Michiel van Lonkhuyzen: "Primair is en blijft CyclingCols een passie"
© Getty Images

Toen Michiel van Lonkhuyzen startte met zijn website CyclingCols stonden de Twin Towers nog. Terwijl velen helemaal nog niet op internet zaten, zette hij de eerste bergprofieltjes online op zijn website. Nog steeds is CyclingCols een belangrijke website voor de fietsliefhebber.
Jouw site CyclingCols bestaat eind deze maand 25 jaar. Hoe is je passie voor de bergen ontstaan?
“Vroeger had je van die boekjes van Altigraph uit Frankrijk met bergen erin. Die had ik ontdekt en toen heb ik ze allemaal aangeschaft. Het was toen nog vrij ingewikkeld om iets uit Frankrijk te bestellen, maar de bergen fascineerden mij. Later werd ik programmeur en dus besloot ik iets te creëren. Ik kreeg het idee om een website te maken waarop ik bergprofielen ging publiceren. De eerste versie bestond uit zo’n vijftig cols.”
Weet je nog waarom je die boekjes uit Frankrijk per se wilde hebben?
“Mijn vader fietste. Hij had een racefiets op zolder en dat fascineerde me. Die fiets was veel te groot voor mij, maar ik mocht ‘m lenen. Mijn vader volgde ook de Tour de France. Ik ging meekijken en op de één of andere manier werd ik erdoor gegrepen. Ik was groot fan van Marco Pantani. Hij was echt mijn idool. Die hele verschijning van hem sprak me aan. Een klein en kwetsbaar mannetje waarvoor je niets zou geven als je hem op straat zou zien lopen. Maar eenmaal op de fiets…”
Wat was de eerste grote col die je zelf deed?
“Dat was tijdens een jeugdreis. We gingen naar het Meer van Annecy en de eerste col die ik deed was de Col de la Forclaz. Niet heel lang, maar vrij steil. Boven op de klim heb je een prachtig uitzicht op het Meer van Annecy. Later die reis hebben we ook de Iseran gedaan. Dat was gelijk een heel lange klim en werd een dagtocht voor me.”
Las je tegenwoordig ieder jaar een wielerreis in?
“Ik ga vaak met HiRoads mee tegenwoordig. De jongen die dat organiseert, ken ik van vroeger. Ik ben vroeger vaak met Cycletours mee geweest en hij werkte daar destijds. Ik vind het leuk om één of twee keer per jaar zo’n groepsreis te doen. Verder ga ik weleens op eigen houtje of met vrienden. Dan probeer ik een gebied te bezoeken dat ik nog niet goed ken. Dat lukt ook na 25 jaar nog.”
Liep de website vanaf het begin?
“Ik weet het eigenlijk niet, maar ik kreeg gauw mails van mensen die reactie gaven of vragen stelden. Een van die mensen was de destijds twaalfjarige Thomas Krol. Veel mensen zaten toen helemaal niet dagelijks op internet. Maar ik ben nooit iemand geweest die telkens de cijfers zit te bekijken, want primair is en blijft het een passie. De content creëren vind ik leuker dan het vermarkten.”
In hoeverre heeft jouw website voor pakweg 2012 ook een functie gehad voor profteams?
“Ik heb nooit direct contact gehad met ploegen, maar er zullen zeker renners zijn die ernaar kijken. Ik heb Thomas De Gendt weleens getipt over een klim in de buurt van Calpe. Ik heb de illusie dat ik toch een soort invloed heb gehad, want sindsdien zie ik allemaal renners op de Miserat en is de klim zelfs opgenomen in de Vuelta a España. Ergens zal ik vast een inspirerende invloed hebben her en der, maar hoe ver dat gaat? Dat durf ik niet te zeggen. Er wordt tegenwoordig vooral VeloViewer gebruikt door profteams. Dat is veel technischer. Misschien dat het vroeger vaker werd gebruikt.”
Het is misschien een onmogelijke vraag, maar hoeveel beklimmingen heb je zelf gedaan?
“Ik heb zo’n vijfduizend beklimmingen op mijn website staan en ik schat dat ik wel zo’n tachtig procent ervan heb gedaan. Mijn focus ligt op West-Europa, want ik ben zelf niet zo’n exotische reiziger. Ik vind het ongemakkelijk om ergens te gaan fietsen waar de lokale bevolking er totaal niets mee heeft. Dan voel ik me al gauw decadent. Ik ben eens in Bosnië geweest en dat vond ik al lastig. De link met professioneel wielrennen zit er sterk in. Ik focus me dan ook vooral op de landen waar veel koersen zijn. Ik heb prachtig materiaal doorgestuurd gekregen vanuit Marokko, maar dat heb ik nog even links laten liggen. Anders blijf je bezig.”
Er zijn tegenwoordig veel concurrenten: ben je met hun bezig?
“Nee, niet echt. Je hebt nu een ClimbFinder. Dat is een groot project met een heel team erachter. Ik heb weleens met ze gesproken. Heel leuke gasten. Er was een soort wederzijds respect. Zij doen het grote werk en ik doe alles heel gedetailleerd. Ik maak profieltjes met veel details. Bij mij is het meer handwerk. Het komt echt voort uit een passie.”
Heb je nog wel bepaalde doelen met de website?
“Ik ben momenteel bezig met een nieuwe versie. Ik heb een designer gevraagd of hij me kon helpen. Het gaat er iets moderner uitzien. En het is uiteindelijk wel mijn bedoeling om extra sponsors te vinden. Ik trek best veel bezoekers, maar doe er eigenlijk vrij weinig mee. Het zou leuk zijn als er iets terugkomt, waardoor ik weer extra kan investeren. Ik heb wat kleine adverteerders, maar er zou meer in moeten zitten. De marketing is niet mijn specialiteit, maar het moet er toch van gaan komen.”









