Training

Kan een echte sportschooljongen hard een berg op beuken?

Anastase Maragos | Unsplash

Anastase Maragos | Unsplash

Wat gebeurt er als iemand die vaker aan de halters hangt dan op een zadel zit ineens een klim voor de kiezen krijgt?

Stel je voor: een fanatieke sportschoolbezoeker, gespierde benen, sterke core, stapt voor het eerst serieus op een racefiets en staat aan de voet van een berg. Denk aan een Alpencol of een steile klim in Zuid-Limburg. De vraag die dan vaak opkomt: kan iemand die vooral kracht traint eigenlijk wel hard een berg op fietsen?

Het korte antwoord: ja, maar waarschijnlijk niet zo hard als je misschien denkt.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Spierkracht is niet hetzelfde als klimvermogen

In de sportschool draait veel om maximale kracht: zware gewichten, korte sets, explosieve bewegingen. Dat levert sterke spieren op, vooral in de quadriceps, hamstrings en bilspieren, precies de spiergroepen die ook bij het fietsen worden gebruikt.

Maar klimmen op de fiets draait om iets anders: duurvermogen. Een berg op fietsen betekent vaak 20 tot 60 minuten (of langer) continu vermogen leveren. Dat vraagt niet alleen spierkracht, maar vooral een goed ontwikkeld aerobe systeem: hart, longen en spieren die efficiënt zuurstof gebruiken.

Krachttraining richt zich voornamelijk op korte inspanningen waarbij het lichaam vooral het anaerobe energiesysteem gebruikt. Dat systeem is perfect voor een zware set squats of een explosieve sprint, maar minder geschikt voor langdurige inspanning. Op een klim wil je juist zo lang mogelijk onder je verzuringsgrens blijven rijden. Wie dat niet gewend is, merkt al snel dat de benen zwaar worden en het tempo snel inzakt.

Met andere woorden: een sterke squat helpt, maar zonder uithoudingsvermogen kom je alsnog snel in het rood.

Het gewicht speelt ook mee

Bij klimmen is er nog een belangrijke factor: de verhouding tussen vermogen en lichaamsgewicht, ook wel bekend als watt per kilo.

Veel mensen die veel kracht trainen hebben relatief veel spiermassa. Dat kan op het vlakke nog voordeel geven, bijvoorbeeld bij sprints of korte explosieve inspanningen. Maar op een lange klim moet al dat gewicht wel omhoog.

Een lichtere fietser met iets minder absolute kracht kan daardoor toch sneller boven zijn. In de wielerwereld zie je dat terug in het type renners dat excelleert in de bergen: vaak relatief lichte atleten die langdurig een hoog vermogen per kilo lichaamsgewicht kunnen leveren.

Dat betekent overigens niet dat spiermassa per definitie nadelig is. Als extra spierkracht ook leidt tot een hoger vermogen op de pedalen, kan het verschil deels worden gecompenseerd. Het draait uiteindelijk om de balans tussen kracht en gewicht.

Fietsspieren zijn ook techniek

Fietsen lijkt simpel, je trapt en de fiets gaat vooruit, maar efficiënt klimmen is een vaardigheid op zich. Regelmatig fietsen zorgt voor een betere traptechniek en een efficiënter gebruik van energie.

Ervaren fietsers ontwikkelen bijvoorbeeld:

  • een soepele trapfrequentie
  • efficiënte spiercoördinatie
  • het vermogen om lang net onder de verzuringsgrens te rijden

Iemand die vooral in de sportschool traint mist die specifieke fietstechniek. Het resultaat: meer energieverbruik voor dezelfde snelheid. Ook zaken als schakelen, cadans kiezen en het vinden van een goed klimritme spelen een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou denken.

Maar onderschat de gym niet

Toch betekent dit niet dat een sportschoolliefhebber kansloos is op een klim. Integendeel: een sterke basis kan juist een voordeel zijn.

Sterke spieren helpen bij:

  • korte steile stukken
  • acceleraties uit haarspeldbochten
  • het rijden van hogere vermogens in korte blokken

Bovendien kan krachttraining blessures helpen voorkomen en bijdragen aan een stabiele houding op de fiets. Veel wielrenners doen daarom juist aanvullend krachttraining om sterker en efficiënter te worden.

Als een sportschoolatleet besluit om serieus te gaan fietsen en daarnaast zijn aerobe conditie traint, kan de progressie verrassend snel gaan. Met een paar maanden gerichte fietstraining, denk aan langere duurtrainingen en klimintervallen, kan het verschil al enorm zijn.

De conclusie: kracht helpt, maar inhoud wint

Kan iemand die vaker in de sportschool staat dan op de fiets hard een berg op fietsen? Zeker. Maar echt snel klimmen is een combinatie van kracht, uithoudingsvermogen, techniek en een gunstige watt-per-kilo-verhouding.

Een sterke basis in de sportschool kan een mooi startpunt zijn, maar uiteindelijk bepaalt vooral het specifieke fietstraining hoe snel je boven komt. Of, zoals veel wielrenners het zouden samenvatten: veel kunnen squatten is leuk, maar op een klim telt uiteindelijk maar één ding, hoe lang je het vermogen kunt blijven wegtrappen.

En dat leer je nog altijd het best door simpelweg veel en vaak bergop te fietsen.

Kan een echte sportschooljongen hard een berg op beuken?