Irritante wielertrekjes: Welke van deze 5 heb jij?
Photo by Pablo Vallejo on Unsplash

Irritante wielertrekjes zijn geen karaktertrek, het zijn kosten die je doorschuift naar de rest van de groep. Vijf komen er in bijna elke rit uit: het halve wiel ervoor, het eeuwige achteromkijken, de man zonder eigen eten, de fiets die piept als een oude schommelstoel en de renner van vijfduizend euro zonder binnenbandje. Niet de grote zonden zoals door rood rijden of vier man breed hangen, maar de kleine gewoontes waar je clubgenoten thuis nog over napraten.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Dit gaat niet over regels. De harde afspraken staan in de ongeschreven regels en etiquette van een groepsrit. Dit gaat over de laag daaronder, waar niemand iets van zegt en iedereen alles registreert.
1.Halfwheelen kost de groep tempo dat niemand heeft afgesproken
Je rijdt naast iemand op kop. Jij houdt de wielen gelijk, hij schuift een halve fietslengte naar voren. Jij trekt bij, hij schuift weer op. Tien minuten later rijdt de groep vier kilometer per uur harder dan afgesproken en heeft achterin niemand meer adem om er ook maar iets van te zeggen.
Je hoeft geen clubrit te rijden om dit te herkennen. Twee man op een dijk, ze doen precies hetzelfde. Het verschil is dat je met z'n tweeën nog kunt zeggen dat je rustig wilde rijden, en in een groep van twintig niet.
Het is bijna nooit kwaad bedoeld.
Meestal is het een Garmin of Wahoo op het stuur die te veel aandacht krijgt, of iemand die niet doorheeft dat hij op kop het tempo voor twintig man bepaalt. In mijn juniorenjaren en later in mijn triatlonperiode heb ik het zelf ook gedaan, gewoon omdat mijn wattages leidend waren en de groep niet.
Dat maakt het niet minder duur. In de analyse waarom groepsritten steeds gevaarlijker worden komt telkens hetzelfde terug: voorspelbaarheid is wat een groep bij elkaar houdt, en een kop die steeds opschuift is per definitie onvoorspelbaar. Hoeveel valpartijen precies aan halfwheelen zijn toe te schrijven, is voor zover ik weet nergens onderzocht. Dat is een gat in de kennis, geen vrijbrief.
Kijk op kop naar de voorwielen, niet naar je scherm. Gelijk is gelijk.
2.Elke twintig seconden achteromkijken is een oordeel, geen check
Achteromkijken is functioneel. Bij een auto, bij een gat, bij iemand die lek rijdt. Maar er is een variant die nergens over gaat: de renner die op kop om de twintig seconden over zijn schouder kijkt om te controleren of jij er nog bent. Met net iets te veel medelijden erin.
Dat is een beoordeling die niemand heeft gevraagd. En het is onhandig, want bijna iedereen stuurt mee met zijn hoofd. De lijn gaat slingeren en degene in het wiel moet corrigeren.
In het peloton wordt informatie doorgegeven met korte kreten en handgebaren, niet met blikken. Doe dat ook. Roep "tempo" als het gat groeit, of vraag het gewoon. Praten is sneller dan kijken en het scheelt de ander een vernedering.
Wil je écht weten wat er achter je gebeurt, dan is dat een materiaalvraag en geen halsvraag. Wij keken eerder naar een wielerbril met achteruitkijkspiegel, die precies doet wat die schouderblik probeert te doen, alleen zonder dat je stuur meedraait.
3.Wie nooit eten meeneemt, legt zijn energieplan bij iemand anders neer
Er is altijd iemand die na twee uur zegt dat hij "het even niet meegenomen heeft". Eén keer is pech. Elke rit is een systeem. Het gaat niet om die reep. Het gaat erom dat de ander daardoor zelf te kort komt, precies op het moment dat het zwaar wordt.
Voor ritten van één tot drie uur wordt grofweg 30 tot 60 gram koolhydraten per uur aangeraden, een richtlijn die teruggaat op het American College of Sports Medicine en die is uitgewerkt in dit overzicht van hoeveel koolhydraten je nodig hebt op korte, middellange en lange ritten. Weet je niet waar je moet beginnen, dan werkt een voedingsplan per afstand beter dan improviseren bij de bakker.
