Jutta Leerdam stopt een jaar: de les voor wielrenners
Getty Images

Jutta Leerdam stopt een jaar met topschaatsen, maakte ze op 14 september 2026 bekend in een persoonlijke video. Voor wielrenners is dat nieuws relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt: net als bij ploegen als Visma | Lease a Bike en Soudal Quick-Step draait een schaatscarrière om continuïteit in training en wedstrijdritme, en precies die continuïteit zet Leerdam nu stil. Kun je als topsporter zomààr een jaar stoppen, en wat doet zo'n pauze met een lichaam dat jarenlang op scherp heeft gestaan?
Een vraag die net zo goed geldt voor de WorldTour-renner die een winter overslaat als voor de clubrijder die na een blessure weer op het zadel moet klimmen. Wij zochten uit wat rust een getraind lichaam kost, hoe wielerploegen de schade beperken en hoe je sterker terugkomt op de fiets.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Waarom Leerdam stopt, en waarom het wielerpeloton dit patroon kent
Leerdam (27) had haar beste seizoen ooit achter de rug. Op de Olympische Spelen van Milaan-Cortina pakte ze goud op de 1.000 meter en zilver op de 500 meter, de bekroning van jaren hard werken. Toch twijfelde ze na afloop openlijk over haar toekomst. Op 14 september maakte ze via YouTube bekend dat ze het seizoen 2026/2027 volledig overslaat, zo meldt de NOS.
“Dit seizoen zal je me niet zien schaatsen. Dat is zeker”, zei ze. “Maar met pensioen gaan? Dat klinkt te definitief.” Een precieze reden geeft ze niet, ze spreekt vooral over ‘haar gevoel volgen’ en de vrijheid om ja te zeggen tegen andere dingen. Ook een reactie van de schaatsbond ontbreekt vooralsnog. Dat is de eerlijkste stand van zaken; alles daarboven zou gissen zijn.
In het wielrennen is dit patroon bekend terrein. Tom Dumoulin nam begin 2021 noodgedwongen een pauze om zijn toekomst te heroverwegen, en maakte in juni 2022 bij Jumbo-Visma, nu Visma | Lease a Bike, met onmiddellijke ingang bekend definitief te stoppen: “Ik word moe in plaats van beter.” Mark Cavendish maakte in 2018 openbaar dat hij kampte met een burn-out en klinische depressie na een slepend Epstein-Barrvirus, midden in zijn carrière als sprinter. Beide voorbeelden laten hetzelfde zien als het verhaal van Leerdam: de klap komt vaak ná het succes, niet ervoor, en zelfs de sterkste renners in het peloton zijn er niet immuun voor.
Kun je als wielrenner zomààr een jaar stoppen?
Het korte antwoord: het kan, maar het is zelden ‘zomaar’. Leerdam kan het zich veroorloven omdat ze buiten het schaatsen om inkomsten heeft uit sponsoring en content, een luxe die niet elke sporter heeft. Voor een WorldTour-renner is een jaar zonder koersen sportief en financieel risicovoller: UCI-ranglijstpunten devalueren, een contract loopt af, en een ploeg moet elk jaar met de punten van het hele team een startbewijs voor de grote rondes verdienen. Voor renners op continentaal niveau geldt dat nog sterker: geen koersresultaten betekent vaak geen nieuw contract.
Er is ook een psychologische kant. Onderzoekers beschrijven in Sports Psychiatry hoe atletische uitputting ontstaat: een opeenstapeling van hoge trainingsbelasting en te weinig herstel, waarbij de grens tussen wedstrijdseizoen en rustperiode steeds verder vervaagt (Gerber et al., 2024). Precies dat maakt volledig stoppen voor veel wielrenners lastiger dan het klinkt: het lichaam en het hoofd zijn jarenlang getraind om door te fietsen. Hoe die gewenning ontstaat, en waarom stoppen met trainen voor sommige renners bijna een ontwenning is, lees je in ons artikel over of je verslaafd kunt raken aan trainen.
Wat een jaar zonder fietsen met je lichaam doet
Wie een jaar stopt, levert conditie in, en dat gaat sneller dan de meeste wielrenners denken. Onderzoek gepubliceerd in Frontiers in Physiology laat zien dat het maximale zuurstofopnamevermogen (VO2max), de motor achter je FTP, van duursporters al binnen twee weken zonder training met bijna 5 procent daalt, na acht weken rond de 13 procent ligt en na twee maanden kan oplopen tot 20 procent (Codella et al., 2024). Bij één wielrenner uit de onderzochte literatuur zakte de lactaatdrempel zelfs met 16,7 procent, het vermogen waarop je nu nog probleemloos een groepje bijbeent, kan dan zomaar een trainingszone lager liggen. Ook het slagvolume van het hart neemt af, het koersgewicht stijgt en bij langdurige inactiviteit krimpt zelfs de hartspier.
