Maarten Tjallingii & Hein Otterspeer: "Er zit zoveel meer in je tank dan je denkt"
Nierstichting

Ex-wielerprof Maarten Tjallingii en ex-schaatsprof Hein Otterspeer gaan eind juni de Coast to Coast challenge aan: 500 kilometer fietsen in 24 uur, van Zoutkamp naar Zoutelande. Hoe overleven ze dat mentaal en fysiek? En blijft het ook nog een beetje leuk? ‘We gaan elkaar het snot voor de ogen rijden.’
>>> Dit interview verschijnt tevens in Bicycling Magazine #1 2026, verkrijgbaar vanaf dinsdag 06 februari. Abonneren kan hier.
Hein Otterspeer hing zijn schaatsen in 2025 officieel aan de wilgen. Een paar maanden later stond hij alweer op het ijs als coach van Team Staan-CTS GROUP. Maarten Tjallingii stopte in 2016 met professioneel wielrennen, maar de verhalen over Parijs-Roubaix en de Ronde van België maken hem nog steeds een levende encyclopedie van koerservaring.
Vorig jaar lieten de twee zich voor het eerst uitdagen door de Coast to Coast, georganiseerd door de Nierstichting. Otterspeer had amper kilometers in de benen - zijn verste rit was 165 kilometer, plus twee korte blokjes van drie kwartier. ‘Het was flink afzien’, vertelt hij. ‘We startten om twaalf uur uur ’s middags. Dat is het mooie, je redt het nooit in één dag, je gaat met z’n allen de nacht tegemoet. Pikkedonker, muisstil. Je komt mensen tegen die naar de kroeg gaan en een paar uur later lallend weer terugkomen. En dan zie je het ochtendlicht, en moet je nog uren door… Het mentale aspect van een nacht overslaan, jezelf dwingen om te eten terwijl je geen trek hebt, daar moet je van tevoren wel over nadenken.’
Tjallingii: ‘Het is gewoon een ultra. En niet zomaar. De nacht voegt iets speciaals toe aan de rit. Je bent op elkaar aangewezen, zit in een bubbel van licht. Je houdt elkaar wakker en scherp, je helpt elkaar erdoorheen. Je eigen repen worden vies, dus je proeft er soms een van iemand anders.’
Zes keer de Van Brienenoord
Fietsen als training voor profschaatsers werkt uitstekend. Maar hoe zit het met Otterspeers liefde voor de fiets, en welke rol speelde fietsen tijdens zijn schaatscarrière? ‘Bij de jeugd in categorie 7 wedstrijden fietste ik al’, vertelt hij. ‘Daar leerde ik sturen en in een peloton rijden. Onze schaatsclub stimuleerde dat, we reden de Van Brienenoordbrug zes keer per dag op. Je leert jezelf tegenkomen en omgaan met de elementen. Aan het begin van het schaatsseizoen fiets je veel meer, naar de winter toe worden de trainingen schaatsspecifieker. Maar je kunt enorm veel trainingen op de fiets doen: blokken, vermogen, sprinten. Daarnaast is het ook gewoon fijn om buiten te zijn. Ik fiets nog steeds heel graag. Een heerlijke uitlaatklep!’
Beiden stonden ze aan de top van hun sport. Hun absolute hoogtepunt? Voor Tjallingii is dat makkelijk kiezen, voor Otterspeer een stuk lastiger: ‘Eentje, hmm… Vicewereldkampioen op de sprint in 2022. Zes keer de wereldbeker en het klassement. Dan ben je de beste Worldcup-rijder van dat seizoen. Je mag de cup met de grote oren mee naar huis nemen.’ Even later: ‘En trouwens… zilver en brons op het WK sprint. Daar ben ik ook blij mee. En vier nationale titels op de sprint!’
Tjallingii: ‘Je mocht er maar eentje! Voor mij is dat het podium in Parijs-Roubaix, derde plek in 2011. Alles kwam samen: de benen, het plan, de juiste beslissingen. Ik kon mee met Cancellara, maar net niet van hem winnen terwijl Johan Vansummeren de sprint pakte. Die ene keer dat alles klopt, je het Velodrome binnenkomt, hoort in je oortjes dat je podium kunt rijden… Ik was als een klein jongetje dat zijn droom zag uitkomen. Alles bij elkaar geschreeuwd.’
