De talenten van morgen

Joeri Schaper: "Af en toe daag ik die ‘oudjes’ uit"

Soudal Quick-Step

Soudal Quick-Step

Grote rondes, monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 3: Joeri Schaper.

Wanneer ben je begonnen met wielrennen?
“Ik was een jaar of vier toen ik begon met mountainbiken. Ja, al heel vroeg. Met wedstrijden kun je in Nederland beginnen op je achtste. Ik ben toen ook meteen begonnen koersen. Vanaf mijn vijftiende werd het serieuzer. Ik kom niet per se uit een wielerfamilie. Mijn vader fietste, maar ik werd vooral gestimuleerd door mijn oudere broer, die ook aan wielrennen deed.”

Je bent ook de buurjongen van Niki Terpstra, toch?
“Nou, buurjongen is overdreven, maar we wonen in hetzelfde dorp: Bergen. Niki is hier zo’n acht jaar geleden naartoe verhuisd. Ik was vroeger fan van hem. Tegenwoordig is hij ook ploegleider bij ons. In die hoedanigheid heb ik regelmatig contact met hem.”

Ik kan me voorstellen dat het een extra stimulans is geweest dat zo’n succesvol renner in je dorp komt wonen.
“Ja, hij kwam in 2018. Dat was het jaar dat hij de Ronde van Vlaanderen won. Ik keek zeker tegen hem op. We zitten nu allebei in de fietsgroep Noord-Hollands Best. Ik ga af en toe met hem fietsen, maar ook weleens met Laurens ten Dam en Ramon Sinkeldam. Met die gasten heb je het altijd over koers. Ja, af en toe daag ik die ‘oudjes’ ook uit. Vorig jaar was ik in februari goed in vorm. Toen ik een lang stuk op kop reed, probeerde Niki me uit te dagen. Hij ging steeds harder fietsen, maar ik liet me niet kennen. Toen zei hij op een bepaald moment: ‘Dit gaat me toch te hard.’ Dat is natuurlijk leuk. Het is ook tof dat ik een beetje eenzelfde type renner aan het worden ben als Niki was. De kasseienklassiekers moeten me liggen.”

Joeri Schaper© Soudal Quick-Step

Joeri Schaper

Je werd afgelopen winter Nederlands kampioen afvalkoers op de baan. Hoe zie je de verhoudingen tussen de baan en de weg?
“Dat is best lastig. Ik zit in de talentenbaanselectie, maar de grote toernooien komen niet lekker uit in combinatie met mijn wegprogramma. Op de baan is het korter en intenser, maar daardoor leverde ik vorig jaar best iets in op mijn duurvermogen. En daarmee mijn wegcapaciteiten. De weg staat voor mij op één. Vorig jaar was mijn eerste jaar bij de opleidingsploeg van Soudal Quick-Step, maar sukkelde ik veel. Ik was er achteraf mentaal nog niet klaar voor, want de stap van de junioren naar de beloften is groot. Ik had daar moeite mee. Ik heb vooral onderschat hoeveel serieuzer het is.”

Hoe moeilijk was dat? Je werd samen met onder andere Senna Remijn als nieuweling al bij CyclingClassNL gehaald. Senna werd als eerstejaarsbelofte tweede in Luik U23 en derde in Parijs-Roubaix U23.
“Senna is een van mijn beste vrienden. Natuurlijk wil ik doen wat hij heeft gedaan. Senna is een supertalent, maar ik denk dat ik dat niveau ook kan bereiken. Het geeft me hoop. Wat hij heeft laten zien, is een houvast voor me. Alleen moet ik het nog wel laten zien uiteraard.”

>>> Lees ook dit interview met Senna Remijn: “Als ik er ooit één van die twee win, is mijn carrière geslaagd

Hoe ben je terechtgekomen bij de opleidingsploeg van Soudal Quick-Step?
“Als tweedejaars nieuweling werd ik Nederlands kampioen. Een dag later kreeg ik een berichtje van hun scout Johan Molly. Later hadden we een gezamenlijke training vanuit de ploeg. Toen hoorde ik een tijd niets meer. Tot ik werd uitgenodigd om met de WorldTour-ploeg op trainingskamp te gaan naar Spanje. Ik was toen nog nieuweling.”  

Op dat eerste trainingskamp maakte je meteen indruk op de WorldTour-renners.
“In een van de trainingen kwam ik als eerste boven op de Coll de Rates. Ik was daar met onder anderen Jarno Widar, Paul Magnier en António Morgado, die ook stageliepen. Wij waren uitgenodigd om kennis te maken. Ik zat die training in de groep met onder anderen Kasper Asgreen en Yves Lampaert. Die gasten begonnen tempo te rijden op de klim, maar ik bleef in het wiel zitten. Ik kwam uiteindelijk als eerste boven. Yves Lampaert zei toen tegen me: ‘Ik ben blij dat ik twee jaar heb bijgetekend, want als dit de nieuwe jeugd is… Dan wordt het lastig voor me.’ Twee dagen later zat ik in een groep met Evenepoel en Alaphilippe. Toen trokken ze een keer door en was ik de enige die Remco kon volgen. Het jaar erop zat ik naast Remco aan tafel. Hij zei toen: ‘Oh ja, jij was die rappe nieuweling vorig jaar.’ Dat is natuurlijk heel mooi. Nog datzelfde kamp mocht ik op gesprek komen, omdat ze het heel bijzonder vonden wat ik had laten zien.”

Wat hoop je dit jaar te bereiken en waar hoop je over vijf jaar te staan, want die nieuweling van toen moet nog in je zitten?
“Daar ben ik ook van overtuigd. Ik heb vorig jaar veel geleerd over mezelf. Ik weet waar mijn grenzen liggen. Van die lessen wil ik dit jaar gebruikmaken. In een Parijs-Roubaix U23 wil ik laten zien wat ik kan. En in de zomer gaan we wat koersen mixen met de WorldTour-ploeg. Daar wil ik mezelf ook laten zien. Ik hoop aan het eind van het jaar te kunnen verlengen bij de ploeg, of anders een mooie stap te maken naar een andere profploeg.”

Video

Joeri Schaper: "Af en toe daag ik die ‘oudjes’ uit"