Lactaat-gels: wordt dit de volgende revolutie in het wielrennen?

Update: 5 juni 2026 om 17:00
Praat mee!
Online Editor

Getty Images

Getty Images

Jarenlang had lactaat een slechte reputatie in de wielersport. Het werd gezien als iets wat samenhing met verzuring, zware benen en het moment waarop je lichaam begon tegen te sputteren. Maar de wetenschap kijkt inmiddels heel anders naar lactaat. Sterker nog, onderzoekers zien het tegenwoordig niet alleen als een product van inspanning, maar ook als een waardevolle brandstof.

Dat nieuwe inzicht vormt de basis van een opvallende ontwikkeling uit Spanje. Daar werken onderzoekers aan lactaat-gels die sporters tijdens inspanning kunnen gebruiken. Het idee klinkt bijna tegenstrijdig: een stof die jarenlang werd geassocieerd met vermoeidheid zou juist kunnen helpen om prestaties te ondersteunen.

Volgens een recent artikel in de Spaanse krant El País geloven de onderzoekers achter het project dat lactaat een belangrijke rol kan spelen in de volgende generatie sportvoeding. Maar hoe realistisch is dat?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Lactaat is niet de vijand die veel fietsers denken

Veel wielrenners gebruiken de termen lactaat en verzuring nog steeds door elkaar. Dat is begrijpelijk, want jarenlang werd gedacht dat lactaat verantwoordelijk was voor het brandende gevoel in de benen tijdens zware inspanningen.

Tegenwoordig weten onderzoekers dat het verhaal veel complexer ligt. Lactaat ontstaat wanneer het lichaam energie produceert tijdens intensieve inspanning. Vervolgens kan datzelfde lactaat door andere spieren, het hart en zelfs de hersenen worden gebruikt als energiebron.

Onderzoekers zoals de Amerikaanse inspanningsfysioloog George Brooks hebben tientallen jaren onderzoek gedaan naar dit proces, dat bekendstaat als de lactate shuttle. Daarbij fungeert lactaat als een soort energietransporteur binnen het lichaam in plaats van een afvalstof die zo snel mogelijk moet worden afgevoerd. Dat inzicht heeft de manier waarop sportwetenschappers naar lactaat kijken fundamenteel veranderd.

Lees ook: Wat is een lactaattest en waarom begint elke prof er het seizoen mee

Het idee achter lactaat-gels

De Spaanse onderzoekers proberen dat fysiologische principe nu te vertalen naar sportvoeding.

Waar traditionele energiegels voornamelijk bestaan uit koolhydraten zoals glucose en fructose, bevatten deze nieuwe producten een vorm van lactaat die door sporters kan worden ingenomen tijdens inspanning. Het doel is niet om koolhydraten te vervangen, maar om een extra energiebron toe te voegen.

Volgens de ontwikkelaars was een van de grootste uitdagingen om een vorm te vinden die voldoende geconcentreerd is en tegelijkertijd goed verteerbaar blijft tijdens zware inspanningen. Dat bleek jarenlang een struikelblok voor eerdere experimenten. De onderzoekers denken dat exogeen lactaat, oftewel lactaat dat van buitenaf wordt toegediend, mogelijk een aanvullende rol kan spelen naast bestaande voedingsstrategieën.

Waarom dit interessant kan zijn voor wielrenners

Het moderne wielrennen draait steeds meer om voeding. Profrenners consumeren tegenwoordig tijdens wedstrijden vaak meer dan 100 gram koolhydraten per uur. Sommige renners gaan zelfs richting 130 gram of meer.

Dat levert prestaties op, maar brengt ook uitdagingen met zich mee. Hoe meer voeding een renner inneemt, hoe groter de kans op maag- en darmproblemen. Daarom zoeken voedingswetenschappers voortdurend naar manieren om energie beschikbaar te maken zonder het spijsverteringsstelsel verder te belasten. Precies daar ligt de aantrekkingskracht van lactaat. Omdat het lichaam lactaat van nature al gebruikt als brandstof, denken onderzoekers dat het mogelijk een aanvullende energiebron kan vormen tijdens langdurige inspanningen.

Daarnaast wordt onderzocht of extra lactaat het gebruik van glycogeen kan beïnvloeden. Wanneer spieren zuiniger omgaan met hun glycogeenvoorraad, kan dat theoretisch interessant zijn voor lange etappes, klassiekers of granfondo's.

De wetenschap is enthousiast, maar nog voorzichtig

Dat betekent niet dat lactaat-gels morgen al standaard in het peloton verschijnen.

Hoewel er veel wetenschappelijke kennis bestaat over de rol van lactaat in het lichaam, is er op dit moment nog beperkt onafhankelijk onderzoek beschikbaar naar de daadwerkelijke prestatie-effecten van lactaat-gels tijdens wedstrijden. Dat onderscheid is belangrijk. Dat lactaat een bruikbare brandstof is, wordt breed ondersteund door onderzoek. Dat het drinken of eten van extra lactaat automatisch leidt tot betere prestaties, is een veel grotere stap.

De geschiedenis van sportvoeding laat bovendien zien dat niet iedere veelbelovende innovatie uiteindelijk een succes wordt. Denk bijvoorbeeld aan ketonen, die enkele jaren geleden werden gepresenteerd als een mogelijke revolutie maar waarvan de voordelen in de praktijk minder duidelijk bleken dan aanvankelijk gehoopt.

Revolutie of interessante zijweg?

Of lactaat-gels daadwerkelijk een revolutie worden, zal afhangen van toekomstige onderzoeken.

Als blijkt dat sporters aantoonbaar harder kunnen rijden, beter herstellen of efficiënter omgaan met hun energievoorraden, dan kan deze ontwikkeling snel terrein winnen. Zeker in een sport waar kleine verschillen grote gevolgen kunnen hebben.Tegelijkertijd is de wielersport niet vreemd van innovaties die veelbelovend begonnen maar uiteindelijk minder impact hadden dan verwacht.

Voorlopig bevinden lactaat-gels zich nog in die tussenfase: wetenschappelijk interessant, veelbelovend, maar nog niet bewezen.

Conclusie

Het opvallende aan lactaat-gels is misschien niet eens het product zelf, maar de gedachte erachter. Jarenlang probeerden wielrenners lactaat vooral te vermijden of uit te stellen. Nu onderzoeken wetenschappers juist of dezelfde stof kan helpen om prestaties te ondersteunen. Dat laat zien hoe sterk onze kennis over inspanning en voeding is veranderd.

Of lactaat-gels daadwerkelijk de volgende grote doorbraak worden in het wielrennen, weten we nog niet. Maar één ding is zeker: een stof die ooit werd gezien als de vijand van de wielrenner staat ineens centraal in de zoektocht naar extra prestaties.