Mieke Havik & Heleen Hage: 'We hebben bijgedragen aan vrouwenwielrennen van nu'

Update: 20 augustus 2026 om 12:52
Praat mee!

Dirk-Jan van Dijk

Dirk-Jan van Dijk

Lang voor het vrouwenwielrennen een volwaardige profsport werd, reden Mieke Havik en Heleen Hage al mee in de eerste internationale koersen. In 1984 stonden ze aan de start van de allereerste Tour de France voor vrouwen: een koers zonder geschiedenis, maar met renners die die geschiedenis zelf moesten schrijven.

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Mevrouw Hage en mevrouw Havik, mag ik jullie met ‘je’ aanspreken?

Heleen: ‘Zeg alsjeblieft je tegen mij.’

Mieke: ‘Tegen mij ook.’

Om met jou te beginnen, Mieke. Je was vorige week slecht bereikbaar. Zat je met dit lekkere weer op de fiets?

Mieke: ‘O, nee, nee. Mijn partner Thea Sybesma, in het verleden Europees kampioen triatlon, liep de Elfstedentocht. De wandeleditie dus. Ik reed met onze camper, een Volkswagen California, van stad naar stad om haar op te vangen. Van Leeuwarden naar Sloten, van Sloten naar Workum, enzovoort. Het was een prachtige week.

Dat is niet mis. Heeft ze het gehaald?

Mieke: ‘Jazeker!’

Jullie zijn voor veel lezers bekende namen, maar is het een probleem dat jongere generaties jullie misschien niet kennen?

Heleen: ‘Als je het wielrennen volgt, dan zou je ons moeten kennen, maar ik kan me voorstellen dat dat niet zo is.’

Mieke: ‘Voor mij is dat geen probleem. Bovendien herkennen nog best veel mensen mij, vooral door de heropleving van de Tour de France Femmes en omdat ik in 1984 als eerste vrouw het geel droeg.’

De Tour de France Féminin is de voorloper van de huidige Tour de France Femmes. In 1984 won Havik de eerste etappe en droeg de dag daarna het eerste geel. Daarnaast kwam ze nog twee keer als eerste over de meet, droeg ze nog vijf dagen de leiderstrui en pakte ze de groene trui. Hage, haar teamgenoot bij de Shimano-ploeg en de Nederlandse selectie, won drie etappes en eindigde als tweede in het klassement.

‘We verdienden niets en moesten echt voor onszelf zorgen, ook in de koers’

Mieke Havik

Je zou denken dat zulke prestaties genoeg zijn om overal herkend te worden.

Heleen: ‘Over het algemeen valt dat wel mee. Mensen uit de buurt weten het vaak wel, maar als ik door Arnhem loop kijken niet veel mensen op. Soms bij een wielerwedstrijd wel. De ouderen vooral.’

Mieke: ‘Soms zeggen mensen: ‘mijn vader kent jou nog’. Dan heb ik toch iets goed gedaan.’

Heleen: ‘Het was ook een heel andere tijd. We kwamen als vrouwenpeloton nauwelijks in het nieuws. Er waren ook nauwelijks beelden. Door die eerste Tour van 1984 kwamen we meer voor in de kolommen van de kranten. Heel af en toe op televisie. Na die eerste keer hadden wij ook criteriums in Nederland, dan vroegen mensen wel om mijn handtekening.’

Mieke, heb je nog steeds die truien uit 1984?

Mieke: ‘Ja, ik werk als haptonoom en ze hangen in mijn praktijk. Mensen reageren daar altijd op. Ze koppelen het aan de Tour de France en begrijpen hoe zwaar dat is. Dat zijn leuke opmerkingen. Ik heb drie keer de Tour gereden en daar ben ik trots op.’

Heleen: ‘Bij mij komt af en toe nog een brief of foto binnen, meestal uit België, met de vraag om een handtekening. Zelden hoor, maar het gebeurt wel. Dan denk ik: hoe kom je daar nu nog mee? Misschien willen ze hun verzameling completeren.’

Mieke Havik in haar gele trui© Dirk-Jan van Dijk

Mieke Havik in haar gele trui

Hoe zouden jullie elkaar omschrijven?

Heleen: ‘God, even nadenken hoor. Mieke is joviaal. En heel aardig, ik kon altijd goed met haar opschieten. Ze is ook een echte doorzetter, ze gaat voor haar doel.’

Mieke: ‘Heleen is superlief en heel trouw. Ze komt uit een echte wielerfamilie, haar drie zussen Keetie, Bella en Ciska waren ook goed. We waren in de jaren tachtig fietskameraden.’

