Droom groot

Mathieu van der Poel: Zo maak jij jouw droom waar!

Update: 1 september 2026 om 08:51
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Het is inmiddels een pijnlijk vertrouwd beeld geworden. Mathieu van der Poel stapt af, kijkt verslagen naar de grond, en moet uitleggen waarom het wéér niet lukte. Terwijl hij op de weg en in het veld zo ongeveer alles heeft gewonnen wat er te winnen valt, blijft de mountainbike de discipline waarin zijn palmares een gapend gat vertoont: geen wereldtitel, geen olympisch goud.

Voor een renner die zelf toegeeft dat mountainbiken zijn favoriete fietsdiscipline is, doet dat pijn. Maar is die droom nog realistisch? En zo ja, wat moet er dan concreet veranderen? Door zijn tegenvallers en zijn successen naast elkaar te leggen, wordt duidelijk dat het antwoord verrassend concreet is.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Opnieuw een off-day: dertigste op het WK mountainbike 2026

Op het WK mountainbike van eind augustus 2026 in het Italiaanse Val di Sole herhaalde de geschiedenis zich. Van der Poel finishte als dertigste, ver buiten de medailles, terwijl Tom Pidcock zijn tweede wereldtitel op rij pakte. Van der Poel moest (net als Pidcock) vanaf de vijfde startrij vertrekken en stond na een halve ronde al rond de dertigste plaats. Achteraf kon hij zijn dip niet goed verklaren: fysiek voelde hij zich niet zoals gehoopt, terwijl hij een week eerder in de wereldbeker van Les Gets nog een prima gevoel had overgehouden. Precies dat contrast, goed voelen in de aanloop, instorten op de dag zelf, is het patroon dat zich inmiddels twee jaar op rij herhaalt.

Een pijnlijk patroon: De teleurstellingen op een rij

Wie de mountainbikegeschiedenis van Van der Poel op een rij zet, ziet dat “net niet” bijna een rode draad is geworden.

Tokio 2021: Drama door een weggehaald plankje

Zijn grootste kans op olympisch mountainbikegoud liep tijdens de Spelen van Tokio uit op een drama. Van der Poel crashte al vroeg in de afdaling nadat een plank op het parcours was weggehaald zonder dat hem dat was verteld. Hij reed door, maar moest na de zesde ronde alsnog afstappen. Achteraf werd duidelijk dat dit vooral pech was: een communicatiefout van de organisatie, geen gebrek aan vorm of voorbereiding.

WK Glasgow 2023: Domme fout, vroege exit

Ook op het WK van 2023 in Glasgow ging het mis, ditmaal door een vroege valpartij die hij zelf achteraf omschreef als een domme fout. Hij was zichtbaar kwaad op zichzelf en moest de strijd om de medailles al na een paar minuten laten schieten.

WK 2025 en 2026: Twee jaar op rij kansloos vanaf rij vijf

De laatste twee edities verschillen wezenlijk van Tokio en Glasgow: er was geen val, geen aanwijsbaar incident. In Zwitserland (2025) reed hij zich na een sterke start juist terug naar de kop, om vervolgens mid-race helemaal leeg te lopen. Hij verwoordde het zelf nuchter: hij voelde zich al een tijdje niet top en merkte op de training dat hij minder belastbaar was dan normaal.

Zijn polsbreuk van eerder dat jaar, na een dubbele val in Nové Mesto die zijn hele voorbereiding op de Tour de France in gevaar bracht, had zijn opbouw richting dat WK al danig verstoord. In Val di Sole (2026) zag hij zijn goede gevoel uit de voorbereidingskoers volledig verdampen op de dag die er echt toe deed.

De echte verklaring: Waarom Van der Poel altijd achteraan moet vechten

Onder die reeks off-days zit een structureel probleem dat weinig met vorm of pech te maken heeft. Op het WK mogen alleen de eerste 32 renners van de UCI-mountainbikeranglijst starten vanaf de voorste vier startrijen. Omdat Van der Poel maar een handvol mountainbikewedstrijden per jaar rijdt naast zijn drukke weg- en veldritprogramma, bungelt hij op die ranglijst, in 2026 zelfs rond plek 246, en moet hij vanaf rij vijf vertrekken.

Op een smal, technisch parcours met tientallen renners die tegelijk het eerste bospad induiken, is dat een enorme handicap: wie de eerste minuten niet vooraan zit, raakt vast achter langzamere renners en verliest kostbare seconden die zich vertalen in tientallen posities.

Een wetenschappelijke studie naar pacing-strategie in mountainbikewedstrijden bevestigt dat mechanisme: de startpositie beïnvloedt niet alleen de beginfase, maar drukt een stempel op de hele racestrategie en het eindresultaat. Van der Poel erkende dat probleem zelf ook voorafgaand aan het WK van 2026, toen hij aangaf dat zijn kansen kleiner worden door zijn startrij en dat hij eigenlijk geluk moet afdwingen om dat gat goed te maken.

Dit werkte wél: De lessen uit zijn beste mountainbikejaren

Het mooie is dat er ook een tegenvoorbeeld bestaat, en dat tegenvoorbeeld wijst precies naar de oplossing. In 2018 en vooral 2019 reed Van der Poel wél een nagenoeg volledig mountainbikeprogramma: hij werd derde op het WK in Lenzerheide, pakte de Europese titel op de cross-country en won meerdere wereldbekers in Nové Mesto, Val di Sole en Lenzerheide, met een tweede plaats in het eindklassement van de wereldbeker als resultaat.

