Kan je echt sterven door te hard of te lang fietsen?
Getty Images

Daar stond ik dan. Met mijn blauw met gele Cannondale CAAD3 uit de jaren negentig, die heerlijk lompe HeadShok-vering onder het stof. Omgebouwd tot reisfiets, tassen volgepakt. In the middle of nowhere, op een rotsachtige woestijnvlakte.
Ik wilde een stuk afsnijden door het binnenland, waar kilometers lang alleen maar windmolens stonden. Het gebied was duidelijk afgesloten. Ik tilde mijn fiets toch in stukjes over het hek. Kortere route, dacht ik. Ik had nog één bidon over. Dat moest genoeg zijn. Mijn laatste reepje van het laatste tankstation was bijna op. Na uren fietsen was mijn voorraad op. En ik ook.
Bidon leeg. Maag leeg. Wat nu. Ik ging zitten op de gravelweg en legde mijn fiets naast me neer, als een maatje. Ik was nog nooit zo leeg geweest. Boven me vlogen vogels over, terwijl ik daar in de zon zat. Zal ik een laatste boodschap achterlaten in het zanderige gesteente, dacht ik. Dear life, sorry I am leaving you.
Dear life, sorry I am leaving you
Uiteindelijk overleefde ik het natuurlijk. Ik bleek nog een blikje ragout bij me te hebben, absolute reserve, en die at ik op als een hyena. Daarna reed ik verder. We gooien in het peloton makkelijk met zinnen als "ik lag te sterven in je wiel". Maar hoe ver zit zo'n uitspraak eigenlijk van de werkelijkheid? Hoe hard of hoe lang moet je fietsen om daadwerkelijk dood te gaan van de inspanning zelf? En waarom grijpt je lijf meestal in voordat het zover komt? Tijd om dat uit te zoeken.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De meeste fietsdoden vallen niet door inspanning
Laten we eerlijk beginnen. Het overgrote deel van de sterfgevallen op de fiets heeft niets te maken met een lijf dat het opgeeft. Wereldwijd stierven er in 2021 naar schatting zo'n 41.000 mensen door fietsongevallen, vrijwel allemaal door aanrijdingen en valpartijen. Dat is een ander verhaal, met andere oorzaken.
De vraag die overblijft is preciezer. Kan je fysieke lijf zelf de oorzaak zijn? Kan pure inspanning, hitte, uitdroging of een tekortschietend hart je fataal worden, zonder dat er een auto of een kuil in de weg aan te pas komt? Het antwoord is ja, dat kan. Maar het is veel zeldzamer dan de meeste mensen denken, en het gebeurt meestal via een van een paar specifieke routes.
Oververhitting: als je interne kachel niet meer uitgaat
Dat hitte geen licht risico is, bleek deze zomer nog maar weer. Tijdens de hittegolf van eind juni meldde de Franse gezondheidsdienst meer dan duizend extra sterfgevallen sinds de voorgaande woensdag, in 85 procent van de gevallen ging het om 65-plussers. De veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond riep gemeenten zelfs op om evenementen met zware lichamelijke inspanning te schrappen zolang code rood gold. Dat cijfer gaat vooral over hitte in het algemeen, met kwetsbare groepen als grootste slachtoffer, niet per se over sporters die zichzelf oververhitten tijdens inspanning. Maar het onderliggende mechanisme is verwant, en heeft in de sportgeneeskunde een eigen naam.
Fietsen genereert een enorme hoeveelheid warmte in je spieren. Normaal voert je lijf die af via zweten en een verhoogde bloedstroom naar de huid. Bij exertional heat stroke, oftewel inspanningsgebonden hitteberoerte, lukt dat niet meer. Je kerntemperatuur schiet boven de 40 graden en je hersenen raken in de war. Het is een van de drie meest voorkomende doodsoorzaken bij sporters, en onbehandeld kan de sterftekans oplopen tot wel 80 procent.