Heleen: ‘Daar wordt zelfs een boek over gemaakt, over onze familie. De schrijfster Mariska Tjoelker is al op onze boerderij geweest. Maar ik denk soms wel: wie zit daar nou op te wachten?’

En hoe goed was Mieke?

Heleen: ‘Allround. Ze had een groot duurvermogen en blonk uit in lange wedstrijden. Ze was misschien iets minder met klimmen, maar kon wel weer goed tijdrijden.’

En Heleen?

Mieke: ‘Heleen was niet heel licht, zoals haar concurrente Jeannie Longo. Toch kon ze ontzettend goed klimmen. Ze zat altijd bij de eerste vijf als het omhoog ging.’

Heleen: ‘Dat vond ik ook het leukst om te doen. Nog steeds. Als ik een rondje ga rijden, zoek ik de klimmetjes op. Op een dijk tegen de wind rijden vermijd ik liever.’

Ondanks jullie band zien jullie elkaar weinig, begreep ik.

Mieke: ‘Misschien een of twee keer per jaar.’

Heleen: ‘We wonen te ver uit elkaar en hebben allebei ons eigen leven. We fietsen ook niet meer samen.’

Mieke: Ik heb mijn praktijk als haptonoom en Heleen past best vaak op haar kleinkinderen. Ik straks ook, dan krijg ik na een kleindochter ook een kleinzoon.’

Dat was in de Tour van 1984 wel anders. Jullie zagen elkaar dagelijks, net als het publiek. Jullie reden voor de mannen uit, met achttien etappes en extra rustdagen. Hoe hebben jullie dat ervaren?

Mieke: ‘Ik vond het fantastisch. Dat vonden de meesten van ons. We droomden hiervan en opeens was het werkelijkheid. Echt historisch.’

Heleen: ‘Achteraf is dat zeker zo. Volgens mij had Mieke dat destijds al in de gaten. Ik was vooral bezig met het halen van de Olympische Spelen. Een rondje Frankrijk, dat hadden we toch al vaker gereden? We reden voor de heren en omdat de journalisten toch moesten wachten, interviewden ze ons alvast, zo zag ik het.

Mieke: ‘De Nederlandse mannen presteerden minder, dus kregen wij meer aandacht. Van mij mochten de etappes zelfs langer zijn.’

Heleen: ‘Ik vond het gewoon heel leuk. Al die weken door Frankrijk, mensen langs de kant. Als ik in het geel reed hoorde ik ‘Allez maillot jaune’. Dat gaf een speciaal gevoel.’

Mieke: ‘In veertig jaar is veel veranderd. De rensters van nu worden als volwaardige profs gezien. Wij hebben daar een bijdrage aan geleverd.’

Toch was er ook kritiek in jullie tijd. Onder andere Marc Madiot, tegenwoordig ploegleider Groupama-FDJ, vond het maar niks: vrouwen op een racefiets.

Mieke: ‘Ik werd er niet door geraakt. Er werd lacherig gedaan, maar ik was vooral blij dat we mochten meedoen.’

Heleen: ‘De reacties waren verdeeld. Sommigen vonden het knap, anderen vonden het raar: vrouwen op de fiets door Frankrijk. Ik vond dat niet moeilijk, iedereen mag vinden wat hij of zij vindt. Ik deed gewoon wat ik leuk vond: fietsen.’

We weten dat er twee truien van Mieke in de praktijk hangen. Waar zijn die van jou, Heleen?

Heleen: ‘Ik heb veel weggegeven. Er ligt er één in een museum in Zeeland. Volgens mij heb ik nog een bolletjestrui. Ook mijn NK-truien heb ik nog. En thuis op de schouw hangt een Delfts blauw bord van mijn tweede plek op het WK van 1987. Dat blijft toch speciaal.’

Heleen in haar bolletjestrui© Dirk-Jan van Dijk

Heleen in haar bolletjestrui

Waren jullie fulltime prof of werkten jullie naast het wielrennen?

Heleen: ‘Ik werkte als chemisch analist bij Axos. Ik trainde na werktijd, rond 16.30 uur, tot het donker werd. In de winter was dat lastiger. Dan deed ik iets minder en verving ik het fietsen door twee of drie keer per week hardlopen.’

Mieke: ‘Het waren individualistische tijden. We moesten alles zelf regelen, ook in de koers. We verdienden er nauwelijks iets mee. Ik trainde twee keer per dag en schreef stukken voor Trouw en Wielerrevue. Bij de NOS had ik een radiocolumn. Ach, het was een mooie tijd, maar we hebben het tegenwoordig ook nog enorm naar onze zin.’