Keije Solen: "Ik probeer alles op en naast de fiets perfect te doen"
Getty

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 5: Keije Solen.
Wanneer ben je begonnen met wielrennen?
“Tien jaar geleden deed ik aan motorcross. Ik groeide op dat moment snel en maakte een aantal keer een flinke klapper. De dokter zei toen dat het beter was om ermee te stoppen. Ik ging op zoek naar een alternatief op twee wielen en kwam uit bij de mountainbikeclub. Ik heb me ingeschreven bij de lokale club en vervolgens is het snel gegaan. Ik werd nog hetzelfde jaar Nederlands kampioen. Ik reed toen ook al op de weg en ging twee jaar later ook nog crossen.”
Op tienjarige leeftijd al moeten stoppen met een sport. Dat klinkt best heftig.
“Als ik door zou gaan, was de kans aanwezig dat ik scheef zou gaan groeien en ik daardoor in het ziekenhuis zou terechtkomen. Mijn ouders hebben dus niet lang getwijfeld. Ik was het uiteraard oneens met kun keuze, want het was mijn grote passie. Nog steeds vind ik het leuk om te volgen. Maar achteraf hebben ze die knoop gelukkig doorgehakt.”
Het is allebei op twee wielen, maar niet te vergelijken. Toch kreeg je dus snel door dat je talent hebt op de fiets?
“In de jeugd zegt dat nog niet veel, maar er waren mensen die naar me toekwamen dat ik goed kon fietsen. Ik had geen idee wat dat betekende, want pas bij de junioren wordt écht duidelijk wat je kan. Ik werd als tweedejaars nieuweling samen met Senna Remijn en Joeri Schaper vervroegd bij CyclingClassNL gehaald. Dan heb je in elk geval potentie.
"Op de mountainbike en in de cross was ik ook zelf zeker dat ik goed kon worden, maar op de weg nog niet. Er zijn immers zoveel goede wegrenners. Ik kwam altijd een beetje tactisch vernuft te kort op de weg. Daardoor wist ik ook dat ik nog veel kon leren en koos ik er als junior voor om mountainbiken te laten vallen en me vol te focussen op de cross en de weg.”
Hoe kijk je naar leeftijdsgenoot Senna Remijn, die al de finale reed in de Amstel Gold Race. Voel je dan gezonde jaloezie?
“Het is zeker waar ook ik heen wil. Senna en ik rijden al ons hele loopbaan tegen elkaar. Mooi om te zien hoe ver hij al is, maar ik volg mijn eigen route en ben altijd van de geleidelijke weg geweest. Echt verrast wat hij doet, ben ik niet. Jongens uit 2005 of 2006 kunnen gewoon al mee op profniveau. Het moet ook, want anders kom je er niet. Of dat onrust veroorzaakt? Nee, ik kan behoorlijk goed relativeren. Ik weet ook dat de top van de beloften zeker niet onderdoet voor de onderkant van de profwereld.”
Je bent vrij goed bezig dit jaar met goede prestaties in Parijs-Roubaix en de Ronde van Bretagne. Ben je andere dingen gaan doen nu je tweedejaars belofte bent?
“Sinds de winter werk ik met een trainer van de ploeg en merk ik dat het een stuk serieuzer wordt. Ik probeer alles op en naast de fiets perfect te doen. Vooral het volume is omhooggegaan. Ik merk meteen effect, want het gaat vooralsnog heel goed dit seizoen.”
Je rijdt voor Lotto-Groupe Wanty. Hoe ben je daar destijds terechtgekomen?
“Ik reed vorig jaar als eerstejaars voor Intermarché-Wanty. Nadat ik mijn havo afrondde, ging het tweede deel van mijn laatste jaar bij de junioren zeer goed en werd ik benaderd door die ploeg. Ik heb ook gesprekken gevoerd met andere ploegen, maar daar kwam niets uit. Ik tekende best laat, maar ik was meteen overtuigd, mede door de combinatie met de crossploeg. Dat was vorig jaar bij Intermarché-Wanty en na de fusie met Lotto nog steeds goed geregeld. Ik zal de weg dan ook blijven combineren met de cross.”
Wat voor type renner ben je op de weg?
“Ik ben best rap en door mijn achtergrond als motorcrosser ben ik ook vrij handig met de fiets. Op goede dagen kan ik ook een klimmetje tot een minuut of 10 à 15 overleven. Zeker als ze niet te steil zijn. Qua type renner zit ik een beetje tussen een Mads Pedersen en Michael Matthews in.”
Laatste vraag: waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Ik ben niet echt een planner, maar als ik nu een antwoord moet geven, zou ik zeggen dat ik een goede prof hoop te zijn die al een paar keer gewonnen heeft. En hopelijk zit ik dan ook dicht tegen de zege in Parijs-Roubaix en op het WK veldrijden aan. Dat is de droom.”









