Mijn aanloop naar het EK Gravel in Houffalize
Yael Prenger - Prive archief

Tientallen gelletjes, een rij bidons op het aanrecht en een set brede Thunderbirds om de wielen van m’n gravelbike. De voorbereidingen voor het EK gravel in het Belgische Houffalize komend weekend zijn voor mij in volle gang. Ik neem jullie de komende maanden van het gravelseizoen mee in de wereld van een eliterenster. Dit is de eerste aflevering in een nieuwe online Bicycling-serie: Gravelracen van binnenuit.
Van ijsbaan naar gravelbike
Minder dan een jaar geleden koos ik ervoor om me volledig op het fietsen te richten, specifiek de graveltak. Na meer dan twintig jaar rondjes rijden op de ijsbaan (ik ben echt heel jong op de toen nog dubbele ijzers gezet), was het vuur voor deze sport langzaam gedoofd.
Topsport is geweldig, maar je moet er ook veel voor laten. En dat is helemaal prima, zolang er geen ruimte is voor de vraag ‘waarom doe ik dit?’. Die vraag werd voor mij in het schaatsen steeds relevanter, terwijl ik tegelijkertijd steeds nieuwsgieriger werd naar de groeimogelijkheden in het gravelen.
Vorige zomer reed ik voor de lol wat gravelkoersen en dat beviel gelijk goed. Zonder specifieke training, maar met heel veel plezier, reed ik naar een twaalfde plek op het WK Gravel in de Age Group 19-34 in Limburg. Ik sloot het seizoen zelfs af met winst tijdens UCI Legacy Gravel in Leuven, wat me nóg meer aan het denken zette. Ondanks dat ik het lastig vond om mijn droom in het schaatsen vaarwel te zeggen, voelde ik ook heel veel enthousiasme bij de nieuwe uitdaging die het fietsen me mogelijk zou kunnen brengen. Vele weken van wikken en wegen volgden, maar toen ik eenmaal de knoop had doorgehakt, viel er een last van mijn schouders. Wederom topsport, maar nu in een andere discipline.
Twintig uur trainen per week
Vanaf december ging ik gericht met een trainer aan de slag; in eerste instantie was dat vooral meer uren maken. In plaats van tien uur per week op de fiets, ging ik richting het dubbele aantal uren, met daarnaast krachttraining en hardlopen. In februari startte ik mijn eerste race bij de elite dames.
Vooraf stond ik strak van de spanning en vooral het imposter syndrome speelde hierin een grote rol. Het voelde alsof ik er nog niet klaar voor was om op het hoogste niveau mee te doen, ondanks dat ik in de trainingen grote stappen had gezet. Pas toen ik bij de eerste UCI race in Turnhout meezat in de kopgroep (helaas crashte ik tien kilometer voor de finish) en ik in april bij de Gravel One Fifty in Drenthe als vijfde eindigde, verdween de koudwatervrees een beetje. Er volgden daarna nog meerdere top 10 klasseringen en nu sta ik aan de vooravond van het EK gravel.
© Yael Prenger - Prive-arrchiefGravel van binnenuit #1
Parcourskennis en verwachtingen
Een paar maanden geleden was ik al in de omgeving van Houffalize om het parcours te verkennen. Mijn indruk? Zwaar, met weinig ‘gratis’ meters. Vanuit de start gaat het gelijk gruwelijk steil omhoog over de Côte de Saint-Roch: 907 meter tegen een gemiddelde van 11,4% (met een piek van 17,2%). Daarna volgt een opeenvolging van steile, onverharde klimmetjes, afgewisseld met technische afdalingen.
Een fikse uitdaging dus. En daar waar het deelnemersveld bij de elitedames normaal gesproken relatief klein is en de toppers lang niet altijd allemaal aanwezig zijn, staat bij het EK de voltallige top aan de start: WorldTour-rensters als Femke Markus en Shirin van Anrooij, met daarnaast gravelspecialisten als Geerike Schreurs, Wendy Oosterwoud en Sophie Wright.
Met de wetenschap dat ik niet de beste klimmer ben - geef mij maar ‘vlakke’ koersen waar ik lekker grijs kan boren, ga ik de koers open in. Ik wil vooral voor mezelf zo goed mogelijk rijden, meestrijden daar waar mogelijk en natuurlijk genieten van het feit dat ik in het oranje rijd.
Want in plaats van zoals normaal in de kleuren van eigen ploegen en sponsoren te rijden, starten alle Nederlandse dames in het oranje. En eerlijk? Dat vind ik best wel vet. Vorig jaar reed ik nog onwetend rond bij de Age Group, en nu heb ik me geplaatst voor het EK bij de elites en weet ik steeds beter wat ik aan het doen ben. Dat we in dezelfde kleur starten, betekent trouwens niet dat we een ploegentactiek hanteren. Vrijwel alle Nederlandse dames rijden voor verschillende teams (of als privateer) en hebben zich individueel geplaatst door bij de beste 25% te eindigen bij een eerdere UCI race. Iedereen rijdt dus puur voor de eigen kansen.
Een hobbelige voorbereiding
Mijn voorbereiding richting het EK verliep minder soepel dan gepland: de afgelopen twee maanden waren chaotisch door ziekte, een antibioticakuur, problemen met mijn zitvlak (ik wist ook niet dat ik met dit soort dingen te maken zou krijgen bij het nastreven van een carrière in het fietsen) en een korte vakantie. Maar de afgelopen paar weken is mijn Training Peaks weer groengekleurd en is de stijgende lijn ingezet. Wat er op het schema stond? Veel lange ritten en gestructureerde blokken, waaronder voornamelijk VO2-max efforts. Zodat ik hopelijk zo lang mogelijk aan kan blijven haken tijdens de vele klimmetjes in België.
>>> Lees ook: De ultieme gravelbanden gids.
Parcoursverkenning zaterdag, zondag raceday!
Met 148 af te leggen kilometers en ruim 2.400 hoogtemeters, zal het een lange koers worden, waarin het een kwestie wordt van de krachten juist verdelen. Vrijdag stap ik in de auto richting onze zuiderburen. Nog één keer het parcours verkennen, de laatste dingen voorbereiden en dan is het zondag raceday!
Ik ben benieuwd waar ik nu precies sta in een dergelijk deelnemersveld en of ik mijn eigen plan op zo'n zwaar parcours strak kan uitvoeren. Volgende week kom ik hier uitgebreid op terug. Dan neem ik jullie mee in de 24 uur voorafgaand aan een gravelrace (er komt een hoop planning en denkwerk bij kijken) en natuurlijk geef ik een kijkje in het verloop van de koers zelf!
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.