In die periode stond hij dankzij zijn puntentotaal gewoon vooraan aan de start, kon hij zijn explosiviteit en techniek volledig benutten, en ontbrak het addertje van een slechte startpositie. Het verschil met de latere teleurstellingen is niet zijn talent, dat bewees hij toen overduidelijk, maar simpelweg wedstrijdritme en een ranglijstpositie die bij zijn niveau past.

Wat de wetenschap zegt over falen op het moment suprême

Er speelt mogelijk nog een tweede factor mee, naast de startpositie. Sportwetenschappers die de fysiologie van hedendaags olympisch cross-country mountainbiken onderzochten, laten zien hoe zwaar dit onderdeel is: renners koersen tachtig tot honderd minuten lang op zo'n negentig procent van hun maximale hartslag en ongeveer vierentachtig procent van hun maximale zuurstofopname, met meer dan tachtig procent van de racetijd boven de lactaatdrempel. Het is, ondanks de duurkarakteristiek, in feite een reeks explosieve intervallen: klimmen, dalen, versnellen, techniek. Een enkele slechte dag qua herstel of belastbaarheid, precies wat Van der Poel in 2025 zelf benoemde, wordt in zo'n veeleisend format meteen afgestraft.

Daarnaast beschrijft een factsheet van TopsportTopics.nl over presteren onder druk een mechanisme dat bij favorieten vaker opduikt dan ze zelf beseffen: naarmate de druk en verwachtingen toenemen, verschuift de aandacht van sporters ongemerkt van de taak naar de risico's, wat leidt tot subtiele coördinatiefouten die achteraf “onverklaarbaar” aanvoelen. Een woord dat opvallend goed aansluit bij hoe Van der Poel zijn eigen offday in Val di Sole omschreef. Diezelfde sportpsychologen wijzen ook de uitweg aan: expliciet trainen onder druk, een externe in plaats van interne focus, en vaste wedstrijdroutines verbeteren aantoonbaar de prestaties op het moment dat het er echt toe doet.

Het ideale parcours voor Van der Poel

Niet elk mountainbikeparcours is gelijk, en dat is goed nieuws voor Van der Poel. Zijn natuurlijke voordeel zit in techniek, explosiviteit en lef op wisselend terrein. Eigenschappen die hij als veldrijder tot in de puntjes heeft geslepen, en minder in kilometers lang klimmen op grote hoogte. Parcours met korte, pittige klimmetjes, technische afdalingen, wortels en rotsblokken passen daardoor beter bij hem dan lange, zuivere uithoudingsklimmen.

Les Gets 2027: Generale repetitie

Les Gets in de Franse Alpen is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Daar reed Van der Poel zich in 2025 in een wereldbekerwedstrijd van plek 44 naar plek 6, een van de indrukwekkendste inhaalraces van zijn mountainbikecarrière. Niet toevallig is Les Gets in 2027 gastheer van het “super-WK”, waar alle wielerdisciplines twee weken lang samenkomen. Voor Van der Poel, die zijn mountainbikevoorbereiding vaak tot een enkele wedstrijd moet beperken, is dat een unieke kans: een parcours dat hem al eens per direct lag.

Los Angeles 2028: De kans van zijn leven

Nog kansrijker oogt de olympische mountainbikewedstrijd van Los Angeles 2028. Het nieuwe parcours op Industry Hills, oostelijk van de stad, is uitgerust met dropsecties, sprongen en sterk wisselend terrein, precies het soort technische veelzijdigheid waarin Van der Poel uitblinkt. Minstens zo belangrijk is het format: op de Spelen staan slechts zesendertig renners aan de start, tegenover wel 90 op een WK. Een matige startpositie doet in zo'n compact veld veel minder pijn dan op een overvol WK-parcours.

Bovendien zitten er dit keer vijf dagen tussen het olympisch mountainbikeprogramma en de wegwedstrijd, waardoor een dubbelstart, eerst mountainbike, dan de weg, zijn sterkste kaart, voor het eerst serieus haalbaar lijkt. Voorwaarde is wel dat hij op tijd voldoende UCI-punten verzamelt: de kwalificatieplekken voor LA 2028 worden namelijk al vanaf 2026 verdeeld op basis van een puntenranglijst per land.

Zo kan Van der Poel zijn droom alsnog waarmaken

De conclusie is optimistischer dan de reeks teleurstellingen doet vermoeden. Van der Poel hoeft zichzelf niet opnieuw uit te vinden: in 2019 bewees hij al dat hij op zijn dag de allerbeste mountainbiker ter wereld kan zijn. Wat ontbreekt, is geen talent, maar structuur. Concreet betekent dat: bewust meer mountainbikewedstrijden inplannen in het jaar voorafgaand aan een groot toernooi, zodat een voorste startrij geen gunst maar een verdiend recht wordt; een mountainbikeblok met wedstrijdritme vlak voor de piekmomenten in plaats van één generale repetitie; gerichte keuzes voor een parcours als Les Gets en Los Angeles, waar zijn techniek en explosiviteit het verschil maken; en mentale voorbereiding op de druk die nu eenmaal hoort bij een favoriet die al jaren wordt gevraagd naar diezelfde ontbrekende regenboogtrui.

Geen quick fix dus, maar wel een uitvoerbaar plan, en met Los Angeles 2028 aan de horizon heeft Van der Poel nog precies genoeg tijd om het uit te voeren.