Snel koelen maakt echter een enorm verschil. Wordt iemand binnen tien minuten na instorten ondergedompeld in koud water, dan ligt de overlevingskans op bijna honderd procent. Het record voor de hoogste gemeten kerntemperatuur bij iemand die een hitteberoerte overleefde, staat op 44,3 graden, gemeten bij een Amerikaanse soldaat tijdens een navigatietraining, aldus een publicatie in het Journal of Applied Physiology.
De hoogste gemeten kerntemperatuur bij iemand die een hitteberoerte overleefde, staat op 44,3 graden
Een rotsachtige woestijnvlakte zonder schaduw is precies het decor waarin dit misgaat.
Teveel drinken kan net zo dodelijk zijn als te weinig
Hier gaat het schuren met je intuïtie. Je zou denken dat drinken de oplossing is voor bijna elk probleem onderweg. Maar te veel water, zonder voldoende zout, kan een levensgevaarlijke aandoening veroorzaken die inspanningsgebonden hyponatriëmie heet, zoals in dit artikel verder beschreven is Gevaarlijker dan uitdroging: dit gebeurt er met je als je te veel drinkt tijdens een rit
Je nieren kunnen in rust ongeveer 800 tot 1000 milliliter vocht per uur verwerken. Tijdens intensieve, langdurige inspanning stijgt het hormoon ADH, waardoor de verwerkingscapaciteit van je nieren juist flink kan dalen. Drink je in die situatie toch te veel, dan verdunt het natrium in je bloed zich razendsnel. Je hersenen zwellen op, met verwardheid, toevallen en in het ergste geval de dood tot gevolg. De les. Drink naar dorst, niet uitsluitend naar een schema, en zeker niet naar angst.
Je hart, de stille dreiging
Dan het scenario waar de meeste onrust over bestaat. Plotse hartdood tijdens het sporten. Het gebeurt, maar het is zeldzamer dan de verhalen doen vermoeden, zeker in het wielrennen. In de hele geschiedenis van de Tour de France is er tijdens de koers zelf welgeteld één renner overleden aan een hartstilstand, een incidentie van 0,007 per 100.000 deelnemersjaren. Oud-Tourrenners hebben zelfs een 43 procent lager risico op overlijden aan hart en vaatziekten dan de doorsnee bevolking, meldt cyclingsite Outer Line. En van alle slachtoffers van plotse hartdood in de sport had slechts drie op de tien vooraf waarschuwingssignalen, zoals pijn op de borst of flauwvallen.
Op 13 juli 1967 trotseerde de Brit Tom Simpson de Mont Ventoux tijdens de Tour de France. Maar op deze dag werd de beruchte bergetappe hem te machtig. Volledig uitgedroogd en onder invloed van amfetamine stortte de renner ter aarde. Zijn onverzettelijkheid bracht hem nog terug op zijn fiets. Enkele honderden meters verder viel hij opnieuw. Tom Simpson, de wereldkampioen van 1965, zou niet meer opstaan.
De oorzaak verschilt sterk per leeftijd. Bij sporters onder de 35 gaat het vaak om aangeboren afwijkingen aan hart of bloedvaten, zoals een verdikte hartspier. Bij sporters boven de 35 is verkalking van de kransslagaders meestal de boosdoener, dezelfde aderverkalking die ook niet-sportende leeftijdsgenoten treft. Verontrustend genoeg geven deze onderliggende afwijkingen vaak geen enkel signaal voordat het misgaat. Reden genoeg om een hartscreening serieus te nemen, zeker als hartproblemen of plotse sterfgevallen in de familie voorkomen.
