Is wielrennen een discriminerende sport?

Update: Gisteren om 13:05
Praat mee!

Getty Images by Soccrates Images

Getty Images by Soccrates Images

Stel je voor dat je opgroeit in Asmara, Eritrea. Je fietst als kind zo hard dat mensen je nakijken. Je droomt van de Tour de France, maar op televisie tel je de renners die op jou lijken. Bijna geen.

Dat was de wereld van Biniam Girmay. Op 1 juli 2024 werd die wereld iets anders. In de derde Tour-etappe sprintte de Eritreeër in Turijn naar de winst, als eerste zwarte Afrikaan ooit. Datzelfde jaar pakte hij de groene puntentrui in Parijs. Zijn thuisland ontplofte. Girmay hield het bescheiden: hij houdt van een rustig leven, en dat is er sindsdien niet makkelijker op geworden.

Het antwoord op de vraag boven dit artikel is niet simpelweg ja of nee. Het is: op de weg nauwelijks, bij de toegangspoort des te meer.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De kampioen die iedereen vergat

Een feit dat bijna niemand kent: de eerste zwarte wereldkampioen in een wielerdiscipline is de Amerikaan Marshall "Major" Taylor, sprintkampioen in 1899. Daarna bleef het ruim 120 jaar vrijwel stil, tot de eerste zwarte winnaar van een Tour-etappe. Voetbal, atletiek en basketbal veranderden in diezelfde eeuw volledig van kleur. Het wielrennen bleef wit. De vraag is waarom.

Getty Images© Getty Images

De drempel ligt vóór de startstreep

De oorzaken liggen niet in het peloton, maar in alles wat eraan voorafgaat.

Ten eerste de infrastructuur. In vrijwel heel Afrika is een fietswinkel zeldzaam: in heel Rwanda is er volgens Jamie Bissell van Africa Rising Cycling vermoedelijk maar één. Zonder materiaal geen training, zonder training geen profcircuit. En dat circuit wordt steeds duurder, zoals eerder beschreven in Wordt wielrennen alleen nog een sport voor de superrijken?.

Ten tweede de papieren. Girmay ervoer de Europese visumprocedure als constant struikelblok. Tijdens de pandemie zat hij als tiener alleen op een kamer in Europa, vluchten naar huis geschrapt, zijn ploeg failliet. Talent is zelden het probleem. De stempel in het paspoort wel.

Ten derde de traditie: de koersen, de scouts en de opleidingsploegen zitten in Frankrijk, België, Italië en Nederland. En ten vierde de rolmodellen. Kinderen dromen van wat ze zien: nadat Luis Herrera in 1987 als eerste niet-Europeaan de Vuelta won, bracht Colombia generaties klimmers voort. Zwarte kinderen hadden zo'n voorbeeld niet.

De ongemakkelijke waarheid in drie stemmen

Girmay zelf is opvallend positief. In een interview met de Spaanse krant Marca vertelde hij dat hij in zijn carrière geen enkel racistisch incident heeft meegemaakt en dat de sfeer in het wielrennen juist positief is, van Spanje tot Japan.

Maar Girmay is niet de enige stem. De Fransman Kévin Reza, geboren op Guadeloupe, hoorde bij zijn profdebuut geruchten dat zijn contract een marketingstunt was, en kreeg in 2017 in de Ronde van Romandië racistische opmerkingen van de Italiaan Gianni Moscon. Tijdens de slotetappe van de Tour van 2020 reed Reza demonstratief voor het peloton uit, als statement tegen racisme. Een half jaar later maakte hij bij Cyclingnews de balans op: er was niets veranderd. Er werd gepraat, maar geen actie ondernomen.

En dan het structurele perspectief. Dr. Marlon Moncrieffe, hoofddocent aan Brighton University en auteur van Black Champions in Cycling, stelt dat het geen toeval is dat zo weinig zwarte renners de top halen: ze worden volgens zijn onderzoek tegengewerkt door bonden als British Cycling.

Drie stemmen die elkaar minder tegenspreken dan het lijkt. Girmay beschrijft hoe hij wordt behandeld nu hij binnen is. Reza de incidenten en de traagheid. Moncrieffe wie er niet binnenkomt.

De blik vanuit het peloton: respect als iemand presteert

Hoe klinkt dat vanaf de fiets, in een tijd waarin wielrenners toch al snel irritatie oproepen? Ik vroeg het Alexander Konijn, Nederlands wegwielrenner bij Nice Métropole Côte d'Azur. "Je merkt dat renners die minder bekend zijn, eerder worden uitgescholden als ze een rare beweging maken. Maar echte discriminatoire uitlatingen? Die heb ik nog niet gehoord."

Oorzaak en gevolg scheiden is lastig, geeft hij toe, met een herkenbaar voorbeeld. "Ik irriteer me ook aan fatbikes. Dan zie ik sneller wat ze fout doen dan bij een gewone fietser. Hoe weet ik dan of iemand reageert op een renner vanwege zijn huidskleur, of vanwege zijn rijstijl?" Over een ploeggenoot met wortels op Sint Maarten: "Hij doet soms gevaarlijke dingen. Maar ik heb ook gezien dat hij dan eerder wordt uitgescholden dan iemand anders die hetzelfde zou doen. Of dat met zijn achtergrond te maken heeft? Dat durf ik echt niet te zeggen."

