Jurgen Zomermaand: "Je zou me een type Thymen Arensman kunnen noemen”
Getty

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 9: Jurgen Zomermaand.
Wanneer ben je precies begonnen met wielrennen?
“Ik ben begonnen in 2019. Eerst schaatste ik, maar ik vond wielrennen altijd al een leuke sport. Vooral doordat je veel buiten bent. Ja, ik had ook enig talent voor schaatsen. Ik was niet supergoed, maar gewoon prima.”
Je reed als eerstejaars junior een toptijd op de bekende trainingsklim Coll de Rates. Was dat de eerste keer dat je naam genoemd werd als wielrenner?
“Als tweedejaars nieuweling ging het al vrij goed in internationale koersen. Binnen mijn leeftijdscategorie kende iedereen me al voor die toptijd op de Coll de Rates, maar het was wel een dingetje, ja. Dat terwijl ik als eerstejaars junior helemaal niet zo goed presteerde. Al heb ik bij de junioren ook gewoon nooit op een parcours gereden dat me écht ligt. En zelfs bij de beloften doe je nog vooral de explosieve beklimmingen, terwijl langere cols me beter afgaan. Ik ben niet zo explosief, maar kan voor langere tijd heel hard trappen. Je zou me een type Thymen Arensman kunnen noemen.”
Op het WK voor junioren in 2024 in Zürich eindigde je achtste, in het wiel van ene Paul Seixas. Spiegelde je je aan hem bij de junioren?
“Nou, iedereen wist toen al dat hij superveel talent heeft. Zijn ontwikkeling gaat ook heel snel. Ik wist dat hij dit zou kunnen, maar het komt sneller dan verwacht. Ik spiegel me dan ook niet aan hem. Ik weet van mezelf dat ik iemand ben die langer nodig zal hebben om me door te ontwikkelen, maar uiteindelijk hoop ik natuurlijk richting topniveau te gaan. Het heeft niet een specifieke reden dat ik langer nodig heb, maar dat heb ik altijd gehad. Als eerstejaars nieuweling ging het iets minder en in het tweede jaar weer beter. Bij de junioren en beloften ging het op eenzelfde manier. Ik zet vaak een stap terug om er dan twee vooruit te zetten.”
Hoe kijk je terug op je eerste jaar bij de beloften?
“Het grootste deel van het seizoen ging niet goed. Elke koers viel een beetje tegen en ik voelde me nergens in topvorm. Gelukkig sloot ik goed af op het EK, waar ik voor het eerst op niveau was en ik zevende werd. Ik voelde me die dag écht een van de sterksten. Dat gaf vertrouwen voor het huidige seizoen.”
Die twee stappen vooruit ten opzichte van 2025 heb je dit seizoen wéér gezet, met onder meer ritwinst in de Ronde van Rwanda. Ben je een geduldig persoon?
“Het frustreert soms als ik een stapje terugzet. Ik ben wat dat betreft niet per se geduldig, maar soms moet je het accepteren als het niet loopt. Op zulke momenten moet je vooral evolueren hoe je je verbetert. Team Picnic PostNL is een team dat renners de tijd geeft voor hun ontwikkeling. Het is vorig jaar regelmatig gebeurd dat mensen binnen de ploeg me vertelden dat ik alle tijd heb. Het is een beetje het tegenovergestelde van hoe ik zelf ben, maar juist daarom helpt het me enorm.”
Vorig jaar heb je iets tragisch meegemaakt. Je viel over Samuele Privitera tijdens diens dodelijke crash in de Giro Ciclistico della Valla d’Aosta-Mont Blanc. Hoe groot was de mentale impact voor jou?
“Daar heb ik heel lang mee gezeten. Ik brak zelf mijn sleutelbeen, maar een sleutelbeen geneest vanzelf. Alleen ja, ik zat daardoor tijdens de eerste weken doelloos op de bank en was in mezelf gekeerd. Het was een zware periode. Gelukkig heb ik goede mentale hulp gekregen, waardoor ik snel weer mijn droom wilde gaan najagen. In de eerste twee weken heb ik constant gedacht dat ik zou gaan stoppen met wielrennen door wat ik heb gezien. Daarna is het nog weleens bij me opgekomen, maar door de hulp die ik kreeg, kon ik het ongeluk een plaats geven en ben ik minder over stoppen gaan nadenken.”
Met je eerste profzege dit seizoen en Team Picnic PostNL dat vers bloed kan gebruiken, word jij volgend jaar gewoon prof, toch?
“Dat hoop ik. Ik zou nog belofte kunnen blijven, maar ik ambieer de stap naar het hoogste niveau. Ik heb een dusdanige stap gezet in mijn ontwikkeling dat het denk ik logisch is dat ik de stap omhoog ga zetten. Met het niveau dat ik heb gehaald in 2026, zou het raar zijn als ik nog bij de beloften zou blijven hangen.”
Laatste vraag: waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Ik hoop een goede WorldTour-prof te zijn. Ik wil vooral gaan meedoen in de klassementen van de allergrootste koersen. Het is mijn grote droom om klassementsrenner te worden, want dat is waarom ik ooit ben begonnen met wielrennen.”












