Jetse Bol: Als je die eerste kans niet pakt, is een tweede kans niet gegarandeerd
© Getty Images

Voormalig Rabobank-, Belkin- en Burgos BH-renner Jetse Bol (1989) over support, goede bedden, zout doorgeven en genieten.
>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
‘Nu er geen druk meer op zit, geniet ik pas echt van fietsen’
EERSTE FIETS
‘Mijn eerste fietsje heb ik nog ergens. Een gele Motobécane, een kilo of veertien. Achteraf gezien een loodzwaar ding, maar toen was ik er supertrots op. Het was echt mijn fiets. Via de schaatsclub was-ie voor me geregeld, ik was een jaar of negen.’
EERSTE WINST
‘De eerste keer dat ik iets won? Geen idee meer, blijkbaar heb ik dat verdrongen. Vanaf mijn tiende reed ik koersjes. Tot mijn veertiende combineerde ik dat met schaatsen, daarna koos ik voor de fiets. Dat was geen moeilijke keuze: wielrennen vond ik gewoon veel leuker dan dat eindeloze linksom rondjes draaien op steeds dezelfde ijsbanen.’
SUPPORT
‘Mijn ouders steunden me onvoorwaardelijk. Ze brachten me overal naartoe, doordeweeks en in het weekend. En dat is nogal wat als je én schaatst én fietst, dan ga je echt het hele land door. En als ik een keer geen zin had, gingen we gewoon niet. Ze waren niet dwingend. Die balans waardeer ik enorm. Ik hoop dat ik dat later ook zo kan doen voor mijn zoon, wat voor toekomst hij ook kiest.’
EERSTE AANKOOP
‘Van een van mijn eerste salarissen als prof kocht ik een heel goed bed. Duur, maar slaap is belangrijk. Ik heb er misschien een half jaar in geslapen, want daarna verhuisde ik naar Spanje. Nu staat er bij mijn ouders dus een luxe logeerbed waar ik nog twee nachten per jaar in lig.’
BESTE ADVIES
‘Tijdens mijn eerste Giro d’Italia was Rick Flens mijn kamergenoot. Ik zat in dat dikke rondenboek te bladeren, toen hij zei: ‘Kijk niet verder dan twee of drie pagina’s vooruit. Want als je alle etappes vooraf gaat bekijken word je gek, en wie weet haal je die niet eens.’ Dat advies heb ik altijd onthouden en later zelf ook doorgegeven als renner bij Burgos.’
ERGSTE VAL
‘In diezelfde Giro, in 2014, ging ik in de eerste week hard onderuit en kneusde ik vier ribben. Toch heb ik hem uitgereden. Laatste in het klassement, op meer dan een dag van de winnaar. Maar ik dacht: misschien rijd ik nooit meer een Giro, dus ik geef niet op. Het was elke dag afzien. Zo diep ben ik in mijn hele carrière daarna nooit meer gegaan. En ik heb zeker nog wel een jaar last gehad van mijn ribben.’
MOOI TENUE
‘Echt veel mooie tenues heb ik niet gehad. Het Rabobank-oranje was natuurlijk wel iconisch, maar niet per se mooi. Het Blanco-tenue vond ik het best: simpel en clean. Het lelijkst? Mijn tweede jaar bij Burgos, paars op paars. Gekleurde broeken zijn sowieso niet mijn ding.’
© Getty ImagesJetse Bol in paars voor Burgos
BIJGELOOF
‘Ik was niet echt bijgelovig, maar in Spanje wel. Daar geef je zout nooit van hand tot hand, je zet het eerst op tafel neer. Daar dreef ik ooit de spot mee tijdens het eten en de volgende dag ging ik onderuit. Sindsdien zet ik het netjes neer. En volgens Bram Tankink moet je het puntje van een banaan niet eten omdat daar alle negatieve energie in zit. Dus dat liet ik ook altijd in de schil zitten.’
MOOISTE DAG
‘Ik heb geen grote koersen gewonnen, dus dan moet je je plezier uit andere dingen halen. In de kopgroep zitten in de Ronde van Vlaanderen is voor mij een van de mooiste herinneringen.’
REGEN
‘Wat ik niet mis nu ik gestopt ben? Veel, haha! Maar vooral trainen in de regen. En elke valpartij die ik nu op tv zie, bevestigt dat.’
KAMERAADSCHAP
‘Ik had het er laatst met Robert Gesink over. Hij mist het kameraadschap. Ik heb dat geluk nog wel, omdat ik meteen ploegleider ben geworden. Ik werk zelfs nog met renners die kort geleden mijn ploeggenoten waren. Dat maakt de overgang makkelijker.’
KANS
‘Ik kijk met veel plezier terug op mijn carrière, al zijn er dingen die ik anders had willen doen. Toen ik op mijn vierentwintigste weg moest bij Belkin, had ik wel meer uit mezelf kunnen halen. Niet dat ik er met de pet naar gooide, misschien had ik die ervaring nodig om later die extra stap wél te zetten. Jammer is wel dat ik daarna niet meer de kans kreeg in een beter georganiseerde ploeg te laten zien wat ik kon. Maar zo werkt het in het leven. Als je die eerste kans niet pakt, is een tweede kans niet gegarandeerd.’
PLOEGLEIDER
‘Een ploegleider vertrok en maakte dat in augustus bekend. Op maandag dacht ik nog dat ik gewoon nog een seizoen bij Burgos zou fietsen, op dinsdag dacht ik: misschien is dit mijn moment. Zo snel kan het gaan.’
GENIETEN
‘Tijdens je carrière sta je nauwelijks stil bij hoe mooi het is. Je bent chronisch moe en altijd bezig met de volgende etappe of de volgende koers. Nu geniet ik veel meer. Mijn conditie is flink achteruit gegaan, maar ik ga nu lekker een paar uurtjes fietsen omdat ik het leuk vind. Zonder druk, zonder verwachtingen. Dat is gewoon heerlijk.’