Hoe weet ik dan of iemand reageert op een renner vanwege zijn huidskleur, of vanwege zijn rijstijl?

— Alexander Konijn

Precies die aarzeling maakt hem geloofwaardig. Want tegelijk ziet hij het omgekeerde. "In Duinkerken won een Eritreër. De dag erna feliciteerde iedereen hem. Echt super veel respect. We weten dat die gasten van ver komen, soms helemaal naar Europa, logeren bij een gastgezin. Als ze dan winnen, heeft iedereen dat door. Dat vind ik mooi om te zien."

Het verschil met voetbal valt hem op. "In het wielrennen lijkt de verhouding anders. Negentig, vijfennegentig procent: geen discriminatie. Misschien een kleine rest die ergens wrikt. Maar de heersende cultuur is er een van respect, zeker als iemand presteert."

Alvarado: "Tegenwoordig denk ik dat het bijna niet gebeurt"

Uit het veldrijden komt een vergelijkbaar geluid. Ceylin del Carmen Alvarado, geboren in Cabrera, opgegroeid in Rotterdam en wereldkampioen veldrijden in 2020, zei in haar interview met Bicycling over kniepijn, geduld en discriminatie dat ze deze vraag een aantal jaar terug anders had beantwoord. "Vroeger zou ik misschien zeggen dat er weinig over gezegd wordt. Tegenwoordig denk ik dat het gewoon bijna niet gebeurt." Incidenten blijven er volgens haar altijd, maar de sport en de mentaliteit zijn te internationaal geworden. Zelf heeft ze geen moment meegemaakt waarin haar achtergrond of huidskleur een rol speelde. Wordt er langs het parcours geschreeuwd, dan ligt dat volgens haar eerder aan voor wie je gaat en wie de concurrent van je favoriet is, en aan een glas te veel. "Maar het is niet dat het met ras te maken heeft."

Online is de toon wel anders. "Mensen kunnen zich veel gemakkelijker schuilen achter hun scherm." Haar aanpak is simpel: ze leest die reacties niet.

Het mooiste antwoord kwam van een rivaal

Het voorjaar van 2021 liet zien hoe dat eruitziet. In Cholet-Pays de la Loire drukte de Franse sprinter Nacer Bouhanni de Brit Jake Stewart in volle sprint tegen de hekken. Een gevaarlijke actie, terecht bestraft. Maar wat volgde had niets met sport te maken: Bouhanni, van Algerijnse afkomst, werd online bedolven onder racistische haatberichten en diende een klacht in.

En toen gebeurde er iets moois. Uitgerekend Stewart, de man die tegen de hekken was gedrukt, sprong voor Bouhanni in de bres. Je kunt het over van alles oneens zijn, schreef hij, maar over racisme hoeft geen discussie te bestaan. De zogenaamde fans die zulke berichten stuurden, waren wat hem betreft niet welkom in de wielersport.

Je kunt het over van alles oneens zijn, schreef hij, maar over racisme hoeft geen discussie te bestaan.

— Jake Stewart

De renner met de meeste reden om boos te zijn, verdedigde zijn tegenstander. In de sprint geen centimeter, daarbuiten schouder aan schouder. Het racisme kwam niet uit de koers. Het kwam van toetsenborden.

De Nederlandse spiegel: Daniel Abraham Gebru

Voor het Nederlandse perspectief hoef je niet ver te zoeken. Daniel Abraham Gebru kwam in 2000 als vijftienjarige Eritreeër zonder geld en paspoort aan op Schiphol, gevlucht voor de oorlog met Ethiopië. In een opvanghuis wachtte hij zevenenhalf jaar op een verblijfsvergunning. Om die tijd door te komen kocht hij een mountainbike.

Hij meldde zich bij wielervereniging Flevorenners in Almere en merkte dat hij goed kon meekomen. Via het paralympisch wielrennen, waarvoor hij vanwege een onderontwikkeld been in aanmerking kwam, brak hij door: in Rio 2016 won hij goud op de wegrace, formeel nog stateloos. Het Wilhelmus klonk voor een man zonder Nederlands paspoort. In 2024 droeg hij de vlag bij de opening van de Spelen in Parijs.

Gebru heeft zich publiekelijk niet uitgesproken over discriminatie in de wielersport. Wat hij wel zei, is minstens zo veelzeggend: de fiets heeft zijn leven bepaald, en zonder de fiets was hij misschien op het verkeerde pad beland. Tegenwoordig begeleidt hij jonge vluchtelingen, met de fiets als integratiemiddel. Waar de sport bovenin een toegangsprobleem heeft, is de fiets onderin een van de laagdrempeligste bruggen die er zijn. Een club in Almere vroeg niet naar papieren. Die vroeg of je mee kon.