Vechten en doorgaan
Beide ex-profs zijn ambassadeur van de Nierstichting, ieder met een persoonlijke reden. Otterspeer: ‘Mijn vader is al dertig jaar nierpatiënt. Hij heeft meerdere transplantaties gehad, allemaal mislukt. Je leeft tussen hoop en teleurstelling. Inmiddels staat hij niet meer op de donorlijst. Mijn vader is een van de sterkste mensen die ik ken, hij klaagt nooit, maar hij moet blijven dialyseren. Daar hoort een levensritme bij, maar toch deden we alles: naar wedstrijden, het water op, de sport volgen. Toen de kans kwam om ambassadeur te worden bij de Nierstichting, greep ik die met beide handen aan.’
Tjallingii: ‘Ik heb maar één nier. Toen ik twee was, werd bij mijn andere nier een kwaadaardige tumor ontdekt. Die nier werd samen met de tumor verwijderd.’ Toch reed hij de Tour de France en stond hij op het podium van Parijs-Roubaix. ‘Het laat zien hoe iemand met één nier zijn leven kan leiden. Als je het kunt, als je het aandurft om iemand uit de brand te helpen… kijk dan hoe het leven kan zijn na een nierdonatie.’
Hij werd ambassadeur omdat hij vindt dat de Nierstichting echt voor patiënten staat en het beleid op hen afstemt. Het mooiste voorbeeld? ‘Hun bijdrage aan de ontwikkeling van de kunstnier. Als het aan de markt had gelegen, was die er nooit gekomen.’
23.707 calorieën
Tijdens die eerste Coast to Coast bracht de vroege ochtend de eerste mentale klap. Otterspeer: ‘Het was half zes en we kwamen bij een brug… open. Dat bleef zo. We moesten tweeëntwintig kilometer omrijden.’
Tjallingii: ‘Na tweeëntwintig kilometer zag je dat bruggetje weer, maar dan aan de andere kant van het water. Het enige wat je dan kunt denken is heel functioneel: we gaan verder fietsen.’ Uiteindelijk stond de teller op inderdaad 522 kilometer. Maar de tegenslag gaf het avontuur juist kleur. Otterspeer: ‘De voldoening bij de finish is groot. Iedereen rijdt met zijn eigen verhaal, iedereen voert zijn eigen strijd. Opgeven is geen optie.’
De komende challenge start op vrijdag 27 juni om 12.00 uur. Hebben ze tips ter voorbereiding? Tjallingii: ‘Vertrouw op je lichaam. Train jezelf niet gek. Blijf rustig, ga van stop naar stop. Twijfel je of je het alleen aankunt? Neem iemand mee. Doe het samen, als estafette. Het is een leuke teambuilding. Je kunt zelfs een strategie bedenken om samen maximaal te presteren. En je moet bizar veel eten.’
Otterspeer: ‘Ik ben een grote eter, weeg vijfennegentig kilo. Vorig jaar had ik 23.707 calorieën verbrand in zestien uur en 47 minuten, met gemiddeld 31 kilometer per uur. Tussendoor stopten we om bergen pasta te eten, en na de finish bestelden we alles van de kaart. Mijn fietsconditie is goed, maar uiteindelijk draait alles op wilskracht. Je móet op tijd eten, je klok er echt op zetten. En pak de grootst mogelijke bidons. Blijf aanvullen, anders stopt je motor.’
Mindset boven alles
Stoppen met topsport is ook een rouwproces, zei Otterspeer eerder in een interview met het AD. Hoe gaat dat nu? ‘Bij het team in Calgary begeleidde ik wedstrijden en deed ik de voorbereiding voor mijn pupillen. Ik schaatste zelf mee, was er elke wedstrijddag mentaal klaar voor. Alleen… ik stond niet aan de start. In mijn hoofd ben ik nog steeds atleet. Nu begeleid ik en sta ik in het coachingsvak. Die mindset blijft nog jaren bij je hangen.’ Tjallingii is nu mental coach: hij begeleidt teams en managers en deelt zijn topsportervaring. ‘Ik focus veel op die mindset: hoe werkt het in je hoofd? Kun je zonder trainen, zonder helemaal fit te zijn, je lijf toch tot bovenmenselijke prestaties pushen? Ja, dat kan. Er zit zoveel meer in je tank dan je denkt.’
Meer informatie over deze tocht voor het goede doel vind je op de website van de CoasttoCoastchallenge.









