Langzamer klimmen = sneller boven? Dit is de bizarre klimhack van supertalent Paul Seixas
PRO SHOTS / Zuma Press

Je kent het wel. Weg loopt omhoog, verstand gaat uit, en je begint te stampen alsof er boven iemand staat met een stopwatch én je trots in handen. Alles geven. Alles leegtrekken. En toch… precies daar verlies je vaak de klim. Paul Seixas, de 19-jarige Fransman en aanstormend supertalent, laat zien dat het anders kan. Sterker nog: beter.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De klimlogica die niemand je vertelt
De klassieke fout bij klimmen is simpel: hoe steiler, hoe harder je gaat. Maar volgens inzichten uit de praktijk van onder andere coach Tom Danielson werkt dat precies averechts.
De zogenaamde surf-techniek draait dat volledig om. In plaats van exploderen op de steilste stukken, blijf je daar gecontroleerd rijden. Rond je drempel. Geen paniek. Geen heroïek. En dan, precies op het moment dat de klim even afvlakt… ga je. Niet een beetje. Maar echt.
>>> Lees ook: Klimmen als zwaardere fietser: zo maak je het makkelijker
Surfen op het parcours
Zie een klim niet als één blok, maar als een reeks golven.
- Steil stuk → controleren
- Overgang → versnellen
- Vlak stukje → doortrekken
Dat is “surfing the terrain”. Je bouwt snelheid waar het loont en spaart energie waar het duur is. En dat verschil is groter dan je denkt. Want snelheid maken op 6 procent helling levert je simpelweg meer meters per watt op dan op 12 procent. Logisch eigenlijk. Alleen doet bijna niemand het.
Waarom dit zo goed werkt
De winst zit in momentum. Als jij versnelt op een minder steil stuk, neem je die snelheid mee de volgende muur in. Terwijl anderen daar net hun limiet aantikken, rol jij er nog nét onder. Gevolg:
- zij rijden zich vast
- jij blijft draaien
- en langzaam… breek je ze
Dat is exact wat Paul Seixas liet zien in de Ronde van het Baskenland, waar hij zijn aanval perfect timede op zo’n overgangsmoment. Niet op het steilste stuk. Maar erna.
>>> Lees ook: Wat gebeurt er als je alleen maar staand op de pedalen traint?
De fout die jij waarschijnlijk ook maakt
De meeste wielrenners rijden een klim als één lange tijdrit. Constante druk. Constante pijn. Constante strijd. Maar een klim is geen blok beton. Het is dynamisch. En als jij dat niet benut, laat je snelheid liggen. Sterker nog: je rijdt jezelf kapot op de verkeerde plekken.
Zo pas je de surf-techniek zelf toe
Het mooie: dit kun je al vlot proberen als je in de buurt van heuvelachtig terrein woont. Het liefst heb je een klim met wisselende stijltegraden maar die zijn niet altijd om de hoek in Nederland. Je kan het natuurlijk ook uittesten op je Zwift.
1. Laat je ego los op steile stukken
Niet versnellen. Niet reageren op anderen. Gewoon blijven draaien rond je limiet.
2. Herken de overgangen
Voel wanneer de helling afvlakt. Dat is jouw moment.
3. Versnel met cadans, niet met geweld
Opschakelen, hogere trapfrequentie, gecontroleerde versnelling.
4. Neem snelheid mee omhoog
Die opgebouwde snelheid is je gratis energie voor het volgende steile stuk.
5. Denk in secties, niet in één klim
Elke klim is een puzzel. Niet één rechte lijn.
Dit voelt verkeerd. En dat is precies goed
Het lastige aan deze techniek is mentaal. Want alles in je lijf zegt: gas geven als het steil wordt.
En jij moet het tegenovergestelde doen. Rustig blijven waar het pijn doet. Versnellen waar het makkelijker voelt. Dat is tegenintuïtief. Maar juist daarom werkt het.
>>> Lees ook: Fietsers hebben vaak last van buikpijn. Deze deskundige tips maken écht verschil
Van stoempen naar slim klimmen
De echte winst zit niet in meer watt. Maar in wanneer je ze gebruikt. En dat is misschien wel de grootste shift in modern klimmen:
niet harder rijden, maar slimmer. Of zoals deze techniek het eigenlijk samenvat: je klimt niet tegen de berg op… je surft eroverheen.