Twee bidons en drie repen zijn geen luxe, dat is de ondergrens. Profs hebben een ploegleider met een musette. Jij hebt een keukenkastje.
4.Een piepende fiets is geen folklore, het is achterstallig onderhoud
Dit is de meest onderschatte van de vijf, omdat de eigenaar zijn eigen fiets niet meer hoort. Drie uur tsjik, tsjik, tsjik in het wiel is slopender dan de laatste klim.
Het geluid is bovendien een signaal aan jezelf. Piepen tijdens het trappen betekent meestal dat je ketting smeermiddel nodig heeft, en komt het geluid ergens anders vandaan, dan zijn bouten, lagers en zadelpen de eerste verdachten. Hoe je dat systematisch afwerkt staat in de uitleg over een piepende of krakende fiets oplossen, en de rest van je onderhoudsvragen vind je in ons overzicht van fietsonderhoud.
Tien minuten werk en een druppel olie per schakel. Wie dat niet doet, laat een ander drie uur naar zijn achterstallige onderhoud luisteren en betaalt zelf later de cassette.
5.Wie geen binnenband meeneemt, gokt met de tijd van twintig anderen
Dit is de duurste van de vijf, in alle betekenissen. De fiets is tot in de details geoptimaliseerd. Verse sealant erin, want dat had hij vorige maand nog gedaan. Latex, hoge druk, lekke banden bestaan niet meer.
Tot er iets in de band zit dat net iets te groot is. De sealant spuit een paar meter over de weg, sist nog even na en stopt dan met werken. En dan volgt de zin waar de hele groep voor op de kant gaat staan: "ik heb niks bij me, de kans was toch heel klein."
Die kans wás ook klein. Dat is precies het punt. Een kleine kans keer twintig man keer een klein uur wachten is nog steeds een halve middag, en dat is een schatting, geen meting.
Wat sealant doet, is kleine gaatjes dichten terwijl je doorrijdt. Wat sealant niet doet, is een snee of een groter gat opvangen, zeker niet bij de hoge druk van een racefietsband. En die druk is bij veel renners hoger dan nodig: Silca-CEO Joshua Poertner mat dat te hard oppompen al snel 3 tot 9 watt per wiel kost, terwijl een tikje te zacht ongeveer 1 watt kost. Dat staat uitgewerkt in het stuk waarom de juiste bandenspanning zowel snelheid als comfort oplevert.
Hoe groot een gat mag zijn voordat de sealant het opgeeft, verschilt per merk, per bandbreedte en per druk, dus daar hang ik geen vast getal aan. Wat wel vaststaat: sealant droogt in, dus "vorige maand nog gedaan" is een geruststelling die je zelf hebt verzonnen. Daarvoor bestaat de plug, en als de plug niet houdt, bestaat het binnenbandje.
Een binnenband, twee lichters, een pomp of patroon en een plugsetje wegen samen minder dan de bidon die hij wel heeft meegenomen. Wie dat weglaat, heeft niet licht gepakt maar goedkoop gegokt met de tijd van twintig anderen.
Wat betekent dit voor jou
Vijf concrete dingen die jij moet doen voor je volgende rit:
- Rijd op kop naast elkaar en check bij elkaar, niet alleen bij je fietscomputer.
- Vervang achteromkijken door roepen. Korte woorden of gebaren, geen blikken.
- Neem altijd meer eten mee dan je denkt nodig te hebben, minimaal 30 gram koolhydraten per uur.
- Smeer je ketting en check je bouten voor de rit, niet na de klacht.
- Rijd nooit weg zonder binnenband, lichters, pomp en plugset, ook niet met verse sealant.
Wil je het achteromkijken helemaal kwijt, dan is er nog een stap: ik lachte er jaren om, maar inmiddels rijd ik nooit meer zonder fietsradar. Meer over samen rijden zonder gedoe staat in ons overzicht over veilig fietsen in een groep.
Geen van de vijf trekjes kost je snelheid, kracht of geld. Ze kosten je alleen de aanname dat de groep zich aan jou aanpast. Dat is precies waarom ze zo hardnekkig zijn.
Welke ontbreekt er in dit rijtje? Er is er vast eentje die jou meer irriteert dan deze vijf bij elkaar.













