheef ligt hij naast andere kasseien. Met een lelijke punt omhoog. Op zijn kruin een nattig toupet van modderig gras. Wat zeg je tegen een kassei bij een eerste ontmoeting? Ongemakkelijk kijk ik de stokoude kassei aan, al is DE kassei in honderd jaar geen spat veranderd. Stotterend stel ik gewoon maar mijn eerste vraag.

Hoe is het om DE slechtst liggende kassei van Parijs-Roubaix te zijn?
“‘Slechtst’ is een menselijk oordeel. Ik noem het liever: het meest eerlijke stuk van de koers. Ik lig hier precies zoals de tijd mij heeft gevormd. De renners noemen het chaos, ik noem het karakter.”

'De koers heeft mijn grilligheid nodig'

Hebben ze u al vaak geprobeerd goed neer te leggen om lekke banden te voorkomen bij de renners?
“Regelmatig. Maar ‘goed liggen’ is hier relatief. Elke ingreep verandert iets, maar nooit alles. Ik verschuif altijd een beetje terug naar wie ik ben. De koers heeft mijn grilligheid nodig.”

Wordt er voorafgaand aan de koers met u gesproken door de organisatie? Wordt verwacht dat u voor spektakel zorgt?
“Gesprekken zijn er niet. Wel onderhoud, inspectie, herstel. Maar verwachtingen… die bestaan vooral bij mensen. Ik doe niets anders dan blijven liggen. Wat er gebeurt wanneer de renners komen, is hun verhaal, niet het mijne.”

Hoe bereidt u zich voor op Parijs-Roubaix?
“Voorbereiden is een groot woord. Ik lig hier het hele jaar. De winter doet zijn werk, regen vult mijn naden, wortels zoeken hun weg. Tegen de tijd dat de koers komt, ben ik precies wie ik moet zijn.”

'Het is geen angst, maar impact. De intensiteit waarmee alles om mij heen beweegt'

Bent u niet bang als de renners passeren?
“Bang is een vreemd woord voor iets dat niet kan bewegen, ik heb geen hartslag die versnelt en geen handen die kunnen trillen. Wat ik wel ervaar, is druk. Duizenden contactmomenten in een paar minuten. Banden die over mij heen zoeken naar grip, sturen die corrigeren, lichamen die vechten tegen balans. Het is geen angst, maar impact. De intensiteit waarmee alles om mij heen beweegt.”

Wat is het ergste wat u heeft meegemaakt?
“Het ergste is niet één moment, maar wat elk jaar terugkeert: de impact, het verlies van stukken van mijzelf en daarna de stilte. Ik word geraakt, verschoven en soms beschadigd. Maar ik herstel altijd genoeg om weer deel te zijn van de koers. Dat is mijn bestaan.”

'Ik word geraakt, verschoven en soms beschadigd. Maar ik herstel altijd genoeg om weer deel te zijn van de koers'

Zijn er renners die u persoonlijk kent? Of die proberen met u ‘in gesprek’ te gaan tijdens de koers?
“Geen persoonlijke relaties. Wel herinneringen. Ik herken patronen: spanning in de lucht, banden die net iets te hard zijn, renners die te vroeg vertrouwen hebben. Ze spreken mij niet aan, maar ze voelen mij wel.”

Die ene dag in het jaar bent u DE kassei van Parijs-Roubaix. Daarna volgt de leegte? Last van het zwarte gat?
“Leegte bestaat niet voor stenen. Zodra de koers voorbij is, keert de stilte terug. Gras groeit weer tussen ons in. Mensen noemen dat leegte. Ik noem het rust tot de volgende storm.”

Wat maakt u trots?
“Trots is een menselijk woord, maar als ik het moet vertalen naar mijn bestaan: het is dat ik al heel lang deel ben van iets groters. Dat renners hier alles geven, dat de koers juist op mij wordt beslist, en dat ik elk jaar opnieuw terugkeer in dezelfde rol. Ik ben niet mooi, niet glad, maar wel essentieel. Dat is misschien het dichtst bij trots wat ik kan komen.”

Het hart van Roubaix blijft kloppen

De Trouée d’Arenberg is geen gewone strook, en de kasseien die hier liggen ook niet. Ze zijn onderdeel van een koers die al meer dan een eeuw zijn eigen logica volgt: geen perfecte controle, maar pure overleving.

En ergens, diep in die chaos, ligt één steen die niets anders doet dan blijven liggen. Wachtend op de volgende keer dat het peloton voorbij dendert.

*Uit privacy overwegingen is DE slechts liggende kassei niet gefotografeerd, waardoor de exacte locatie onbekend zal blijven.