Waarom de meeste fietsers allang gestopt zijn voordat het zover komt
Hier komt het interessantste deel. Je lichaam heeft een ingebouwde noodrem, en die trekt vaak veel eerder aan dan je zou verwachten. Neem de man met de hamer, dat moment waarop je benen leeg voelen en de wereld grijs kleurt. Je lever slaat maar zo'n 80 tot 100 gram glycogeen op, genoeg voor ongeveer anderhalf tot twee uur stevig fietsen zonder te eten, legt wielercoach en podcasthost van Roadman Cycling uit. Zodra die voorraad leeg raakt, daalt je bloedsuiker. Je hersenen, die vrijwel volledig op glucose draaien, merken dat onmiddellijk en trekken de handrem. Niet omdat je spieren het niet meer kunnen, maar omdat je hersenen het niet meer vertrouwen.
Diezelfde logica zit achter wat inspanningsfysiologen de central governor theorie noemen. Het idee komt oorspronkelijk van fysioloog Archibald Hill, in 1924. Decennia later blies diezelfde Tim Noakes het nieuw leven in. De theorie stelt dat je hersenen continu je hartslag, kerntemperatuur en brandstofvoorraad in de gaten houden, en je spieraansturing afremmen ruim voordat er echte schade dreigt. Onomstreden is de theorie niet. Andere onderzoekers vinden het idee wetenschappelijk niet goed te toetsen en dus lastig te bewijzen of te weerleggen. Maar het praktische punt blijft overeind. Uitputting voelt als een grens, terwijl het vaak een waarschuwing is.
>>> Lees ook: Mijn lichaam op een papiertje: wat een inspanningstest je leert
Precies dat gebeurde vermoedelijk ook bij mij op die gravelweg. Geen hitteberoerte, geen hartstilstand, maar een leeg getankt lijf dat de stekker eruit trok voordat het echt gevaarlijk werd. Vervelend, beangstigend zelfs, maar iets anders dan op de rand van de dood balanceren.
En dan is er nog rabdomyolyse
Minder bekend, maar het vermelden waard. Bij extreme, langdurige inspanning kunnen spiercellen zelf kapot gaan en hun inhoud in je bloed lekken, een aandoening die rabdomyolyse heet. Je nieren raken verstopt met afbraakproducten en kunnen uitvallen. Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde beschreef het geval van een 31-jarige, gezonde marathonloper die twee dagen na zijn wedstrijd met hevige spierpijn en aanhoudend braken op de spoedeisende hulp belandde, met acuut nierfalen als gevolg. Na zeventien dagen in het ziekenhuis herstelde hij. Rabdomyolyse wordt vooral gezien bij extreme inspanning in combinatie met hitte en uitdroging, zoals bij ultra-endurance evenementen. Zeldzaam, maar wel een reden om na een extreem zware rit alert te zijn op donkere, theekleurige urine of aanhoudende, hevige spierpijn.
>>> Lees ook: Van 100 naar 300 km: De mentale klik voor jouw eerste ultra
Dus, hoe ver moet je gaan?
Voor een gezond lijf, zonder onderliggende hartafwijking, is het antwoord geruststellend. Heel ver. Je hersenen en je lever geven meestal eerder op dan je hart of je organen. De routes die wel echt dodelijk kunnen aflopen, hitteberoerte, ernstige hyponatriëmie, een hart met een verborgen mankement, zijn allemaal zeldzaam en meestal het resultaat van een combinatie van factoren tegelijk. Extreme hitte zonder schaduw of verkoeling. Uren doorfietsen zonder eten of drinken. Een hartafwijking waar je nog niets van wist.
Interessant genoeg beschermt diezelfde stevige inspanning je op de lange termijn juist enorm, ook al brengt ze in uitzonderlijke gevallen risico's met zich mee. Actieve mensen hebben een risicoreductie van 50 procent of meer op vroegtijdig overlijden vergeleken met mensen die stilzitten, ook al is het risico tijdens een zware inspanning zelf eventjes hoger. Fietsen is dus, ondanks alle bovenstaande scenario's, nog altijd een van de gezondste dingen die je met je lijf kunt doen.
En dat zinnetje in het wiel. "Ik lag te sterven." Zeg het gerust. Je hersenen waren het namelijk al lang met je eens, ruim voordat je hart daar ook maar iets van merkte.












