Jelle Nijdam: Altijd beginnen met links
Prive archief

Oud-renners halen herinneringen op. Zesvoudig Touretappewinnaar Jelle Nijdam (1963) over winnen, Volvo’s, Franse hotels en kiezen voor zichzelf.
>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling magazine, de Tour de France special van 2026. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
‘Van kopman ging ik naar opvulling van het peloton, dat was mentaal zwaar’
EERSTE FIETS
‘Mijn eerste fiets was de oude van mijn vader: een oranje Jan Janssen die hij cadeau had gekregen van Jan Janssen zelf. Mijn vader reed bij hem in de ploeg en kreeg hem als dank voor zijn hulp in de Tour eind jaren zestig. Ik reed er mijn eerste koers op toen ik veertien was.’
WINNEN
‘Mijn eerste overwinning was de Ronde van Berkel-Enschot. Ik was vijftien en net nieuweling. Of het een sprint was of solo, weet ik niet meer. Een paar weken later won ik weer, in Wernhout, en daarna ging het eigenlijk een beetje vanzelf. Dat jaar daarop won ik bijna alles wat ik reed.’
ADVIES
‘Mijn vader zei eens: goh, het is alweer anderhalve week geleden dat je hebt gewonnen, het wordt wel weer eens tijd. Half als grapje, maar het motiveerde wel. Hij ging bijna altijd mee naar wedstrijden. Dan wil je hem trots maken, zeker omdat hij zelf ook wielrenner was.’
PLEZIER
‘Die nieuwelingentijd was misschien wel de leukste. Alles was nog ongedwongen. Na afloop een frietje eten, een rondje lopen. Alles draaide om plezier. Zodra je salaris krijgt en de druk toeneemt, wordt het werk. Het winnen blijft leuk, maar alles eromheen verandert.’
VOLVO
‘Van mijn eerste salaris als beroepsrenner kocht ik een Volvo 360. Met tweelitermotor en een grote kofferbak. Ik reed ermee naar de koersen met mijn fiets achterin. Later kwam er een Volvo 480 bij. Ik ben een Volvo-liefhebber, ik rijd er nog steeds een.’
MOOISTE TENUE
‘Het mooiste tenue was misschien ook het lelijkste: dat van Superconfex, eind jaren tachtig. Zo lelijk dat het weer mooi werd.’
ERGSTE VAL
‘Ik heb in mijn carrière nooit iets gebroken, hooguit wat schaafwonden. Waarom ik weinig viel? Aanvoelen, denk ik. En sterk genoeg zijn om niet dóór het peloton naar voren te hoeven. Als je om het peloton heen rijdt, heb je meer overzicht en kun je veel ontwijken.’
GEZELLIG
‘Maarten Ducrot en Michel Cornelisse waren vaak mijn kamergenoten. Met hen kon ik lachen en over alles praten. Dat is belangrijk als je zo lang van huis bent.’
ETEN
‘Ik hou van eten, dus dat was soms lastig. Je moet toch op je gewicht letten. Vooral dingen als zuurkool met worst en spek miste ik. Of je gewoon een keer ziek eten aan patat.’
BIJGELOOF
‘Ik begon altijd links met aankleden: sok, schoen, beenstuk. Ik geloofde er niet echt in, maar je denkt toch: stel dat het daardoor misgaat. Ik doe het trouwens nog steeds zo.’
MOOISTE OVERWINNING
‘Mijn zes Touretappes vond ik allemaal even mooi. Daar maak ik geen onderscheid in. Al weet ik van sommige niet eens meer precies hoe ze gingen, mijn geheugen is een zeef wat dat betreft. Als ik moet kiezen, dan toch de Amstel Gold Race van 1988. Ook omdat die in eigen land was. Ik zat in een kopgroep en demarreerde op de Keutenberg. Niemand kon mee, ik kwam solo aan. Die overwinning staat nog helder op mijn netvlies.’
HOTEL
‘Die Campanile-hotels in Frankrijk… daar heb ik wel een complex aan overgehouden. Buiten dertig graden, binnen veertig. Dan was je moe van de hele dag in de volle zon koersen en was het vervolgens op je hotelkamer niet te harden. Af en toe kwam er een verzorger langs met een nat doekje en eau de cologne, maar dat hielp natuurlijk niks.’
EPO
‘Vanaf ongeveer 1992 werden mijn resultaten minder. Eerst snapte ik niet waarom, maar dat bleek het begin van het EPO-tijdperk. In het begin kon ik nog wel winnen, want toen gebruikten alleen de eliterenners nog. Later bijna iedereen. Toen werd het lastig. Van iemand die veel wint, word je opvulling van het peloton. Dan moet je kiezen: meegaan of de handdoek in de ring gooien. Ik koos voor het laatste. Daarom ben ik in 1995 gestopt, ik was pas tweeëndertig.’
PARIJS IS NOG VER
‘Mijn gele truien hangen samen met mijn andere truien in wielercafé Parijs is nog ver in Doetinchem. Daar ben ik nu een jaar of acht bij betrokken.’
TERUGKIJKEN
‘Als ik al mijn uitslagen op een rij zet, mag ik best trots zijn. Maar ik kijk niet veel terug. Het is lang geleden en het leven gaat door. Zo zit ik in elkaar. Daarom geef ik ook niet veel interviews. Het was een mooie tijd, maar van mij hoeft die aandacht niet zo.’
Meer weten over de Tour de France 2026?
Lees onze verdiepende verhalen en uitleg over de grootste wielerwedstrijd ter wereld. Bekijk ook onze voorbeschouwingen van alle etappes van de Tour de France.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.