Rwanda bewijst dat toegang een keuze is

In 2006 arriveerde de Amerikaanse oud-renner Jock Boyer in Rwanda, op uitnodiging van mountainbikepionier Tom Ritchey, geraakt door de veerkracht van het land na de genocide van 1994. Boyers organisatie, later Team Africa Rising, bouwde het Rwandese wielrennen vanaf nul op: er was geen bond, geen clubsysteem, geen racecultuur. In 2014 opende in Musanze een trainingscentrum.

Het resultaat: Rwanda klom van nul naar een top-3 positie in de UCI Africa Tour, en organiseerde in september 2025 als eerste Afrikaanse land het WK op de weg. Africa Rising werkt inmiddels ook in landen als Benin, Uganda en Ethiopië, en leidt naast renners ook mecaniciens en coaches op. Een sport groeit alleen als de hele keten sterk is.

Waarom het Girmay wél lukte

Girmay brak niet door ondanks de drempels, maar omdat cruciale zaken samenvielen. De UCI runt in het Zwitserse Aigle het World Cycling Center, dat jonge renners uit niet-traditionele wielerlanden Europese ervaring geeft; Girmay kwam er terecht na een sterk Afrikaans juniorenkampioenschap in 2018. Eritrea heeft bovendien een fietscultuur die teruggaat op het Italiaanse koloniale verleden. En Girmays vader was wielergek en gaf zijn zoon als kind een koersfiets.

De rest is geschiedenis, inclusief het moment waarop die bijna in het water viel: bij zijn eerste Giro-ritzege in 2022 schoot de champagnekurk op het podium vol in zijn oog, waardoor hij de koers moest verlaten. Girmay kan erom lachen en reed nadien met een helm met het opschrift dat hij het slachtoffer van de kurk was. Inmiddels is hij ambassadeur van het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP.

Het peloton als heldere ruimte

Waarom verloopt acceptatie bínnen het peloton soepeler dan in de maatschappij? Een verklaring zit in de aard van de sport. In een koers zijn de doelen glashelder en veranderen ze zelden. Finish als eerste. Verdedig de trui. Win de sprint. Die meetlat is voor iedereen gelijk en staat al een eeuw vast, terwijl in de samenleving normen voortdurend verschuiven en elke kwestie brandstof is voor polarisatie. Girmay wordt gerespecteerd omdat hij snel is, de winnaar in Duinkerken ook. Al is dit een interpretatie, geen bewezen mechanisme, en laat Reza zien dat een heldere meetlat geen garantie biedt. De koers zelf is het probleem allang niet meer. De randen eromheen nog wel.

Het hardlopen als spiegel

Er is een sport die dit pad al aflegde: de atletiek. Ook daar was de top ooit overwegend wit, tot structurele systemen in Kenia, Ethiopië en Jamaica talent naar de wereldtop leidden. Atleten uit die landen konden niet alleen mee, ze bleken vaak de allersnelsten.

In de scriptie Waarom is wielrennen wit? van Jan Boesman uit 2006 worden tests aangehaald waaruit bleek dat zwarte renners dezelfde fysieke capaciteiten hadden als witte. Het verschil zat in het trappatroon: wie de traptechniek niet van kinds af aan meekrijgt, scoort lager. Het verschil is niet biologisch, maar een kwestie van vroeg beginnen. Precies wat een fietscultuur, een club en een beschikbare fiets mogelijk maken.

Als de parallel klopt, staat het wielrennen aan de vooravond van iets groots. Het zou mij niet verbazen als de komende twintig jaar een verschuiving laten zien die het niveau van de hele sport omhoog tilt. Wie daar chagrijnig van wordt, hield waarschijnlijk ook niet van de komst van de Colombianen en de Slovenen. De koers werd er mooier van.

Wat sponsoren en bonden nu moeten doen

De drempel is niet biologisch maar structureel. En structurele drempels kun je slopen.

Voor ploegen en sponsoren ligt de stap voor de hand: werk samen met organisaties als Africa Rising en het UCI World Cycling Center, en maak talentontwikkeling daar onderdeel van de rekruteringsstrategie in plaats van een pr-project. Voor bonden geldt dat visa geen bijzaak mogen zijn: Girmay moest door die molen, Gebru wachtte zevenenhalf jaar. En na de Tour van 2020 geldt wat Reza zei: niet alleen praten, maar doen.

En voor iedereen begint het bij de jeugd. Als de instap te duur wordt, verlies je talent voordat het zichtbaar is, in Nederland net zo hard als in Musanze. Het begint bij een fiets die beschikbaar is, en een club die vraagt of je mee kunt in plaats van waar je vandaan komt.

Het is al begonnen

Girmay staat niet meer alleen. Rwanda organiseerde het WK. Africa Rising werkt over het continent. Een Britse sprinter verdedigde een Franse rivaal, en in Duinkerken feliciteerde het peloton een Eritrese winnaar. Wat ontbreekt is schaal, en tempo.

Als die lijn doorzet, wordt het wielrennen rijker aan gezichten, stijlen en verhalen. En aan kampioenen die lijken op kinderen die dachten dat de Tour voor anderen was. Net zoals Girmay ooit dacht. Tot hij zijn eerste etappe won. En de kurk in zijn oog kreeg. En gewoon doorging met winnen.