Dat klinkt drastisch, maar het is precies waarom rustdagen, en een goed doordacht rustseizoen, een vaste plek verdienen in elk trainingsschema, ook dat van de recreatieve wielrenner. Hoe belangrijk die rustdagen daadwerkelijk zijn, en hoeveel je zonder schade kunt overslaan, lees je in ons artikel over rustdagen voor wielrenners.
Hoe wielerploegen de schade beperken tijdens een pauze
De meeste prof-wielrenners die een pauze inlassen, stoppen zelden volledig. Uit hetzelfde detrainingsonderzoek blijkt dat een gedeeltelijke afbouw, bijvoorbeeld één stevige, hoogintensieve training per week naast rustig fietsen, het verlies aan conditie flink kan beperken vergeleken met volledige stilstand. Ploegbegeleiders sturen daarom vaak op actief herstel: rustig fietsen op de rollerbank of mountainbike, lopen of zwemmen, in plaats van volledig van de fiets af te stappen. Precies dit soort periodisering zie je terug in de winterstop van elke WorldTour-ploeg, waar renners bewust enkele weken minder trainen voordat de opbouw naar het nieuwe seizoen begint.
Minstens zo belangrijk is het onderscheid tussen normale vermoeidheid en overtraindheid, want wie te lang doortrapt zonder de signalen te herkennen, loopt juist het risico gedwongen, en veel abrupter, te moeten stoppen. Wij zetten de verschillen op een rij in ons artikel over moe zijn versus overtraind raken, en wie dieper wil, vindt een complete gids over overtraining herkennen en voorkomen.
De weg terug: hoe wielrenners een succesvolle comeback maken
De fysieke kant van een comeback is relatief voorspelbaar: FTP en basisconditie bouw je terug op met geduld en progressieve belasting. De psychologische kant blijkt minstens zo bepalend. Een systematische review in het tijdschrift Sports concludeert dat ‘psychologische gereedheid’ de meest consistente voorspeller is van een succesvolle terugkeer naar topsport, sterker nog dan pure fysieke paraatheid (Rajpoot et al., 2026). Veerkracht en mentale weerbaarheid beperken het risico op herhaalde burn-out, terwijl coaches die autonomie stimuleren in plaats van opleggen de kans op een goede rentree vergroten.
Het wielerpeloton levert genoeg voorbeelden van hoe dat eruitziet. Chris Froome brak in 2019 bij een verkenning van de Critérium du Dauphiné meerdere botten en had jaren nodig om terug te keren naar zijn oude niveau bij het toenmalige Team Ineos. Remco Evenepoel crashte in 2020 zwaar tijdens Il Lombardia, brak zijn bekken en een wervel, en stond bij Deceuninck–Quick-Step een jaar later alweer op het podium van diezelfde koers. Egan Bernal reed begin 2022 bijna fataal tegen een stilstaande bus tijdens een training in Colombia en keerde diezelfde zomer nog terug in het WorldTour-peloton. Bij alle drie kostte het opbouwen van vertrouwen minstens zoveel tijd als de fysieke revalidatie. Voor Leerdam geldt straks vermoedelijk hetzelfde: niet de vraag of haar benen weer snel genoeg zijn, maar of haar hoofd er klaar voor is, zal bepalen of een rentree slaagt.
Wat betekent dit voor jou als wielrenner
Je hoeft geen olympisch kampioen of WorldTour-renner te zijn om iets aan dit verhaal te hebben. Ook een winterstop, een blessurepauze of gewoon een paar weken zonder fietsschoenen volgt dezelfde regels: conditie verdwijnt sneller dan je hem opbouwt, maar met een verstandige opbouw haal je hem ook weer terug. Een paar praktische lessen uit het verhaal van Leerdam, vertaald naar het zadel: negeer vermoeidheidssignalen niet tot je gedwongen wordt te stoppen, kies voor actief herstel, rustig fietsen, lopen, zwemmen, boven volledige stilstand als dat kan, en bouw na een pauze net zo veel aan je hoofd als aan je benen en je FTP.
Wie zijn motivatie kwijt is, hoeft trouwens niet meteen helemaal te stoppen: voor veel wielrenners werkt de fiets juist andersom, als uitlaatklep. Hoe dat mechanisme werkt, lees je in ons artikel over fietsen als medicijn voor je hoofd. Of je nu een olympische titel verdedigt of gewoon je clubrit van zondag rijdt: luister op tijd naar je lichaam, dan hoef je nooit zo abrupt te stoppen als soms nodig blijkt.













